Tagarchief: ambo anthos

Irish blues

Voor het derde jaar op rij werk ik de laatste dagen van het jaar in een plaatselijke vuurwerkwinkel. Hoe dat zo komt, is een heel verhaal en misschien komt dat nog wel eens in een andere blogpost aan de orde. In deze periode ben ik vrij van mijn reguliere werk zodat ik mij kan onderdompelen in de hectiek en sporadische chaos van de vuurwerkverkoop. Wat mij daarbij elke keer weer opvalt, is de prettige, positieve sfeer. De klanten zijn namelijk allemaal bezig om er voor te zorgen dat zij met elkaar een gezellige Oudejaarsavond hebben en met het mooiste vuurwerk het nieuwe jaar kunnen inluiden. Ik vind het fantastisch om te zien hoe vaders met hun zonen over de folder staan gebogen en hoe moeders met de kleinsten aan de hand door de winkel lopen op zoek naar wat simpele sterretjes en knalerwten. Oppervlakkig beschouwd zien we deze dagen alleen maar “perfecte gezinnetjes”. Zo’n perfect gezinnetje leek het gezin van Nora Webster ook. Al jaren getrouwd met haar Maurice, moeder van twee dochters en twee zonen, in relatieve vrijheid haar eigen leven leidend. Totdat het noodlot toeslaat en Maurice overlijdt. Nora blijft als weduwe achter en moet haar eigen weg zien te vinden in het Ierland aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw. Dat is de situatie in de roman Nora van Colm Tóibín, uitgegeven bij De Geus.

Nora

De schrijver weet op een heel natuurlijk overkomende manier een beeld te schetsen van die tijd en die omgeving. Het kwam op mij een beetje over als een combinatie van de tv-series “Keeping up appearances” en “Midsomer Murders“: iedereen kent iederen en met name ook ieders familiegeschiedenis met alle saillante details die steeds weer worden opgerakeld. Enerzijds is het overduidelijk een andere tijd, met andere omgangsnormen en persoonlijke opvattingen, anderzijds gaat het over thema’s die in alle tijden voorkomen. Het gaat om het leren omgaan met verandering, teleurstelling, verdriet en met het feit dat het leven “gewoon” doorgaat.

Nora is een zelfstandige vrouw, maar uiteraard wordt zij beïnvloed door de feiten en omstandigheden van het moment en de omgeving. Zij realiseert zich dat zij tijdens haar huwelijk veel vrijheid heeft gekend met de betrekkelijke luxe dat zij thuis voor haar gezin kon zorgen. Na het overlijden van Maurice moet zij om financiële redenen een kantoorbaan accepteren bij het bedrijf waar zij vóór haar huwelijk ook heeft gewerkt. Dat beknot haar vrijheid en daarmee haar “Lebensraum”, maar na verloop van tijd gaat zij beseffen dat er een ander soort vrijheid voor in de plaats komt: zij kan doen en laten wat zij wil in en met haar eigen leven omdat zij geen verantwoording aan haar man hoeft af te leggen. Zij is op dat punt volledig onafhankelijk en trekt zich dan ook niet altijd heel veel aan van heersende opvattingen of meningen van familie/vrienden/dorpsgenoten.

Ik vond het bijzonder realistisch en verfrissend beschreven dat Nora niet haar leven in het teken van het gerief van haar kinderen plaatst. Er is ruimte voor haar eigen behoeften, verlangens, twijfels en vermoeidheid. Zij is als moeder betrokken bij alle vier haar kinderen, maar merkt duidelijk dat bij elk kind een andere aanpak de voorkeur verdient en dat zij niet anders kan doen dan accepteren dat haar kinderen soms met elkaar of anderen meer uitwisseling hebben dan met haar. En sommige ontwikkelingen en behoeften bij haar kinderen mist zij geheel of gedeeltelijk. Als zij zich daarvan bewust wordt, leidt dat niet tot een schuldgevoel maar tot een (in mijn woorden) besef dat elk huisje zijn kruisje heeft en de kinderen, de zussen, de familie, de kennissen hun eigen ups-and-downs (mogen en moeten) hebben.

MischienWelNietVaagjes moest ik tijdens het lezen terugdenken aan Mascha uit de roman Misschien wel niet van Jannah Loontjens (Ambo Anthos). In deze roman heeft de hoofdpersoon ook om te gaan met persoonlijke ontwikkeling, verwachtingen, teleurstelling en dergelijke. Hoewel zij ook het beste met haar zoontje voor heeft, is daar de realiteitszin dat ieder zijn eigen weg in het leven moet zien te vinden. Bij Mascha is er nogal wat in haar leven aan de hand, gedurende de paar dagen dat wij haar in deze roman volgen. En de setting van deze roman is absoluut veel moderner dan de setting van Nora. In de tijd van Nora had nog niet iedereen een telefoonaansluiting, laat staan dat er al zoiets als een computer en internet bestond. En toch is Nora geen ouderwets verhaal. Ik vond het zelfs opvallend hoe modern het Ierland van toen al was. Vrouwen trokken er zelfstandig op uit, reden auto, dronken in het openbaar alcohol etc. De steeds meer naar de voorgrond kruipende politieke situatie in Noord-Ierland met de strijd tussen katholieken en protestanten heeft Tóibín een logische plaats in het geheel gegeven. De impact van deze strijd op gezinnen is meer dan voelbaar.

