Tagarchief: schrijfstijl

Vergeet-mij-nietje

icaExtreme bewondering en obsessie, uitmondend in een verregaande afhankelijkheid. Ik kan mij daar zelf weinig bij voorstellen. Natuurlijk zijn er schrijvers, artiesten en musici die ik bewonder om hun prestaties, maar het leidt er zelden toe dat ik echt meer wil weten over de persoon zelf. En ik heb al helemaal niet het idee dat ik voor mijn eigen ontwikkeling en gedrag afhankelijk ben van het gedrag van een ander. Voor Nadine Sprenger, de hoofdpersoon in de roman Ica, ligt dat anders. Zij is zo vol van de schrijfster Ica Metz, dat zij heeft besloten haar volgende boek te laten draaien om het personage Ica.

Om zo veel mogelijk over haar protagonist te leren en zo veel mogelijk materiaal te verzamelen voor de roman, ontwikkelt Nadine een plan om Ica in haar nabijheid te laten verblijven. Uiteindelijk resulteert dit in een verblijf voor (in principe) onbepaalde tijd in het vakantiehuisje van de familie van Nadine in een Frans dorpje in de Morvan. De periode is niet alleen onbepaald doordat er niet is afgesproken voor hoeveel weken zij daar zullen verblijven, maar ook doordat Ica en Nadine alle klokken, mobiele telefoons en andere apparatuur met tijdsaanduiding uit hun samenleven daar verbannen.

Uit alles blijkt natuurlijk dat Ica is gebaseerd op de schrijfster Connie Palmen. Schrijfster Eva Posthuma de Boer heeft dat ook nooit onder stoelen of banken willen steken. Zij wilde een roman schrijven over Connie en heeft haar daarom geruime tijd “bestudeerd”. Dit vinden we in de roman dus terug in de hoedanigheid van Nadine, die over de gevierde schrijfster Ica Metz wil schrijven. Een aantal voorvallen in de roman zijn rechtstreeks te herleiden naar gebeurtenissen in het leven van Eva en Connie. Deze wetenschap geeft een voortdurende, licht kietelende, spanning tussen fictie en feit. Wat is daadwerkelijk gebeurd en waar heeft de schrijfster haar talent aangewend voor een flinke portie fictie? En in hoeverre is die scheidingslijn eigenlijk aan te brengen. Eva laat het personage Ica in de roman licht spottend de vraag stellen: “is dit het werkelijke leven?” (vrije quote).

een blik jodenkoekenIk moet trouwens bekennen dat ik nog nooit een roman van Connie Palmen heb gelezen. Er staat wel het een en ander van haar hand in mijn boekenkast, maar het is er nog niet van gekomen om het te lezen. Het is wel apart om te constateren dat ik nu meer óver dan ván Palmen heb gelezen. Zij komt namelijk ook voor in een boek dat ik zo’n 2 jaar geleden heb gelezen: Een blik jodenkoeken (Uitgeverij Prometheus). Dit boek is geschreven door Jessica Meijer, de dochter van Ischa Meijer. Ischa Meijer en Connie Palmen hebben tot aan het overlijden van Ischa een relatie gehad en Jessica verbleef vanaf een bepaalde leeftijd regelmatig bij hen. Een blik jodenkoeken is het persoonlijke verslag van Jessica, over het overlijden van haar vader, de relatie met haar moeder, de invloed van de verbroken verhouding tussen haar ouders, haar moeizame relatie met eten en met zichzelf. Het grote verdriet dat Connie heeft ervaren door het wegvallen van Ischa maakte dat zij misschien niet op de meest optimale manier naar Jessica heeft gereageerd. Haar gedrag heeft grote invloed op het zelfbeeld van Jessica en het duurt heel lang voordat Connie en zij hierover op een neutrale, uitgebalanceerde manier kunnen communiceren.

Het is simpelweg niet voorspelbaar hoe iemand onder extreme omstandigheden reageert en handelt. Dat blijkt ook wel als Nadine onder extreme druk staat tijdens haar verblijf met Ica in het Franse huisje. Ik vond het bijzonder beklemmend om te lezen hoe Nadine haar plan opstelt, hoe zij te werk gaat en hoe extreem afhankelijk zij is van Ica. Ica heeft al enige tijd niets geschreven en dat voert de spanning op. Nadine blokkeert zelf in haar schrijven zolang er geen nieuwe impuls van Ica komt. Daarom heeft zij een dubbel belang bij de heilzame invloed van het buitenleven in Frankrijk.

In de proloog wordt al de vraag gesteld of iemand met een alfabetisch gesorteerde boekenkast in staat zou zijn tot moord. Of het ook tot moord komt, dat ga ik hier echt niet vertellen 🙂 Wat ik hier nog wel wil vertellen, is de grappige opbouw van het boek. Het volgt de lijnen van een klassieke tragedie volgens de opvatting van Aristoteles. Het geheel is opgebouwd uit een aantal bedrijven en tussendoor komt er een koor opdraven om de verbinding tussen de bedrijven te duiden. Dit gaf iets extra’s aan het geheel.

