Maandelijks archief: mei 2015

Wat zou je doen

Ken jij het liedje van de Zeeuwse band Bløf met de titel Wat zou je doen? De tekst van deze song heb ik nu al dagenlang in mijn hoofd, eigenlijk vanaf het moment dat ik de roman Mijn vader was een NSB’er heb gelezen (geschreven door Elmer den Braber, uitgegeven bij Uitgeverij De Spion). Met name het volgende tekstgedeelte spookt door mijn hoofd:

Zou je lachen, zou je schelden?
Zou je zeggen dat ik een klootzak ben?
Zou je janken, zou je vloeken?
Zou je zeggen dat je me niet meer kent?
Zou je lachen, zou je schelden – van verdriet?

“Wat zou jíj doen” is een vaak terugkerende vraag, bij boeken met thema’s waarbij er zelden een heel duidelijke lijn tussen goed en fout is te trekken. Zo ook bij het boek van Elmer den Braber. In deze roman draait het om Elsa, inmiddels weduwe en oma, die na jarenlang gezwegen te hebben over het familieverleden, nu besluit het relaas aan kinderen en kleinkinderen uit de doeken te doen. En de titel zegt wat dat betreft al genoeg: haar vader was een NSB’er. Elsa vertelt over haar jeugd, de oorlogsjaren in haar familie en de ontwikkelingen daarna.

Tijdens een door @Leestweeps georganiseerde twitterleesclubavond, waaraan ook de schrijver deelnam, is aan hem gevraagd waarom hij gekozen heeft voor de eendimensionale benadering, om het hele verhaal te vertellen vanuit het oogpunt van Elsa. Den Braber gaf aan dat hij daarmee beoogde het een persoonlijk verhaal te laten worden (“oma vertelt”) maar tegelijkertijd aan de lezer de ruimte te laten om een eigen mening te vormen over bijvoorbeeld het handelen van de vader van Elsa.

Vader, kruidenier in Weesp, sluit zich aan bij de NSB. Of hij dat nu alleen maar doet om zijn gezin te beschermen of dat hij het ook uit ideologie doet, blijft prachtig onduidelijk. Dit greep mij bij de keel. Wat zou ík doen in die situatie? Zijn beweegredenen blijven voor Elsa en daarmee ook voor ons, lezers, verborgen. Het was later ook niet meer mogelijk om daarnaar de vragen, want vader overlijdt kort na de bevrijding. Hij overlijdt in Kamp Vught. Hoe hij daar terecht is gekomen zou ik hier heel graag vertellen, want dat geeft een extra lading aan de vraag “wat zou jij zelf doen in die situatie?”. Zou jij, als je Elsa was, schelden, vloeken, zeggen dat vader een klootzak is? Laten we vooral niet vergeten dat Elsa op het moment van de bevrijding van Nederland 17 jaar oud is. In hoeverre kun je op die leeftijd het soort beslissing nemen dat zij neemt, in hoeverre ben je dan al in staat om de gevolgen van jouw handelen te overzien. In hoeverre heeft zij “het recht” om te doen wat ze doet? Echt, lees dit boek en ontdek wat er gebeurt en wat het met jou doet. Er waren overigens ook genoeg momenten dat ik mij ergerde aan het zelfmedelijden van Elsa en haar repeterende eigen bevestiging dat zij nergens invloed op had. Zij is voor mij niet zonder meer de held van het verhaal, maar dat lijkt mij ook geenszins de bedoeling van de schrijver. Het verhaal moest verteld worden.

De opstelling en levenshouding van vader deed mij overigens denken aan de opstelling van Daniël Maandag, de vader van de familie Maandag in de roman Koningin van de nacht van Yvonne Keuls (Ambo Anthos). Deze overduidelijk Joodse vader was bezeten van muziek. Hij was zo naief om te veronderstellen dat hij alle ellende zou kunnen omzeilen door een bewijs van niet-Joodse afkomst te kopen. Dream on. Maar wat zou jíj doen, als je met jouw eigen verstand er niet bij kan dat al die gruwelijkheden daadwerkelijk en heel dichtbij plaatsvinden? Hoe makkelijk is het om “achteraf, met de kennis van nu” vanuit een makkelijke stoel in een veilige omgeving, te oordelen over gedrag en besluiten van anderen.