Al met al was het een fijne leeservaring door de soepele schrijfstijl van de auteur. Echt ondersteboven ben ik niet van dit boek, het kabbelde naar mijn idee prettig voort zonder al te veel verontrustende elementen. Het zou best kunnen zijn dat ik later meer besef heb over de invloed van het gelezene op mijzelf. Dat gaat zich dan vast een keer uiten in een associatie van een ander boek met deze Nora 🙂

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Nora heb ik mogen lezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Via deze link kom je op een verzamelpagina en kun je lezen wat mijn medebloggers over deze roman schrijven. Mijn dank gaat uiteraard uit naar uitgeverij De Geus voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Let op: binnenkort verschijnen mijn publicaties alleen nog maar op http://www.theonlymrsjo.nl! Dus volg mij daar, via Facebook of Bloglovin om niets te missen.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Factor 7

Mededeling: binnenkort verschijnen mijn artikelen alleen nog op http://www.theonlymrsjo.nl. Abonneer je op mijn blog of volg mij via Bloglovin of Facebook om niets te missen.

====

Ik ben goed in het neerzetten van een structureel plan van aanpak en het regelen van een efficiënte planning. Minder goed ben ik in het mij houden aan die planning 🙂 . Dat wil zich bij het bloggen wel eens uiten in het op het laatste moment lezen van een roman waarover ik heb afgesproken op een bepaalde datum een blogpost online te zetten. Mijzelf kennende is een beetje deadline-stress niet erg en soms zelfs extra inspirerend, maar het risico bestaat dan dat er eigenlijk onvoldoende tijd is om over het gelezene na te denken en een leeservaring onder woorden te brengen. En ik vermoed dat ik daar nu mee heb te kampen. Ik heb namelijk voor de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur de roman Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire (Ambo Anthos) mogen lezen. Dat heb ik de afgelopen dagen gedaan en ik heb een aantal uren zeer zeker leesplezier gehad, maar eerlijk gezegd heb ik nog geen idee wat ik van dit boek vind.

zeg maar dat we niet thuis zijn

Zal ik het lezen als het tragikomische verhaal van een jonge man, Milan den Hartog, die wanhopig op zoek is naar een nieuwe toekomst en zich ontworstelt aan zijn jeugd bij twee, elkaar regelmatig in de haren vliegende, moeders en aan zijn huidige werkomgeving? Die werkomgeving is trouwens een uitvaartonderneming, dus een rechtstreekse combinatie van leven en dood. Alleen al die setting geeft genoeg om over te schrijven en om over na te denken. Hij maakt in de laatste week dat hij dit werk nog wil doen, nog van alles en nog wat mee, inclusief een dode die via mail met zijn kinderen communiceert, een Aldi-boodschappentas vol met geld en de verdwijning van het stoffelijk overschot van een Marokkaanse oma.

Of zal ik op zoek gaan naar diepere bedoelingen, filosofische overwegingen en dergelijke? Er komen meer dan genoeg mooie zinnen in voor die pas enkele passages later goed tot mij doordrongen. Het gebeurt niet vaak, maar ik heb nu af en toe teruggebladerd om zinnen opnieuw te lezen. Zo is er een oudere mevrouw die spontaan tegen Milan begint te praten en vertelt dat alles in drie dimensies gebeurt: de belofte, de vertelling en het gemis. En er wordt tijdens een uitvaartdienst een spreuk gehanteerd over dansen op de rug van de zee zonder te verdrinken. Geen alledaagse beelden. Ik ben er van overtuigd dat dit een boek is dat in de komende tijd/jaren op onverwachte momenten weer in mijn geheugen naar voren komt, maar nu is de ervaring nog te nieuw om een goed oordeel te kunnen vormen. Ik heb zelfs overwogen om met het schrijven van deze blogpost te wachten totdat de eerste publicaties van mijn medebloggers online komen (die publicaties kun je overigens vinden via deze LINK), om een idee te krijgen wat zij van deze roman vinden. Maar ik ben nog nooit weggelopen voor mijn verantwoordelijkheid en vrijheid om een eigen mening te vormen, dus heb ik uiteraard op eigen houtje deze blogpost geschreven.