Nadine vertelt aan Ica dat zij geen geheugen heeft voor planten- en bloemennamen, behalve voor het vergeet-mij-nietje. Tekenend voor de sfeer (zowel gespannen als zo nu en dan bijna hilarisch ontspannend) en de stijl is dan de terloopse opmerking van Ica dat Nadine dus blijkbaar dat plantje gehoorzaamt. Of deze roman zelf een vergeet-mij-nietje gaat worden? Daar ben ik nog niet helemaal van overtuigd. Het is nu, door de herkenbaarheid van Palmen en enige andere opgevoerde bekende personages, aantrekkelijk om te lezen, maar ik heb geen idee hoe dat voor bijvoorbeeld een volgende generatie lezers zal zijn. Eva Posthuma de Boer heeft een soepele en toch doordachte schrijfstijl. Daardoor was Ica in ieder geval een prettige leeservaring en dat is ook zeker wat waard.

Overigens mocht ik Ica lezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Mijn dank gaat uit naar Ambo Anthos voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Wil je weten wat mijn medebloggers over de roman Ica schrijven? Klik dan HIER.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Moderne fabels

Ik heb het druk, erg druk. Of ik maak mij druk, te druk. Hoe dan ook, de laatste tijd heb ik bar weinig gelezen en navenant nog minder geblogd. Het lezen komt er simpelweg niet van. Er ligt een stapeltje recensieboeken naar mij te loeren, stuk voor stuk interessante boeken, maar op de een of andere manier komen ze niet van die stapel af. En mijn beproefde methode om het lezen weer op gang te krijgen, namelijk met een spannende thriller of een echte feelgoodroman, wil dit keer ook niet helpen. Want er is maar weinig tijd en die wil ik zo goed mogelijk besteden, dus ligt “een tussendoortje” niet voor de hand. Al dat wikken en wegen leidt er uiteindelijk toe dat ik nauwelijks iets (uit)lees.

En juist op het moment dat ik dacht: “laat alles ook maar, het wil niet en het lukt niet en ik ga mijzelf niet dwingen, want lezen moet het synoniem blijven van plezier”, juist op dat moment sloeg ik de verhalenbundel Mens vs. Natuur open. Een bundel van twaalf bizarre verhalen van de hand van Diane Cook, mooi vormgegeven in een uitgave van Meridiaan Uitgevers.

Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats: het is in ieder geval onmogelijk om maar één verhaal te lezen. Als je eenmaal de smaak van haar schrijfstijl te pakken hebt (en dat duurt echt niet lang!), kun je niet anders dan de hele bundel willen lezen. Zowel qua schrijfstijl als qua inhoud is dit één van de meest indrukwekkende publicaties die ik de laatste tijd gelezen heb. En bij elk nieuw verhaal stonk ik er weer in: het verhaal begint redelijk “normaal”, voortkabbelend, het zou kunnen gaan om je buurman of een collega. En dan opeens, in no-time, zit je in een bizarre, onwerkelijke, beangstigende situatie en ontsnappen is geen optie. Het is niet eng in de zin van horror of sommige fantasy, het enge zit er in dat je voortdurend het gevoel hebt dat dit morgen zomaar in het echt kan gebeuren.

Het zijn twaalf absurde en bizarre verhalen. In elk verhaal is er sprake van strijd, mens tegen natuur maar zeker ook mens tegen mens en mens tegen zichzelf. En ik merkte bij mijzelf dat ik voortdurend werd heen en weer geslingerd tussen empathie en antipathie jegens de hoofdpersoon in elk afzonderlijk verhaal. Want hoe oordeel je over een persoon die zich in zijn eigen huis verstopt in een periode dat de wereld overstroomt. Hij heeft genoeg te eten en te drinken en zorgt er angstvallig voor dat niemand uit het overvolle buurhuis bij hem terecht komt. Eigen belang gaat voor groepsbelang. Maar als dan blijkt dat de groep juist doordat het een groep is, veel sterker blijkt in overleven, wat dan? Hoe moet de eenling dan handelen?

En wat doe je als er een vreemd, alles vermorzelend monster in jouw kantoorpand rondwaart? Ga jij je collega’s helpen om te vluchten of maak jij jezelf als eerste uit de voeten? En als jij als tienjarige jongen overbodig blijkt te zijn? Stap jij dan zonder morren in de Stortkoker? En ga zo maar door. De thema’s liegen er niet om.

Maar bovenal maakt deze bundel indruk door het schrijverstalent van Diane Cook. Een soepel lezende schrijfstijl met mooie beeldspraak en prachtig geconstrueerde zinnen. Een genot om te lezen, ondanks de steeds vreemder en extremer wordende en agressievere verhalen. Ik moest wel af en toe even naar adem happen en het adrenalineniveau laten dalen. Zo bijzonder en bij elk verhaal had ik zoiets: dit moet ik nog eens lezen. Er is het voortdurende gevoel dat er nog veel meer uit de verhalen te halen is. Die extra dimensie vind ik uitermate aantrekkelijk.

Ik mocht deze bundel lezen als “toetje” op het afgelopen lees- en blogseizoen van de leesclub Een perfecte dag voor literatuur. Hartelijk dank voor de uitgever voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar, maar ook grote dank voor het uitgeven. Het is ook typisch een bundel om weer eens nadrukkelijk stil te staan bij de rol en de invloed van een vertaler. Volgens mij kan een vertaler echt het verschil tussen “wel aardig” en “subliem” maken. Ik vind dat Kees Mollema er zeker voor gezorgd heeft dat ik een optimale leeservaring had. Dus vertaler, chapeau!