De laatste tijd merk ik steeds vaker dat ik een onderscheid wil maken tussen enerzijds het thema van een boek en wat het met mij doet en anderzijds mijn mening over de manier waarop de schrijver het verwoord heeft, de kwaliteit van de schrijfstijl, de verrassende toepassing van stijlfiguren en dergelijke. Daarom introduceer ik hier twee termen die ik voortaan regelmatig in mijn publicaties zal gebruiken: de TQ en de BQ. Oftewel TQ: de kwaliteit van het thema (Theme-Quality) en BQ: de kwaliteit van het boek “als boek” (Book-Quality)

Ik zal er niet omheen draaien: de BQ van Mijn vader was een NSB’er vind ik maar middelmatig. Het kabbelende toontje van oma Elsa die haar familiegeschiedenis vertelt, kon mij niet boeien. Natuurlijk moest de indruk ook zijn alsof je bij Elsa in de kamer zit en naar haar verhaal luistert, maar die setting ging mij vervelen. De kwaliteit van de schrijfstijl, de opbouw van het boek, het taalgebruik, de sfeerbeschrijving, het maakte niet echt indruk. Een paar lelijke, slordige tikfouten (in de ebookversie die ik via de openbare bibliotheek had geleend) hadden ook geen gunstige invloed op de leeservaring als boek. Maar door de hoge TQ kon ik het toch niet laten om deze blogpost te schrijven. Zeker de vraag naar het hoe en waarom rondom de vader maakte op mij indruk. Het thema zal mij nog wel langer bezighouden. En dat is dan toch ook weer een compliment aan de schrijver 🙂

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Wie is de Mol?

Een boek met een mooi begin, een meanderend tussenstuk en uiteindelijk een duidelijk eind. Voor vele lezers het ideale concept. Voor die lezer heb ik een advies: lees de roman De schaduw van de Mol van de Vlaamse schrijver Bob van Laerhoven (Houtekiet). En bekijk dan eens wat dit boek met jou doet. Het kan zo maar zijn dat dit boek jou volledig uit het lood slaat, dat je geen idee hebt wat je nu eigenlijk gelezen hebt, wat er is gebeurd en hoe het verder gaat. Maar tegelijkertijd kan dat een hele fijne leeservaring zijn. Want één ding durf ik dan wel te stellen: dit verhaal ligt naar alle waarschijnlijkheid buiten jouw comfortzone.

De primaire setting van het verhaal in De schaduw van de Mol is het noordoosten van Frankrijk in de tweede helft van de Eerste Wereldoorlog. Oorlogsterrein, loopgraven. De jonge psychiater (in opleiding) Michel Denis is zelf bij een aanslag gewond geraakt, hij is zijn rechterarm kwijt. Desondanks blijft hij in het leger en doet hij wat hij kan om anderen te helpen. Er wordt een man gevonden die aan een verregaand geheugenverlies lijdt. Omdat niemand weet wie of wat hij is, wordt deze man de Mol genoemd. Denis vat een persoonlijke interesse op voor de Mol om te achterhalen waar dit geheugenverlies vandaan komt. Is er sprake van “shellshock“, aanstellerij of schizofrenie? De Mol krijgt een grijs schrift ter beschikking en gaat als een bezetene aan het werk. In onderdelen komt er van zijn hand een heel bijzonder verhaal te voorschijn. Dit wordt in het boek heel kenmerkend aangegeven doordat deze onderdelen op grijze pagina’s zijn gedrukt.

Dwars hier doorheen loopt dan nog de relatie tussen Denis en Marie Estrange, oorlogverpleegster uit morele overwegingen. De intensiteit van deze relatie is onlosmakelijk verbonden met de persoonlijke ontwikkeling die beide personen doormaken.