Hoe het uiteindelijke oordeel ook zal zijn, het boek springt positief naar voren door de eenvoudige schrijfstijl. Dat is volgens mij pure schijn: hoe eenvoudiger je wilt schrijven, des te moeilijker dat is. Naar mijn idee zit het verhaal ook vol met symboliek, zoals de opdeling in zeven hoofdstukken, zijnde de zeven dagen dat Milan nog bij de uitvaartonderneming werkt. Hij heeft er dan zeven jaar gewerkt. Zeven is in de christelijke traditie een heilig getal: de zeven dagen van de schepping, de zeven vette en magere jaren etc. Hoe dit in andere religies is, weet ik niet.

djinnIk kon er niets aan doen en ik weet ook niet waarom, maar ik zag bij hoofdpersoon Milan steeds Tofik Dibi voor me. Dibi, de ex-politicus van Marokkaanse afkomst, is er recentelijk vooruitgekomen dat hij homoseksueel is. Deze “bekentenis” levert hem naar mijn mening zowel rust als onrust op. Dat gevoel had ik ook bij Milan. Hij doet zijn uiterste best om anderen te begeleiden (zowel in zijn werk als in zijn privéleven) en probeert ook voor zichzelf duidelijk te krijgen wat hij wil en wat hij voelt, maar dat is zeker niet simpel. Dibi heeft ook een boek geschreven (dat ik niet heb gelezen) en dat boek heeft als titel Djinn (Prometheus). Een djinn is, simpelweg in mijn woorden, een kwade geest die bezit van jou kan nemen. Deze djinns werden in de roman van Novaire ook gevreesd tijdens de bijeenkomst van de Koerdische familie die moet besluiten waar hun overleden vader wordt begraven.

dertig dagenHoewel de roman een chronologische volgorde heeft, is er toch voldoende ruimte voor “uitstapjes”. Dat komt met name doordat Novaire de overleden Koerdische vader “aan het woord” laat komen en hem laat aangeven wat er voor hem belangrijk is en hoe hij zijn leven in Nederland heeft ervaren. En ook door de verhalen van de nabestaanden is er ruimte om de sfeer goed neer te zetten. De sfeer van Zeg maar dat we niet thuis zijn deed mij denken aan Dertig dagen van Annelies Verbeke (Uitgeverij De Geus). Er zit een subtiele combinatie van emotie en een zekere afstandelijkheid in die doet vermoeden dat er onder het oppervlak van alles borrelt en bruist. Het is een schrijfstijl waar ik van houd, met name ook omdat ik daardoor extra moet nadenken over wat ik van de inhoud vind. Knappe prestaties van auteurs om in de overweldigende hoeveelheid publicaties die elke maand het daglicht zien, hiermee de aandacht te trekken!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn hartelijke dank gaat uit naar uitgeverij Ambo Anthos voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar. In deze roman komen cultuurverschillen en verschil in religieuze opvattingen op natuurlijke wijze naar voren. Gezien de recente gebeurtenissen in Parijs (op vrijdag 13 november 2015) geeft dit een extra dimensie aan de leeservaring.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Vergeet-mij-nietje

icaExtreme bewondering en obsessie, uitmondend in een verregaande afhankelijkheid. Ik kan mij daar zelf weinig bij voorstellen. Natuurlijk zijn er schrijvers, artiesten en musici die ik bewonder om hun prestaties, maar het leidt er zelden toe dat ik echt meer wil weten over de persoon zelf. En ik heb al helemaal niet het idee dat ik voor mijn eigen ontwikkeling en gedrag afhankelijk ben van het gedrag van een ander. Voor Nadine Sprenger, de hoofdpersoon in de roman Ica, ligt dat anders. Zij is zo vol van de schrijfster Ica Metz, dat zij heeft besloten haar volgende boek te laten draaien om het personage Ica.

Om zo veel mogelijk over haar protagonist te leren en zo veel mogelijk materiaal te verzamelen voor de roman, ontwikkelt Nadine een plan om Ica in haar nabijheid te laten verblijven. Uiteindelijk resulteert dit in een verblijf voor (in principe) onbepaalde tijd in het vakantiehuisje van de familie van Nadine in een Frans dorpje in de Morvan. De periode is niet alleen onbepaald doordat er niet is afgesproken voor hoeveel weken zij daar zullen verblijven, maar ook doordat Ica en Nadine alle klokken, mobiele telefoons en andere apparatuur met tijdsaanduiding uit hun samenleven daar verbannen.

Uit alles blijkt natuurlijk dat Ica is gebaseerd op de schrijfster Connie Palmen. Schrijfster Eva Posthuma de Boer heeft dat ook nooit onder stoelen of banken willen steken. Zij wilde een roman schrijven over Connie en heeft haar daarom geruime tijd “bestudeerd”. Dit vinden we in de roman dus terug in de hoedanigheid van Nadine, die over de gevierde schrijfster Ica Metz wil schrijven. Een aantal voorvallen in de roman zijn rechtstreeks te herleiden naar gebeurtenissen in het leven van Eva en Connie. Deze wetenschap geeft een voortdurende, licht kietelende, spanning tussen fictie en feit. Wat is daadwerkelijk gebeurd en waar heeft de schrijfster haar talent aangewend voor een flinke portie fictie? En in hoeverre is die scheidingslijn eigenlijk aan te brengen. Eva laat het personage Ica in de roman licht spottend de vraag stellen: “is dit het werkelijke leven?” (vrije quote).