Over elk verhaal is het een en ander te vertellen, maar natuurlijk is mijn advies dat jij zelf deze bundel moet lezen :). Bij het eerste verhaal (over een vrouw die weduwe is geworden, al haar bezittingen heeft moeten inleveren en nu in een tehuis moet wachten op een nieuwe partner) moest ik terugdenken aan de roman Het verhaal van de dienstmaagd van Margaret Atwood (Prometheus). Deze roman is van een al wat oudere datum, maar de inhoud is nog springlevend. In een totalitair regime leven mannen en vrouwen volgens strakke regels en duidelijke, afgebakende groepen. Elke groep heeft een eigen opdracht en het hele leven staat in het teken van die opdracht. Beklemmend, absurd en realistisch tegelijk. Knap geschreven.

Door dit soort boeken en verhalenbundels weet ik weer waarom ik zo van lezen hou. Gelukkig heb ik binnenkort vakantie. Eens even flink bijslapen en ontspannen, dan komt het vast allemaal weer in orde. En dat is meer dan de hoofdpersonen van Diane Cook en Margaret Atwood kunnen zeggen.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Wat zou je doen

Ken jij het liedje van de Zeeuwse band Bløf met de titel Wat zou je doen? De tekst van deze song heb ik nu al dagenlang in mijn hoofd, eigenlijk vanaf het moment dat ik de roman Mijn vader was een NSB’er heb gelezen (geschreven door Elmer den Braber, uitgegeven bij Uitgeverij De Spion). Met name het volgende tekstgedeelte spookt door mijn hoofd:

Zou je lachen, zou je schelden?
Zou je zeggen dat ik een klootzak ben?
Zou je janken, zou je vloeken?
Zou je zeggen dat je me niet meer kent?
Zou je lachen, zou je schelden – van verdriet?

“Wat zou jíj doen” is een vaak terugkerende vraag, bij boeken met thema’s waarbij er zelden een heel duidelijke lijn tussen goed en fout is te trekken. Zo ook bij het boek van Elmer den Braber. In deze roman draait het om Elsa, inmiddels weduwe en oma, die na jarenlang gezwegen te hebben over het familieverleden, nu besluit het relaas aan kinderen en kleinkinderen uit de doeken te doen. En de titel zegt wat dat betreft al genoeg: haar vader was een NSB’er. Elsa vertelt over haar jeugd, de oorlogsjaren in haar familie en de ontwikkelingen daarna.

Tijdens een door @Leestweeps georganiseerde twitterleesclubavond, waaraan ook de schrijver deelnam, is aan hem gevraagd waarom hij gekozen heeft voor de eendimensionale benadering, om het hele verhaal te vertellen vanuit het oogpunt van Elsa. Den Braber gaf aan dat hij daarmee beoogde het een persoonlijk verhaal te laten worden (“oma vertelt”) maar tegelijkertijd aan de lezer de ruimte te laten om een eigen mening te vormen over bijvoorbeeld het handelen van de vader van Elsa.

Vader, kruidenier in Weesp, sluit zich aan bij de NSB. Of hij dat nu alleen maar doet om zijn gezin te beschermen of dat hij het ook uit ideologie doet, blijft prachtig onduidelijk. Dit greep mij bij de keel. Wat zou ík doen in die situatie? Zijn beweegredenen blijven voor Elsa en daarmee ook voor ons, lezers, verborgen. Het was later ook niet meer mogelijk om daarnaar de vragen, want vader overlijdt kort na de bevrijding. Hij overlijdt in Kamp Vught. Hoe hij daar terecht is gekomen zou ik hier heel graag vertellen, want dat geeft een extra lading aan de vraag “wat zou jij zelf doen in die situatie?”. Zou jij, als je Elsa was, schelden, vloeken, zeggen dat vader een klootzak is? Laten we vooral niet vergeten dat Elsa op het moment van de bevrijding van Nederland 17 jaar oud is. In hoeverre kun je op die leeftijd het soort beslissing nemen dat zij neemt, in hoeverre ben je dan al in staat om de gevolgen van jouw handelen te overzien. In hoeverre heeft zij “het recht” om te doen wat ze doet? Echt, lees dit boek en ontdek wat er gebeurt en wat het met jou doet. Er waren overigens ook genoeg momenten dat ik mij ergerde aan het zelfmedelijden van Elsa en haar repeterende eigen bevestiging dat zij nergens invloed op had. Zij is voor mij niet zonder meer de held van het verhaal, maar dat lijkt mij ook geenszins de bedoeling van de schrijver. Het verhaal moest verteld worden.