Het kwam soms op mij over alsof de schrijver over heel veel thema’s zou willen schrijven en nu zijn kans schoon zag om dat allemaal aan elkaar te knopen in één allesomvattend verhaal. Dat maakte het voor mij tot een genot om te lezen. Zoveel elementen waarover ik ook nadat ik het boek uitgelezen heb, nog kan en zal blijven nadenken. Ik voelde een lichte mate van frustratie toen ik de laatste letters gelezen had. Ik had nog zo veel meer willen weten en inmiddels had ik echt het gevoel een band te hebben opgebouwd met Michel Denis en zelfs met Marie Estrange. Is het boek dan niet af? Jawel! Het is precies goed. Het geeft genoeg om het een compleet verhaal te laten zijn en het laat genoeg achterwege om de eigen verbeelding te blijven prikkelen.

En dat vind ik zelf steeds weer het heerlijke van lezen: het ontdekken van andere werelden, het “ontmoeten” van allerlei mensen van verschillende pluimage, het kennismaken met andere opvattingen en overtuigingen en, last but not least, het “verplicht” moeten nadenken over het thema in het verhaal maar ook de uitwerking daarvan in mijn eigen leven.

Nu het hier om een barstensvolle roman gaat, heb ik ook een overdaad aan associaties om te noemen. Voor elk onderdeel was er wel een herinnering aan een eerder gelezen boek. Ik moest bijvoorbeeld even aan Harry Potter denken op de momenten dat één van de personen in de roman van Van Laerhoven het gevoel had dat er een Ander voor of namens hem dacht en aanstuurde. In de boekenreeks van Harry Potter wordt gebruik gemaakt van “legilimentie en occlumentie” om in andermans hersenpan te sluipen of juist om te voorkomen dat jouw hersenen en geheugen door een ander worden overgenomen. Verder verzuchtte ik meerdere malen wat een enorm werk de schrijver op zijn hals heeft gehaald met een roman als deze. Alle historische feiten en plaatselijke omstandigheden moeten kloppen, de status van de psychiatrische wetenschap moet corresponderen met die tijd, het woordgebruik moet passen bij de situatie van een eeuw geleden en ga zo maar door. Elke schrijver heeft waarschijnlijk heel veel voorwerk te doen, maar bij een roman als De schaduw van de Mol valt het nog meer op, net zoals bij de gedetailleerde trilogie over de 20e eeuw van Ken Follett. De sfeer van de roman deed mij ook af en toe terugdenken aan de verbijsterende roman Het Parfum van Patrick Süskind, waarbij Jean-Baptiste een heel bijzondere persoonlijke ontdekkingsreis maakt.

Vandaag maak ik echter de keuze om een verbinding te leggen met een roman van Arthur Japin, met de titel Een schitterend gebrek (Singel Uitgeverijen – de Arbeiderspers). Hoewel dit verhaal zich nog enkele decennia eerder afspeelt, waren er elementen die ik als overeenkomsten zie. Dit kwam met name naar voren in de beschreven sfeer van het dagelijks leven in die tijd en door de scene waar uitdrukkelijk gebruik wordt gemaakt van een masker om de ware identiteit verborgen te houden. In Een schitterend gebrek heeft het masker ook een zeer bepalende functie. Verder is het bijna niet meer voor te stellen hoe het moet zijn om te leven in een wereld zonder stromend water, elektriciteit, internet ….. Er is ook veel veranderd ten aanzien van de beleving van (persoonlijke) hygiëne en de invulling van omgangsnormen.

Overigens heb ik met de schrijver Arthur Japin een soort haat-/liefdeverhouding, net zoals met Leon de Winter. Op de een of andere manier voel ik een zekere weerstand om hun boeken goed te vinden, terwijl ik aan de andere kant ook steeds weer erg nieuwsgierig ben naar “wat ze nu weer gepubliceerd hebben” 🙂 Heb jij dat ook met een schrijver? Laat het mij in een reactie onder deze blogpost weten of reageer via mijn facebookpagina. Reacties worden op prijs gesteld.