een blik jodenkoekenIk moet trouwens bekennen dat ik nog nooit een roman van Connie Palmen heb gelezen. Er staat wel het een en ander van haar hand in mijn boekenkast, maar het is er nog niet van gekomen om het te lezen. Het is wel apart om te constateren dat ik nu meer óver dan ván Palmen heb gelezen. Zij komt namelijk ook voor in een boek dat ik zo’n 2 jaar geleden heb gelezen: Een blik jodenkoeken (Uitgeverij Prometheus). Dit boek is geschreven door Jessica Meijer, de dochter van Ischa Meijer. Ischa Meijer en Connie Palmen hebben tot aan het overlijden van Ischa een relatie gehad en Jessica verbleef vanaf een bepaalde leeftijd regelmatig bij hen. Een blik jodenkoeken is het persoonlijke verslag van Jessica, over het overlijden van haar vader, de relatie met haar moeder, de invloed van de verbroken verhouding tussen haar ouders, haar moeizame relatie met eten en met zichzelf. Het grote verdriet dat Connie heeft ervaren door het wegvallen van Ischa maakte dat zij misschien niet op de meest optimale manier naar Jessica heeft gereageerd. Haar gedrag heeft grote invloed op het zelfbeeld van Jessica en het duurt heel lang voordat Connie en zij hierover op een neutrale, uitgebalanceerde manier kunnen communiceren.

Het is simpelweg niet voorspelbaar hoe iemand onder extreme omstandigheden reageert en handelt. Dat blijkt ook wel als Nadine onder extreme druk staat tijdens haar verblijf met Ica in het Franse huisje. Ik vond het bijzonder beklemmend om te lezen hoe Nadine haar plan opstelt, hoe zij te werk gaat en hoe extreem afhankelijk zij is van Ica. Ica heeft al enige tijd niets geschreven en dat voert de spanning op. Nadine blokkeert zelf in haar schrijven zolang er geen nieuwe impuls van Ica komt. Daarom heeft zij een dubbel belang bij de heilzame invloed van het buitenleven in Frankrijk.

In de proloog wordt al de vraag gesteld of iemand met een alfabetisch gesorteerde boekenkast in staat zou zijn tot moord. Of het ook tot moord komt, dat ga ik hier echt niet vertellen 🙂 Wat ik hier nog wel wil vertellen, is de grappige opbouw van het boek. Het volgt de lijnen van een klassieke tragedie volgens de opvatting van Aristoteles. Het geheel is opgebouwd uit een aantal bedrijven en tussendoor komt er een koor opdraven om de verbinding tussen de bedrijven te duiden. Dit gaf iets extra’s aan het geheel.

Nadine vertelt aan Ica dat zij geen geheugen heeft voor planten- en bloemennamen, behalve voor het vergeet-mij-nietje. Tekenend voor de sfeer (zowel gespannen als zo nu en dan bijna hilarisch ontspannend) en de stijl is dan de terloopse opmerking van Ica dat Nadine dus blijkbaar dat plantje gehoorzaamt. Of deze roman zelf een vergeet-mij-nietje gaat worden? Daar ben ik nog niet helemaal van overtuigd. Het is nu, door de herkenbaarheid van Palmen en enige andere opgevoerde bekende personages, aantrekkelijk om te lezen, maar ik heb geen idee hoe dat voor bijvoorbeeld een volgende generatie lezers zal zijn. Eva Posthuma de Boer heeft een soepele en toch doordachte schrijfstijl. Daardoor was Ica in ieder geval een prettige leeservaring en dat is ook zeker wat waard.

Overigens mocht ik Ica lezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Mijn dank gaat uit naar Ambo Anthos voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Wil je weten wat mijn medebloggers over de roman Ica schrijven? Klik dan HIER.

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Moira’s invloed

Vakantiewerk in de thuiszorg. Dochterlief, studente psychologie, vat het samen als: “een beetje schoonmaken en veel, heel veel praten.” Zij heeft nu ervaren hoeveel mensen er op het randje van eenzaamheid leven. En hoe deze mensen uitkijken naar haar komst en haar praatje. Dit zijn dan tenminste nog mensen die ergens in een zorgcircuit zitten. Maar hoe groot is de groep mensen die nergens (meer) aansluiting hebben, in hun eigen wereld(je) leven en buiten de aandachtssfeer van buren, kennissen, zorginstanties en dergelijke zijn? Ik vermoed dat deze groep nog veel groter is dan de groep die af en toe een thuiszorgmedewerker over de vloer krijgt.

Tot die grote groep “onzichtbaren” hoort Paul Kastelein, de hoofdpersoon uit de roman De tussenkomst van Joris van Os (Uitgeverij De Brouwerij – Brainbooks). Als (vervroegd) emeritus hoogleraar planologie worstelt hij met de ledigheid van zijn leven. Niet dat dat anders was in de periode dat hij nog wel aan het werk was, nee, Paul Kastelein is altijd al een beetje afwijkend geweest. Geen vrouw, geen partner, geen vrienden, geen kennissen. Ideeën en plannen heeft hij genoeg, maar hij is, kortweg, sociaal nogal onhandig en dat is een belangrijke reden waarom er van enig sociaal leven weinig terecht komt. En hoe langer zo’n situatie duurt, des te meer gaat dat als “normaal” voelen. De schrijver laat Kastelein een prachtige vergelijking maken tussen zijn leven en een jas: die jas is niet mooi, maar hoe langer je die jas draagt (gewoonte/sleur), des te comfortabeler en draaglijker het aanvoelt. Maar de jas is daardoor nog steeds niet mooi.