De opstelling en levenshouding van vader deed mij overigens denken aan de opstelling van Daniël Maandag, de vader van de familie Maandag in de roman Koningin van de nacht van Yvonne Keuls (Ambo Anthos). Deze overduidelijk Joodse vader was bezeten van muziek. Hij was zo naief om te veronderstellen dat hij alle ellende zou kunnen omzeilen door een bewijs van niet-Joodse afkomst te kopen. Dream on. Maar wat zou jíj doen, als je met jouw eigen verstand er niet bij kan dat al die gruwelijkheden daadwerkelijk en heel dichtbij plaatsvinden? Hoe makkelijk is het om “achteraf, met de kennis van nu” vanuit een makkelijke stoel in een veilige omgeving, te oordelen over gedrag en besluiten van anderen.

De laatste tijd merk ik steeds vaker dat ik een onderscheid wil maken tussen enerzijds het thema van een boek en wat het met mij doet en anderzijds mijn mening over de manier waarop de schrijver het verwoord heeft, de kwaliteit van de schrijfstijl, de verrassende toepassing van stijlfiguren en dergelijke. Daarom introduceer ik hier twee termen die ik voortaan regelmatig in mijn publicaties zal gebruiken: de TQ en de BQ. Oftewel TQ: de kwaliteit van het thema (Theme-Quality) en BQ: de kwaliteit van het boek “als boek” (Book-Quality)

Ik zal er niet omheen draaien: de BQ van Mijn vader was een NSB’er vind ik maar middelmatig. Het kabbelende toontje van oma Elsa die haar familiegeschiedenis vertelt, kon mij niet boeien. Natuurlijk moest de indruk ook zijn alsof je bij Elsa in de kamer zit en naar haar verhaal luistert, maar die setting ging mij vervelen. De kwaliteit van de schrijfstijl, de opbouw van het boek, het taalgebruik, de sfeerbeschrijving, het maakte niet echt indruk. Een paar lelijke, slordige tikfouten (in de ebookversie die ik via de openbare bibliotheek had geleend) hadden ook geen gunstige invloed op de leeservaring als boek. Maar door de hoge TQ kon ik het toch niet laten om deze blogpost te schrijven. Zeker de vraag naar het hoe en waarom rondom de vader maakte op mij indruk. Het thema zal mij nog wel langer bezighouden. En dat is dan toch ook weer een compliment aan de schrijver 🙂

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Big Books

Ik geef het ruiterlijk toe: ik ben verslaafd. Ik ben volledig verslaafd aan het tv-programma Voetbal International bij RTL 7. Ik heb eigenlijk niet veel met voetbal, maar ik vind het uitermate fascinerend hoe vier mannen aan één tafel schijnbaar moeiteloos anderhalf uur weten te vullen met voetbalpraat. En dat twee keer per week, week in week uit. Soms verstop ik mij op maandag- en vrijdagavond achter een boek en doe ik alsof ik met iets anders bezig ben, maar manlief weet haarfijn dat ik gewoon meekijk, een heerlijke manier van ontspannen. Ik kan genieten van het vaste trio en van de puurheid van Jan Boskamp, de droge humor van Valentijn Driessen, de extreme uitingen van Hans Kraay jr en de manier van praten en doen van Wim Kieft.

Tja en als het dan over “verslaafd” gaat is het bruggetje naar Wim Kieft snel gemaakt. Enige tijd geleden las ik het boek Kieft, geschreven door Michel van Egmond. In dit boek gaat het niet zo zeer over de voetballer Kieft, maar over de persoon Kieft die in het diepste geheim jarenlang heeft geworsteld en geleden onder een ernstige alcohol- en cocaïneverslaving. Van Egmond verstaat de kunst om het relaas van Kieft over die periode in zijn leven, inclusief de manier waarop hij leerde met zijn verslaving te dealen, zodanig aan het papier toe te vertrouwen dat je voortdurend het gevoel hebt dat Wim Kieft bij je in de woonkamer zit te praten.

Uiteindelijk weet hij weer grip op zijn leven te krijgen via de NA, de Narcotic Anonymous. Dit is een hulpgroep voor verslaafden waarbij gebruik wordt gemaakt van een strak stappenplan (werkboek). Wat ik er van begrijp is dit stappenplan gestoeld op een religieuze c.q. christelijke overtuiging dat er een god of ander “opperwezen” is die ons kan helpen de juiste weg te vinden en op die weg te blijven. Opvallend vind ik dat deze benadering blijkbaar ook werkt bij diegenen die mogelijk helemaal geen eigen religieuze overtuiging hebben. Hoewel ik moeite heb om te snappen dat iemand “zomaar” eens een lijntje coke gaat snuiven, vond ik het bijna aandoenlijk om te lezen hoe Kieft weer vorm en inhoud aan zijn leven probeert te geven, met alle financiële sores die daar bij horen, maar met name ook met alle emoties die samenhangen met het voortdurend kwetsen en afstoten van personen die hem juist heel dierbaar zijn.