Aan het begin van deze blogpost gaf ik het leesadvies over De schaduw van de mol aan lezers die een bepaald verwachtingspatroon hebben, met mijn goedbedoelde insteek om aan te zetten tot lezen buiten de gebaande paden. Maar ook voor lezers die sowieso wel geïnteresseerd zijn om eens wat anders te lezen, is deze roman zeker een aanrader. Ik ben de schrijver en de uitgever dankbaar voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Big Books

Ik geef het ruiterlijk toe: ik ben verslaafd. Ik ben volledig verslaafd aan het tv-programma Voetbal International bij RTL 7. Ik heb eigenlijk niet veel met voetbal, maar ik vind het uitermate fascinerend hoe vier mannen aan één tafel schijnbaar moeiteloos anderhalf uur weten te vullen met voetbalpraat. En dat twee keer per week, week in week uit. Soms verstop ik mij op maandag- en vrijdagavond achter een boek en doe ik alsof ik met iets anders bezig ben, maar manlief weet haarfijn dat ik gewoon meekijk, een heerlijke manier van ontspannen. Ik kan genieten van het vaste trio en van de puurheid van Jan Boskamp, de droge humor van Valentijn Driessen, de extreme uitingen van Hans Kraay jr en de manier van praten en doen van Wim Kieft.

Tja en als het dan over “verslaafd” gaat is het bruggetje naar Wim Kieft snel gemaakt. Enige tijd geleden las ik het boek Kieft, geschreven door Michel van Egmond. In dit boek gaat het niet zo zeer over de voetballer Kieft, maar over de persoon Kieft die in het diepste geheim jarenlang heeft geworsteld en geleden onder een ernstige alcohol- en cocaïneverslaving. Van Egmond verstaat de kunst om het relaas van Kieft over die periode in zijn leven, inclusief de manier waarop hij leerde met zijn verslaving te dealen, zodanig aan het papier toe te vertrouwen dat je voortdurend het gevoel hebt dat Wim Kieft bij je in de woonkamer zit te praten.

Uiteindelijk weet hij weer grip op zijn leven te krijgen via de NA, de Narcotic Anonymous. Dit is een hulpgroep voor verslaafden waarbij gebruik wordt gemaakt van een strak stappenplan (werkboek). Wat ik er van begrijp is dit stappenplan gestoeld op een religieuze c.q. christelijke overtuiging dat er een god of ander “opperwezen” is die ons kan helpen de juiste weg te vinden en op die weg te blijven. Opvallend vind ik dat deze benadering blijkbaar ook werkt bij diegenen die mogelijk helemaal geen eigen religieuze overtuiging hebben. Hoewel ik moeite heb om te snappen dat iemand “zomaar” eens een lijntje coke gaat snuiven, vond ik het bijna aandoenlijk om te lezen hoe Kieft weer vorm en inhoud aan zijn leven probeert te geven, met alle financiële sores die daar bij horen, maar met name ook met alle emoties die samenhangen met het voortdurend kwetsen en afstoten van personen die hem juist heel dierbaar zijn.

Dezelfde verbazing voelde ik opnieuw tijdens het lezen van de roman Tonic  van Ralf Mohren (Meulenhoff). Bij ‘tonic’ denk ik, eerlijk gezegd, meteen aan ‘gin-tonic’, een heerlijk drankje voor zwoele dagen en nachten. Dus als ik een boek tegenkom met de titel Tonic, dan heb je mijn interesse 🙂

In deze roman draait het om Arthur Poolman, een man met een zware alcoholverslaving. In eerste instantie irriteerde hij mij behoorlijk, doordat de schrijver in mijn ogen op een luchtige, stoere manier vormgeeft aan het destructieve optreden van Arthur. Het kwam op mij over alsof de ik-figuur het eerder indrukwekkend dan zorgwekkend vond dat hij steeds meer van alcohol afhankelijk werd. Gaandeweg het verhaal kon hij echter steeds meer op mijn sympathie en fictieve steun rekenen. In zijn proces om te ontdekken wat de verslaving veroorzaakt en wat zijn valkuilen zijn, komen zijn angsten, onzekerheden en twijfels langzaam maar zeker meer boven tafel en werd hij voor mij meer “mens”.