In het eerste gedeelte van de roman leren we Paul kennen. Door het taalgebruik en de gehanteerde schrijfstijl word je als lezer simpelweg gedwongen het leestempo aan te passen aan het tergend langzame tempo in de wereld van Paul. We zien hem rondscharrelen in huis en in zijn buurtje (overigens een voor mij, als voormalige inwoner van Amsterdam-Zuid, zeer herkenbaar buurtje) en we zien zijn pogingen om excuses voor zijn leven te vinden. Excuses voor het stilstaan van zijn leven. En dat is volgens Paul te wijten aan Moira, de Griekse schikgodin van het lot. Als Moira een plan met jou heeft, dan is daar niet aan te ontkomen.

Paul krijgt bezoek van een kordate mevrouw van een voor hem onbekende organisatie, die hem in de richting van een seniorencafé probeert te krijgen. Deelnemen aan activiteiten in en rond dat café zou hem wellicht uit zijn sociale isolement kunnen halen. Goed bedoeld, maar dit komt volledig niet bij hem over. Kastelein ziet zichzelf met zijn ongeluk niet “gezellig” met andere ongelukkigen over dat gemis en al die mislukkingen praten. Ongeluk is immers niet zomaar inwisselbaar voor ander ongeluk (vrije quote: enkel en alleen omdat het allebei geld is, kun je toch niet zomaar een dollar verruilen met een yen).

Inmiddels ben ik dan al onder de indruk van het schrijverstalent van Van Os. Het academische wereldje, het vermeende ouwe-jongens-krentenbrood-gevoel, de manier waarop Kastelein met zijn bovenbuurvrouw, een straatjongetje, de plaatselijke boekverkoper en de prostituee Diana omgaat en zijn interne manier van redeneren worden treffend neergezet.

Kastelein begint te geloven dat Moira een plan voor hem heeft als hij onverwachts een nieuwe buurvrouw krijgt, Hella. Hella doet regelmatig een beroep op hem en daarin ziet Kastelein de aanwijzing dat hij het recht heeft om zich met haar leven te bemoeien. En dat doet hij dan ook zeer letterlijk. Hij matigt zich een steeds verdergaande positie aan. In zijn gesprekken met Hella en anderen (zoals de astroloog Arno Westerdijk) weet hij in mooie volzinnen, inhoudelijk alles goed te verwoorden. Zolang het tenminste niet over hemzelf gaat. Dit broeierige, beklemmende, verontrustende gedeelte van het boek deed mij terugdenken aan de spannende thriller Voor ik ga slapen van S.J. Watson (Ambo Anthos). In deze thriller draait het om Christine die door een voorval in haar verleden aan een bijzondere vorm van geheugenverlies lijdt. Elke ochtend wordt zij weer volledig “blanco” wakker. Als zij dan in haar dagboek leest, komen brokjes herinneringen terug en vallen langzaam maar zeker de puzzelstukjes op hun plek. Ik vond dit een goed opgebouwd verhaal, waarbij de mentale gevolgen van beïnvloeding en manipulaties zeer treffend zijn ingezet en beschreven.

Die mentale beïnvloeding heeft ook een belangrijke rol in de relatie tussen Paul en Hella. En hoewel Paul er in eerste instantie van overtuigd is dat Moira alles heeft voorbestemd, wordt het zelfs voor hem steeds lastiger om te blijven geloven dat hij op de juiste weg is. Uiteraard leidt dit alles tot een explosieve climax. Het slot van de roman is echt goed geconstrueerd. Van Os heeft hiervoor een mooie en zeer acceptabele situatie gebruikt.

Het grappige aan de roman De tussenkomst is dat het een ogenschijnlijk spontane combinatie is van diep doordachte filosofische stellingen en een bijna humoristische beschrijving van de lotgevallen van een oudere man die elk contact met de werkelijkheid al lang kwijt is. Gelukkig doe ik niet aan rubriceren en onderverdelen van boeken in genres, want dat zou bij dit boek nog een hele uitdaging worden. Ik houd het gewoon bij mijn conclusie dat het een prettige leeservaring was.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

De tussenkomst is mij door de uitgever ter beschikking gesteld, waarvoor mijn hartelijke dank.

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Wat zou je doen

Ken jij het liedje van de Zeeuwse band Bløf met de titel Wat zou je doen? De tekst van deze song heb ik nu al dagenlang in mijn hoofd, eigenlijk vanaf het moment dat ik de roman Mijn vader was een NSB’er heb gelezen (geschreven door Elmer den Braber, uitgegeven bij Uitgeverij De Spion). Met name het volgende tekstgedeelte spookt door mijn hoofd:

Zou je lachen, zou je schelden?
Zou je zeggen dat ik een klootzak ben?
Zou je janken, zou je vloeken?
Zou je zeggen dat je me niet meer kent?
Zou je lachen, zou je schelden – van verdriet?