Dezelfde verbazing voelde ik opnieuw tijdens het lezen van de roman Tonic  van Ralf Mohren (Meulenhoff). Bij ‘tonic’ denk ik, eerlijk gezegd, meteen aan ‘gin-tonic’, een heerlijk drankje voor zwoele dagen en nachten. Dus als ik een boek tegenkom met de titel Tonic, dan heb je mijn interesse 🙂

In deze roman draait het om Arthur Poolman, een man met een zware alcoholverslaving. In eerste instantie irriteerde hij mij behoorlijk, doordat de schrijver in mijn ogen op een luchtige, stoere manier vormgeeft aan het destructieve optreden van Arthur. Het kwam op mij over alsof de ik-figuur het eerder indrukwekkend dan zorgwekkend vond dat hij steeds meer van alcohol afhankelijk werd. Gaandeweg het verhaal kon hij echter steeds meer op mijn sympathie en fictieve steun rekenen. In zijn proces om te ontdekken wat de verslaving veroorzaakt en wat zijn valkuilen zijn, komen zijn angsten, onzekerheden en twijfels langzaam maar zeker meer boven tafel en werd hij voor mij meer “mens”.

Ook Arthur wordt als hij eenmaal tot zich heeft laten doordringen dat de bodem nu echt bereikt is, aan het werk gezet. Hij krijgt de opdracht om het “Big Book” aan te schaffen, de “alcoholbijbel”, in samenhang met het stappenplan dat bij de AA (Anonieme Alcoholisten) wordt gebruikt. Vergelijkbaar dus met de aanpak bij de NA.

Het stemt tot nadenken dat bij de NA én bij de AA gebruik wordt gemaakt van een “christelijk stappenplan” dat steun biedt ongeacht de eigen achtergrond. Misschien is de vanzelfsprekendheid waarmee het bestaan van een god wordt gepresenteerd, juist een houvast in zo’n turbulente periode?

In beide boeken komt nadrukkelijk naar voren dat een verslaving ongelofelijk veel tijd (en energie) kost. De persoon in kwestie is eigenlijk voortdurend bezig met er voor zorgen dat aan de behoefte kan worden voldaan. De uitdaging voor Arthur Poolman is dan ook om te bedenken hoe hij, eenmaal droog, de ruimte gaat vullen die voorheen werd volgegoten met drank.

Kortom, Kieft en Tonic zijn naar mijn mening bijzondere boeken om minimaal twee redenen. Ten eerste uiteraard het thema: verslaving. De impact die een verslaving op het leven van de verslaafde maar ook op de levens van de mensen in diens omgeving heeft, is immens. Als je niet belast bent met het “verslavings-gen” is het moeilijk voor te stellen dat iemand zichzelf zo in de nesten kan werken met een puur destructieve levenshouding. Het is simpel gezegd een ziekte en genezen is er niet echt bij. Het risico van een terugval blijft voortdurend op de loer liggen.

De tweede reden ligt veel dichter bij mij: de schrijfstijl, de opbouw en het taalgebruik. Bij Van Egmond vind ik het razend knap dat je Wim Kieft echt hoort praten. Bij de roman van Mohren vond ik de structuur van het boek heel verrassend. Er lopen chronologisch gezien enige verhaallijnen door elkaar, met de “feestweek” die uiteindelijk leidt tot de aanmelding bij de crisis opvang, een terugblik hoe Arthur onder invloed van de drank zijn leven probeerde te leven en het proces vanaf de opvang tot nu. De gevoelens van onzekerheid en de persoonlijke onrust die ook na jaren toch nog voortwoekert, kwamen duidelijk bij mij binnen. Ik was vooraf helemaal niet van plan om over Tonic te schrijven, maar ik werd er toch zo door geraakt dat deze blogpost het gevolg is.

Ik ben zeker niet vies van alcohol, maar ik prijs mijzelf gelukkig dat ik weet dat ik geen afhankelijkheid van drank heb. En ik heb het idee dat ik het ook wel zou overleven zonder twee keer per week Voetbal International. Maar dat neemt niet weg dat ik van harte hoop dat de mannen voorlopig met hun praatprogramma “voor mannen” doorgaan!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Achterop bij Guus

Mijn lief is afgelopen december 50 jaar geworden. En hoewel dat weer gewoon een nieuw levensjaar is (en zoals Johnny Logan jaren geleden al zong: What’s another year?), is het toch wel zo’n getal dat je om je heen kijkt naar anderen op de rand van datzelfde nieuwe decennium. En zo viel zijn oog op het boek Man in het zadel van de journalist Paul van Hooff (Uitgeverij Brandt). Mijn lief heeft dit boek gelezen en ziehier zijn gastblog:

“Als je bijna 50 bent en er verschijnt een boek van een man uit je eigen “bouwjaar” die de stoute schoenen aantrok om alles in Nederland achter zich te laten en zijn vrijheid tegemoet rijdt op zijn eigen Moto Guzzi V7 uit 1975, dan is de verleiding groot om dat boek te willen lezen. Had ik eerder in mijn leven ook  zoiets moeten doen? Kan het nog? Waarom deed hij dat? Het zijn allemaal van die vragen die bij je opkomen, waar je zelfs het antwoord eigenlijk al op weet, maar toch hoop je dat het boek je andere antwoorden geeft dan die je zelf wel kan bedenken.

De Moto Guzzi die hij (Paul van Hooff) berijdt en die hem 60.000 kilometer lang niet teleurstelt terwijl iedereen denkt dat die Italiaanse motoren toch alleen maar stuk gaan, noemt hij vanaf dag 1 al liefkozend “Guus”. Gedurende het boek heb ik aldoor het idee stiekem achterop Guus mee te rijden met Paul en zo deelgenoot te zijn van zijn avonturen en de reis op zich, zonder zelf ooit deel van het verhaal te zijn.