Ook Arthur wordt als hij eenmaal tot zich heeft laten doordringen dat de bodem nu echt bereikt is, aan het werk gezet. Hij krijgt de opdracht om het “Big Book” aan te schaffen, de “alcoholbijbel”, in samenhang met het stappenplan dat bij de AA (Anonieme Alcoholisten) wordt gebruikt. Vergelijkbaar dus met de aanpak bij de NA.

Het stemt tot nadenken dat bij de NA én bij de AA gebruik wordt gemaakt van een “christelijk stappenplan” dat steun biedt ongeacht de eigen achtergrond. Misschien is de vanzelfsprekendheid waarmee het bestaan van een god wordt gepresenteerd, juist een houvast in zo’n turbulente periode?

In beide boeken komt nadrukkelijk naar voren dat een verslaving ongelofelijk veel tijd (en energie) kost. De persoon in kwestie is eigenlijk voortdurend bezig met er voor zorgen dat aan de behoefte kan worden voldaan. De uitdaging voor Arthur Poolman is dan ook om te bedenken hoe hij, eenmaal droog, de ruimte gaat vullen die voorheen werd volgegoten met drank.

Kortom, Kieft en Tonic zijn naar mijn mening bijzondere boeken om minimaal twee redenen. Ten eerste uiteraard het thema: verslaving. De impact die een verslaving op het leven van de verslaafde maar ook op de levens van de mensen in diens omgeving heeft, is immens. Als je niet belast bent met het “verslavings-gen” is het moeilijk voor te stellen dat iemand zichzelf zo in de nesten kan werken met een puur destructieve levenshouding. Het is simpel gezegd een ziekte en genezen is er niet echt bij. Het risico van een terugval blijft voortdurend op de loer liggen.

De tweede reden ligt veel dichter bij mij: de schrijfstijl, de opbouw en het taalgebruik. Bij Van Egmond vind ik het razend knap dat je Wim Kieft echt hoort praten. Bij de roman van Mohren vond ik de structuur van het boek heel verrassend. Er lopen chronologisch gezien enige verhaallijnen door elkaar, met de “feestweek” die uiteindelijk leidt tot de aanmelding bij de crisis opvang, een terugblik hoe Arthur onder invloed van de drank zijn leven probeerde te leven en het proces vanaf de opvang tot nu. De gevoelens van onzekerheid en de persoonlijke onrust die ook na jaren toch nog voortwoekert, kwamen duidelijk bij mij binnen. Ik was vooraf helemaal niet van plan om over Tonic te schrijven, maar ik werd er toch zo door geraakt dat deze blogpost het gevolg is.

Ik ben zeker niet vies van alcohol, maar ik prijs mijzelf gelukkig dat ik weet dat ik geen afhankelijkheid van drank heb. En ik heb het idee dat ik het ook wel zou overleven zonder twee keer per week Voetbal International. Maar dat neemt niet weg dat ik van harte hoop dat de mannen voorlopig met hun praatprogramma “voor mannen” doorgaan!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Pen en zwaard

“Het is maar een boek. Gewoon een boek. Zoals er zo veel zijn.” Dit kan ik als een mantra blijven herhalen, maar geloven ga ik het niet. Want Alleen met de goden van Alex Boogers is niet gewoon een boek. Het is 519 pagina’s lang een beleving, een onderdompeling, een confrontatie met alles wat je misschien zou willen negeren en ontkennen.