“Wat zou jíj doen” is een vaak terugkerende vraag, bij boeken met thema’s waarbij er zelden een heel duidelijke lijn tussen goed en fout is te trekken. Zo ook bij het boek van Elmer den Braber. In deze roman draait het om Elsa, inmiddels weduwe en oma, die na jarenlang gezwegen te hebben over het familieverleden, nu besluit het relaas aan kinderen en kleinkinderen uit de doeken te doen. En de titel zegt wat dat betreft al genoeg: haar vader was een NSB’er. Elsa vertelt over haar jeugd, de oorlogsjaren in haar familie en de ontwikkelingen daarna.

Tijdens een door @Leestweeps georganiseerde twitterleesclubavond, waaraan ook de schrijver deelnam, is aan hem gevraagd waarom hij gekozen heeft voor de eendimensionale benadering, om het hele verhaal te vertellen vanuit het oogpunt van Elsa. Den Braber gaf aan dat hij daarmee beoogde het een persoonlijk verhaal te laten worden (“oma vertelt”) maar tegelijkertijd aan de lezer de ruimte te laten om een eigen mening te vormen over bijvoorbeeld het handelen van de vader van Elsa.

Vader, kruidenier in Weesp, sluit zich aan bij de NSB. Of hij dat nu alleen maar doet om zijn gezin te beschermen of dat hij het ook uit ideologie doet, blijft prachtig onduidelijk. Dit greep mij bij de keel. Wat zou ík doen in die situatie? Zijn beweegredenen blijven voor Elsa en daarmee ook voor ons, lezers, verborgen. Het was later ook niet meer mogelijk om daarnaar de vragen, want vader overlijdt kort na de bevrijding. Hij overlijdt in Kamp Vught. Hoe hij daar terecht is gekomen zou ik hier heel graag vertellen, want dat geeft een extra lading aan de vraag “wat zou jij zelf doen in die situatie?”. Zou jij, als je Elsa was, schelden, vloeken, zeggen dat vader een klootzak is? Laten we vooral niet vergeten dat Elsa op het moment van de bevrijding van Nederland 17 jaar oud is. In hoeverre kun je op die leeftijd het soort beslissing nemen dat zij neemt, in hoeverre ben je dan al in staat om de gevolgen van jouw handelen te overzien. In hoeverre heeft zij “het recht” om te doen wat ze doet? Echt, lees dit boek en ontdek wat er gebeurt en wat het met jou doet. Er waren overigens ook genoeg momenten dat ik mij ergerde aan het zelfmedelijden van Elsa en haar repeterende eigen bevestiging dat zij nergens invloed op had. Zij is voor mij niet zonder meer de held van het verhaal, maar dat lijkt mij ook geenszins de bedoeling van de schrijver. Het verhaal moest verteld worden.

De opstelling en levenshouding van vader deed mij overigens denken aan de opstelling van Daniël Maandag, de vader van de familie Maandag in de roman Koningin van de nacht van Yvonne Keuls (Ambo Anthos). Deze overduidelijk Joodse vader was bezeten van muziek. Hij was zo naief om te veronderstellen dat hij alle ellende zou kunnen omzeilen door een bewijs van niet-Joodse afkomst te kopen. Dream on. Maar wat zou jíj doen, als je met jouw eigen verstand er niet bij kan dat al die gruwelijkheden daadwerkelijk en heel dichtbij plaatsvinden? Hoe makkelijk is het om “achteraf, met de kennis van nu” vanuit een makkelijke stoel in een veilige omgeving, te oordelen over gedrag en besluiten van anderen.

De laatste tijd merk ik steeds vaker dat ik een onderscheid wil maken tussen enerzijds het thema van een boek en wat het met mij doet en anderzijds mijn mening over de manier waarop de schrijver het verwoord heeft, de kwaliteit van de schrijfstijl, de verrassende toepassing van stijlfiguren en dergelijke. Daarom introduceer ik hier twee termen die ik voortaan regelmatig in mijn publicaties zal gebruiken: de TQ en de BQ. Oftewel TQ: de kwaliteit van het thema (Theme-Quality) en BQ: de kwaliteit van het boek “als boek” (Book-Quality)

Ik zal er niet omheen draaien: de BQ van Mijn vader was een NSB’er vind ik maar middelmatig. Het kabbelende toontje van oma Elsa die haar familiegeschiedenis vertelt, kon mij niet boeien. Natuurlijk moest de indruk ook zijn alsof je bij Elsa in de kamer zit en naar haar verhaal luistert, maar die setting ging mij vervelen. De kwaliteit van de schrijfstijl, de opbouw van het boek, het taalgebruik, de sfeerbeschrijving, het maakte niet echt indruk. Een paar lelijke, slordige tikfouten (in de ebookversie die ik via de openbare bibliotheek had geleend) hadden ook geen gunstige invloed op de leeservaring als boek. Maar door de hoge TQ kon ik het toch niet laten om deze blogpost te schrijven. Zeker de vraag naar het hoe en waarom rondom de vader maakte op mij indruk. Het thema zal mij nog wel langer bezighouden. En dat is dan toch ook weer een compliment aan de schrijver 🙂

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Losgeslagen

De afgelopen periode had ik door twee boeken weer een duidelijk voorbeeld van (ongepland) parallel lezen, te weten door Kinderen van het ruige land van Auke Hulst (Ambo Anthos, eerder uitgegeven bij Meulenhoff) en De vrouw die de honden eten gaf van Kristien Hemmerechts (De Geus). In beide boeken is iemands achtergrond van enorme betekenis voor het heden. In een al wat oudere blogpost heb ik trouwens beschreven wat ik versta onder het verschijnsel “parallel en/of seriegeschakeld lezen” 🙂 .