Paul heeft als journalist over veel onderwerpen geschreven totdat hij zich uiteindelijk voornamelijk toelegde op de motorfiets en alles wat daarmee samenhangt. Op een dag besluit hij het gereguleerde bestaan in Nederland vaarwel te zeggen en met een minimum aan bezittingen en een bescheiden banksaldo het volledige Amerikaanse continent te doorkruisen op zijn Guus. Vanaf het noordelijkste puntje in Alaska tot de meest zuidelijke stad ter wereld in Argentinië. Een reis van gigantische afstanden die wij ons in Europa maar met moeite kunnen voorstellen.

Paul gaat de vrijheid zoeken die hij in Nederland niet heeft, geen druk, geen zekerheid over de dag van morgen, soms zelfs niet over wat er over 2 uur staat te gebeuren. Maar is het ook daadwerkelijk louter vrijheid, of komt er een minder dwingende en minder herkenbare verantwoordelijkheid voor terug? Een thema dat zich haast onherroepelijk aan je opdringt bij het lezen van dit boek zonder dat het expliciet besproken of beantwoord wordt. Bestaat absolute vrijheid überhaupt ? Is het gedrag van Paul een vlucht, genetisch bepaald of beantwoordt hij de behoefte van zijn ziel die in Nederland niet de rust kan vinden die hij wellicht elders wel vindt? Waarschijnlijk een thema en gevoel dat iedere lezer voor zichzelf op een andere manier beantwoordt en daarom wellicht nog boeiender om achteraf over te discussiëren.

Als het boek begint en we door Alaska, Canada en de Verenigde Staten van Amerika reizen, geniet ik van het verhaal dat zich als een film voor mijn ogen afspeelt, zo filmisch ervaar ik de schrijfstijl van de auteur. Hierbij geholpen door de vele programma’s die ik op Discovery en History heb gezien over Alaska en Canada zie ik het beschreven landschap precies voor me en zodra we de Verenigde Staten binnenrijden is het een feest van herkenning van mijn eigen reiservaring aldaar, nu reeds 30 jaar geleden. Wat mij dan nog steeds opvalt aan het boek is dat de verhalen die Van Hooff gedurende dat deel van de reis vertelt voor mij eigenlijk steeds te kort en te weinig diepgaand zijn. Elke keer als hij al het volgende deel van de route beschrijft, denk ik nog steeds dat ik méér had willen weten en horen over bijvoorbeeld die fascinerende man die hij had ontmoet en die meegeholpen heeft Europa en Nederland te bevrijden van de Nazi’s . Ik kan mij niet aan het idee onttrekken dat Paul genoeg stof heeft voor nog drie boeken, simpelweg door méér te vertellen over de ontmoetingen die hij gedurende deze reis heeft gehad. Voordeel van zijn stijl is dat het boek niet snel zal vervelen omdat elke volgende bladzijde een nieuw vergezicht biedt.

Opvallend is dat ik vanaf het moment dat hij bij Mexico de grens over gaat om via Midden-Amerika en Zuid-Amerika naar het einddoel te reizen, steeds minder last heb van de té korte verhalen. Ten eerste omdat ik onderhand steeds meer gewend ben aan zijn stijl en ten tweede omdat hij steeds langduriger en interessantere verhalen te vertellen heeft die zich ook nog eens afspelen in een streek waar ik veel minder bekend mee ben. Voor mezelf ben ik er nog steeds niet helemaal uit of het nu aan mij ligt of aan een verandering in stijl van Paul of aan beide, maar het tweede deel van deze reis heb ik anders beleefd.

Hoe het verhaal eindigt ga ik hier niet vertellen, maar het houdt niet op bij het bereiken van het einddoel en dat is eigenlijk vanaf het begin wel zeker. Ook aan aandacht voor en van vrouwelijk schoon ontbreekt het Paul niet gedurende zijn reis. Is het nou een typisch mannenboek? Een typisch midlife crisis boek? Een boek met typische mannenhumor en een typisch mannelijke gedachtenwereld? In mijn idee: nee! Tenzij je heel erg vast zit in het man/vrouw patroon en de archetypische kenmerken van de verschillende geslachten, zal iedereen van dit boek kunnen genieten omdat het een rauw, to the point en filmisch beschreven reisverslag is. De zoektocht naar vrijheid die Paul maakt, willen velen van ons wel maken, moe als we vaak zijn van de dwingende 9 tot 5 mentaliteit in ons land en de rijen in de supermarkt etcetera. Maar zou het ons dan brengen wat we er van verwachten of zou het allemaal op één grote teleurstelling uitdraaien?

Ik zou zeggen léés en ervaar dit boek en kijk waar je voor jezelf op uitkomt. Ik, voor mijzelf, weet dat ik erg van dit boek genoten heb en het zeer de moeite van het lezen waard vond. En ondanks dat we uit hetzelfde bouwjaar zijn, heb ik besloten om niet mijn motorrijbewijs te gaan halen en te vertrekken maar gewoon bij mijn gezin te blijven 🙂 “

Ah, fijn, die laatste zin spreekt mij zeer aan. Uiteraard gaat onze dank uit naar Uitgeverij Brandt voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar. En het boek gaat bij mij op de zeker-nog-te-lezen-stapel.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

P.S. Vind je het leuk om vaker een gastblog van mijn lief te lezen? Laat het dan zeker even weten, hier of via mijn facebookpagina Theonlymrsjo.

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Zeg het maar


Dit wordt een hele korte blogpost. Voor vandaag staat namelijk de roman Een vrouw op 1000 graden van Hallgrímur Helgason (de Arbeiderspers) op de planning. En over dat boek valt niet te bloggen. Of, beter gezegd, over dat boek valt een levenlang te bloggen. Elk element in het tachtigjarige leven van de hoofdpersoon is het waard om bij stil te staan, over te filoseferen, terug te denken, vooruit te denken, je eigen leven van afstand te bekijken, verwachtingen voor je eigen toekomst te durven vormen en wat je er nog meer over kunt verzinnen. Wat een juweel. En wat een ellendig boek om te lezen, want het in je opnemen en verwerken van zoveel gebeurtenissen en zoveel gedachten en (under)statements kost veel tijd en aandacht. Waanzinnige planning om het per sé vandaag te willen bespreken 🙂

Hoe is het mogelijk dat een man zo goed en karakteristiek over een vrouw kan schrijven? Is het juist de afstand die een man kan nemen? Is het dat deze vrouw in alle opzichten een vrouw is en in alle opzichten toch ook weer niet? Ik heb geen antwoord, maar ik vind het een briljante prestatie. En in het verlengde daarvan: chapeau voor de vertaler! Het lijkt mij geen gemakkelijke opgave om een zo knap in elkaar gestoken levensgeschiedenis niet alleen adequaat maar zeker ook zeer goed leesbaar te vertalen. Het moet voor een schrijver bijzonder prettig zijn te ervaren dat het oorspronkelijke kunstwerk ook in een vertaling niets van haar glans heeft verloren.

Het is een cliché maar daardoor waar: boeken lezen opent een wereld voor de lezer. Ik heb al eens eerder geschreven dat ik eigenlijk bar weinig weet over de (dictatoriale) geschiedenissen van Portugal en Spanje. Maar ook  het koloniale Denemarken met hun greep op IJsland en Groenland en de Duitse invloeden, is een onderwerp waar ik nauwelijks het bestaan van ken. Voor het eerst werd ik mij hiervan bewust in Smilla’s gevoel voor sneeuw van de schrijver Peter Hoeg (Meulenhoff). In deze roman komt de verhouding Denemarken-Groenland naar voren. In Een vrouw op 1000 graden is de hoofdpersoon Here afkomstig van IJsland, maar zij brengt haar jeugd, oorlogsjaren en verdere levensjaren in diverse landen door.

Inmiddels heb ik het idee dat ik bijna de enige ben die niet lyrisch is over De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween (deze roman is van de hand van Jonas Jonasson en is uitgegeven bij Signatuur). Waarschijnlijk had ik van dat boek vooraf een andere verwachting. Toen ik door had dat het niet het humoristische verhaal werd wat ik had vermoed, had ik vervolgens last van gevoelens van irritatie over het laconieke gedoe van de hoofdpersoon en de wel grote mate van onwaarschijnlijk dat hij bij bijna alle grote wereldgebeurtenissen van de afgelopen 100 jaar, een rol (van belang) heeft gespeeld. En dat is, denk ik, het grote verschil met Here. Ik geloof Here, ik neem zonder twijfel alles aan waarvan zij zegt het te hebben gedaan of meegemaakt. Al lezend hunkerde ik naar nog meer verhalen, nog meer anekdotes en nog meer treffende verwoordingen van de realiteit in al haar rauwheid.

De roman is opgebouwd alsof Here jou, als lezer, in afwachting van het einde waar zij naar verlangt (en aan het organiseren is) nog een keer haar leven en haar opvattingen daarover wil vertellen. Flashbacks en tegenwoordige tijd wisselen elkaar af, in voornamelijk korte hoofdstukken, waarbij de flashbacks niet per definitie in chronologische volgorde naar voren komen.  Door deze stijl had ik echt het gevoel dat ik naast haar bed zat in de garage. Bij elk volgend verhaal voelde ik de neiging om uit een soort solidariteit een sigaret op te steken (en dat voor een niet-roker ….) of een drankje in te schenken.

Dus, zeg het maar. Wat moet ik van deze roman vinden? Ik weet het niet en dit keer vind ik dat ook helemaal niet erg. Ik vind het een comfortabel gevoel om niet één mening te hebben over een zo bewogen, doorleefd leven.  Het maakt mij ook niets uit of alles met uitzondering van de historische gebeurtenissen en enkele historische personen, door de schrijver verzonnen is. Het is indrukwekkend dát hij het verzonnen heeft, maar helemaal hoe hij het heeft verwoord. Uiteraard ben ik wel erg nieuwsgierig wat mijn medebloggers van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur over dit boek schrijven. Via deze link ga ik dat lezen. Jij ook?