Door mijn abonnement op Elly’s Choice mag ik elke maand 10 (!) ebooks downloaden, die dan ook mijn eigendom worden. Dus het moment dat ik één van die boeken lees, mag ik heerlijk helemaal zelf bepalen. In die maandelijkse toevoer zijn er regelmatig boeken waarover ik nog niet gehoord heb. Een voorbeeld daarvan is de roman Kinderen van het ruige land van Auke Hulst. Ik had wel gehoord dat er recent een nieuwe roman van deze schrijver op de markt kwam, dus dat vond ik een mooie aanleiding om dit eerdere boek, dat voor het eerst is uitgegeven in 2012, te lezen. De hoofdpersoon is Kai, die samen met zijn broer Kurt en zijn zusjes Shirley Jane en Deedee opgroeit op het noordelijke platteland van Groningen. En dat opgroeien gaat in een heel bijzondere, vrijgevochten sfeer en omgeving.

De vader van deze kinderen komt onverwachts te overlijden. Kai is op dat moment 8 jaar oud, zusje Deedee is nog een echte baby. Wat er dan volgt is een periode van opgroeien, oeverloos buiten spelen, dingen bouwen, schooieren, fantaseren over de andere sekse en worstelen met eigen identiteit en lichamelijke ontwikkeling. Dit zijn universele thema’s, maar voor lezers van mijn leeftijd (en iets jonger) geeft de plaatsing in de tijd een extra dimensie. Tijdens het lezen kwamen dan ook heel veel herinneringen bij mij naar boven en dat is absoluut een positief aspect. Maar het opgroeien voor deze kinderen gaat niet zonder slag of stoot en verdient zeker niet alleen maar het predicaat positief. Want eigenlijk is er geen sprake van enige opvoeding, enige sturing of structuur in hun leven. Hun moeder leeft volledig in haar eigen wereld en blinkt sinds het overlijden van haar man uit in fysieke en mentale afwezigheid. Zij is volledig losgeslagen en niet in staat tot opvoeden. De kinderen moeten zichzelf zien te redden (wat op een aantal momenten deed denken aan de roman Lord of the flies van William Golding; hoog tijd om dat boek eens te herlezen).

En toch en toch en toch. Ondanks die rare, extreme, vaak irritante en tot wanhoop drijvende manier van doen van moeder, kun je niet anders dan van haar houden. En dat doet Kai dan ook, zielsveel. Zij probeert uit alle macht de pijn van het overlijden van haar man te ontlopen, onder andere door voortdurend in beweging te blijven en de realiteit van alledag op haar eigen manier te vertalen. Ook bij Kai merk je dat hij zijn vader enorm mist. Halverwege de middelbare school kan hij steeds beter zijn gevoelens onder woorden brengen. Hij verzint zelfs een nieuw leven voor zijn vader. Al met al een aangrijpend verhaal. En de vraag is of deze jeugd bij Kai en zijn broer en zussen heeft geleid tot onherstelbare littekens en tot het onvermijdelijk ontsporen van de eigen levens. De indruk die ik kreeg, is dat met alle ups-and-downs dit gezin toch een manier van overleven en herpositioneren in het leven heeft gevonden.

Hoe anders is dat in het boek De vrouw die de honden eten gaf. Deze roman is geïnspireerd door en op het leven van Michelle Martin, de vrouw van Marc Dutroux, samen de twee meest gehate personen in België. De door Kristien Hemmerechts geschreven roman bestaat uit één lange monoloog van Odette. Zij overziet haar leven, haar jeugd, haar relatie met M. en de gebeurtenissen die haar gebracht hebben naar de plek waar zij nu al jaren verblijft: de gevangenis. Hoe “aantrekkelijk” zou dit boek zijn als het NIET was gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen die de wereld hebben geschokt? Ik vond namelijk die link met de werkelijke geschiedenis een extra dimensie toevoegen. Maar het heeft er niet toe geleid dat ik begrip of sympathie voor Odette ging voelen. Zij weigert, bewust of onbewust, verantwoording over eigen daden af te leggen. Steeds weer komt de manier waarop haar moeder met haar is omgegaan naar voren, net zoals de relatie tussen M. en Odette, maar ook de verhoudingen tussen M. en zijn ouders. In alle relaties was behoorlijk wat mis en ontbrak een veilige omgeving om op te groeien tot evenwichtige volwassenen. Odette heeft niet de kracht om te ontwaken uit haar apathie en zij lijkt niet te kunnen of te willen accepteren dat zij afgerekend moet en zal worden op haar eigen daden (of eigenlijk: niet-daden). De inhoud van dit boek is zo walgelijk en maatschappij-ontwrichtend, dat je bijna zou vergeten dat de schrijfster het relaas in een prachtige stijlvorm op papier heeft gezet.