De uitgever de Arbeiderspers dank ik hartelijk voor allereerst het uitgeven van deze vertaling en vervolgens voor het aan mij beschikbaar stellen van deze roman. Ik had het niet willen missen.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

8 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Voordeel/oordeel van de twijfel

Heel recent heb ik de verhalenbundel Saboteur van Marte Kaan (Ambo Anthos uitgevers) gelezen. Dit bundeltje heb ik mogen lezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Het is een voorrecht om in deze club te mogen meedoen, maar in sommige gevallen is bij mij de verwerkingstijd van het gelezene tot aan de blogdatum relatief kort. En daarmee is het soms lastig om een weloverwogen mening te hebben en deze vervolgens ook nog te verwoorden. En als ik een mening heb, is die mening dan bestand tegen de tand des tijds en verdere persoonlijke ontwikkeling?

Vorige week donderdag was ik bij de alweer laatste bijeenkomst van mijn leesclub (irl) voor dit seizoen. Nadat wij met elkaar over het geplande boek hadden gesproken, was het tijd voor de inmiddels traditionele afsluiting: ongekunstelde gezelligheid met “een hapje en een drankje”. Onze voortrekker, Annie, had daarbij weer wat leuks bedacht. Aan het eind van een bijeenkomst zijn wij namelijk gewoon een cijfer aan het boek toe te kennen. De vraag van Annie was nu of wij enig idee hadden hoe de boeken eigenlijk gemiddeld binnen onze leesclub gewaardeerd werden. En de tweede vraag was om aan te geven of wij door het verloop van de maanden ons eigen oordeel over de gelezen boeken hadden bijgesteld. En vooral bij die laatste opdracht ontstond een levendige discussie. De rode draad in de gesprekken was dat er veel factoren zijn die een mening beïnvloeden en dat wijziging in die factoren dus ook tot een wijziging van het waardeoordeel kan leiden.

Zo word ik nu nog heen en weer geslingerd in mijn (voorlopige) mening over Saboteur. In alle verhalen heeft Marte Kaan een constante schrijfstijl. De relatief korte verhalen lezen makkelijk weg. Zij gebruikt korte, duidelijke zinnen met eigentijdse, bijna simpele woorden. Ik was zó door de bundel verhalen heen. Maar dan begint het pas. Dan ga je nadenken over wat je nu eigenlijk gelezen hebt. Het is een aaneenschakeling van verhalen over mensen die vakkundig hun eigen leven (en daarmee impliciet ook het leven van anderen) saboteren.

In elk verhaal is een kernelement van emotie te ontdekken, zoals angst, onzekerheid, wantrouwen en bovenal afgunst. Deze emoties komen in verschillende situaties aan bod. Het gaat onder andere om (vrouwelijke) werkgever – (vrouwelijke) werknemerrelaties, vader – dochterrelaties en kindermeisje – mevrouwrelaties.

Positief vind ik dat de schrijfster mij heel snel midden in de setting van het verhaal weet te krijgen. Om vervolgens aan de ene kant hard te willen weglopen (rare, enge mensen in  een ogenschijnlijk normale verschijningsvorm) en aan de andere kant een enorme honger naar meer informatie, naar meer details (wat is er precies gebeurd dat de hoofdpersoon doet zoals hij/zij doet? Valt het tij nog te keren?). Bij alle verhalen overheerste een zeer ongemakkelijk gevoel, een aan mijn gevoel van eigenwaarde-als-persoon-en-de-mensheid-in-totaliteit knabbelende twijfel. Ik voelde af en toe ook wel enige irritatie over het gedrag of de gedachtestroom van de hoofdpersonen. Mooi detail is dan weer dat het aantal daadwerkelijke dialogen vrij beperkt is, de sfeer wordt heel subtiel door de schrijfster neergezet.

Ik weet het dus gewoon niet. Ik ben nog niet in staat om een stabiele mening te geven. En misschien is dat ook precies wat Marte Kaan wil bereiken: zij heeft met deze bundel mij als lezer gesaboteerd! En dat geeft weer heerlijk stof tot nadenken.

Door Saboteur, Barrevoetse februari van Herta Müller en Waar we wonen van Thomas Möhlmann is mij duidelijk geworden dat het lezen van verhalen of poëzie totaal anders is dan het lezen van een volledige roman. En ook blijkt voor mij dat ik het lezen van verhalen moet leren. Oefening baart kunst, dus kom maar op met verhalenbundels!

Overigens bespraken wij op de laatste bijeenkomst van mijn leesclub-in-real-life het boek En het vergeten zo lang van Pauline Slot (de Arbeiderspers). Typisch zo’n boek waarbij je uitgebreid met elkaar over het thema kunt praten of juist je meer toeleggen op schrijfstijl en dergelijke. Ik vermoed dat over deze roman, gebaseerd op de werkelijke levens van de Chileense dichter Pablo Neruda en zijn Nederlandse vrouw, binnenkort nog een blogpost online komt 🙂

Meningen, impressies, leeservaringen van andere bloggers van Een perfecte dag voor literatuur over Saboteur vind je HIER.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Wil je alvast een idee krijgen welke boeken binnen Een perfecte dag voor literatuur de komende maanden aan bod komen? Neem dan eens een kijkje op de website van Not Just Any Book.

6 reacties

Opgeslagen onder Boek review