Beide boeken zetten aan tot nadenken en tot een bewustwording dat niets is zoals het van afstand lijkt. Het kan lijken dat een moeder haar kinderen verwaarloost en aan hun lot overlaat, terwijl er binnen dat gezin juist een liefdevolle sfeer bestaat. En een vrouw met een relatie en een paar kinderen kan overkomen als normaal functionerend, terwijl zij mentaal volledig ontspoord is. Daarom blijft het verstandig niet te snel een oordeel over een situatie klaar te hebben.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Google glass

Soms zou ik willen dat ik een Google Glass had. Voor mijn werk ben ik namelijk regelmatig met de auto onderweg en tijdens deze autoritten kom ik vaak zulke mooie plaatjes tegen dat ik daar een foto van zou willen maken. Zoals de kerktoren ter hoogte van Zaltbommel (A2): de voet onzichtbaar in de mist, de spits prachtig oplichtend in het waterige ochtendzonnetje. Of de ontwikkeling van een onweersbui tegen de achtergrond van een schitterend kleurende avondlucht. Of de vertrouwde alledaagsheid van koeien en schapen, grazend in de wei, extra geaccentueerd door strijklicht. Helaas, met een snelheid van 120 à 130 km per uur is het lastig fotograferen 🙂

Bij al die mentale plaatjes maak ik voor mijzelf de mooiste verhalen. Voordat ik thuis ben, ben ik overigens al die verhaaltjes al lang weer vergeten. Maar wat zou er gebeuren als ik enig schrijverstalent had en die verhalen aan het papier zou toevertrouwen? Zou dat dan enigszins in de buurt komen van de verhalenbundel Hier blijf ik van Sanneke van Hassel (de Bezige Bij)? Leuk om over te dagdromen, maar ook niet meer dan dat. Want Van Hassel heeft een totaal eigen manier om in korte verhalen een bepaald beeld neer te zetten.

De leidraad bij die verhalen zijn foto’s die afkomstig zijn uit de foto-expositie De Kracht van Rotterdam (2012-2013). Nu onze zoon sinds kort in Rotterdam studeert en woont, ben ik extra geïnteresseerd in alles wat met deze stad te maken heeft. De foto’s, die dus niet door Van Hassel zelf zijn gemaakt, tonen (onderdelen van) Rotterdam bij dag en bij nacht. Ik lees niet vaak (korte) verhalen en daarom moet ik altijd weer even wennen als ik in een bundel begin. Ik moet echt even mijn draai vinden. Deze bundel is zeer duidelijk van structuur: een titel, een foto en twee pagina’s tekst. Bij de titel probeerde ik mij al voor te stellen wat er zou kunnen volgen, vervolgens checkte ik of de foto bij die veronderstelling paste (zelden!) om daarna te merken dat Van Hassel nog weer een andere invulling aan titel en foto heeft gegeven. Verrassend om zo steeds weer op een verkeerd been te worden gezet.

Een echte samenhang van de verschillende verhalen heb ik niet kunnen ontdekken. Behalve uiteraard dat het uitgangspunt steeds een Rotterdamse setting is. In de verhalen komt de multiculturele samenstelling van de stad uitdrukkelijk naar voren. Van Hassel schuift in een natuurlijk aanvoelende mix zowel mannen als vrouwen als centraal figuur naar voren, waarbij zij op kunstige wijze in een beperkt aantal zinnen tot de essentie doordringt.

Ik heb deze bundel mogen lezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Door de uitgever is mij een leesexemplaar ter beschikking gesteld, waarvoor mijn hartelijke dank. Ik weet vrij zeker dat ik uit mijzelf niet snel dit boek uit de schappen van de boekhandel had gepakt. Maar nu ik het gelezen heb, zet het mij wel weer aan tot nadenken en tot een verscherpt kritisch om mij heen kijken wat er zo al aan verhalen in mijn eigen omgeving valt te ontdekken. Dat is voor mij de grootste winst van deze bundel. Wie weet ontdek jij er weer heel andere elementen in. De enige manier om dat uit te vinden is: lezen!

Vóórdat ik meer wist over de inhoud en opzet van deze bundel verwachtte ik een werk à la Het Amsterdamse Beeldenboek. Dit beeldenboek heeft als ondertitel Vier eeuwen buitenbeelden en is een uitgave (in 1996) van het Amsterdamse fonds voor de Kunst in samenwerking met de Stadsdrukkerij Amsterdam. Ondersteund met foto’s worden de mooiste en meest interessante buitenbeelden in de stad besproken. Hoewel ik al jaren niet meer in Amsterdam woon, is het nog steeds “mijn” stad en blader ik nog regelmatig met veel plezier door dit boekje. Bestaat er ook zo’n boek over de gemeente waar jij woont? Ik zou het leuk vinden als jij dat hier of via mijn FB-pagina laat weten.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Voor de publicaties van de andere boekenbloggers van Een perfecte dag voor literatuur klik je HIER. Binnen deze boekenbloggersleesclub hebben wij al eerder aandacht besteed aan verhalenbundels, zoals Barrevoetse februari (Herta Müller – De Geus) en Saboteur (Marte Kaan – Ambo Anthos).

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review