Meer dan 500 pagina’s kan afschrikken, maar heus, je merkt er helemaal niets van. Deze roman heeft namelijk precies de lengte en omvang die het nodig heeft. Als lezer worden we meegenomen in het leven van Aaron Bachman, vanaf ongeveer zijn zesjarige tot aan zijn drieëntwintigjarige leeftijd. Met een tegelijk rauwe en soepele schrijfstijl loodst Boogers ons langs en door de ontwikkeling die Aaron meemaakt. Aaron groeit op in een achterstandsbuurt, in een ontwricht gezin. Zowel zijn vader als zijn moeder hebben een harde, gewelddadige manier van praten en handelen. Zijn vader, “Papa Leeuw”, komt in de gevangenis terecht en vanaf dat moment lijkt het allemaal van kwaad tot erger te gaan. De jonge Aaron heeft geen idee wie hij eigenlijk is en wat er van hem in het leven wordt verwacht. Hij leeft zijn leven op straat, op school en “thuis”. Eigenlijk is hij alleen maar gelukkig als hij verdiept zit in de stripboeken van zijn oma en veel later in de boeken die zijn muziekleraar Broere hem aanreikt. De hoofdpersonen in de stripboeken en de schrijvers van die boeken zijn voor hem zijn helden, zijn goden.

Aaron ontdekt dat hij een vechter is, een jager. De woede en de onrust die hij zijn leven lang al in zich voelt, moet hij leren beheersen en functioneel inzetten. Bij deze ontwikkeling wordt hij (soms bijna zijdelings) geholpen door de eigenaar van het plaatselijke dierenasiel, door de muziekleraar, door opa (die weliswaar de meeste tijd afwezig is, maar die wel belangrijke brieven aan hem stuurt met daarbij boeken die voor Aaron van enorme invloed zijn) en door Arturo, kortweg Art. Art is de trainer van de sportschool waar Aaron zich als vechter/kickbokser perfectioneert. Art gelooft heilig in hem en maakt het voor hem mogelijk om met het boksen bezig te zijn. Door de boeken en brieven van opa begrijpt Aaron dat zijn ontwikkeling gericht moet zijn op de twee wegen van “de pen” en “het zwaard”, zoals dat voor een samoerai geldt. Zijn lichaam is zijn zwaard, zijn vlijmscherpe wapen. Zijn pen is hier heel letterlijk, omdat Aaron al van jongs af aan zijn nachtelijke onrust van zich afschrijft door schrift na schrift te vullen met beelden en verhalen. Wát hij schrijft, houdt hij voor iedereen verborgen. Tot het moment dat hij zich realiseert (mede door de voortdurende zachte dwang die Broere op hem uitoefent) dat dat niet dé weg is. Dat is ook het moment dat we afscheid nemen van Aaron, zodat hij zijn eigen leven kan gaan leven met de mensen die hij daarbij nodig heeft.

Dwars door deze ontwikkeling loopt de persoonlijke vraag van Aaron wie zijn vader precies is, maar ook wie zijn moeder eigenlijk is. Zijn moeder scheldt hem de huid vol, slaat hem, spuugt op hem en zegt hem keer op keer dat zijn geboorte haar leven voor eeuwig verwoest heeft. Wat doet dat met hem? Maar ook, wat doet dat met haar? Je hoopt steeds dat zij elkaar leren “verstaan”, maar dat lijkt heel lang een onmogelijkheid. Als er dan uiteindelijk toch een gesprek is tussen moeder en zoon, op een locatie waar Aaron niet anders kan dan luisteren, was dat voor mij wel even een tranentrekker. Het is een keihard leven, voor moeder, vader en zoon. De uitdrukking “als je als dubbeltje geboren wordt, word je nooit een kwartje” komt meer dan eens voorbij. Af en toe voelde ik mij plaatsvervangend beschaamd dat de samenleving zo in elkaar steekt. En toch vind ik het een positief boek. Zeker het einde biedt hoop en perspectief voor Aaron en voor alle jonge mensen die door hem gesymboliseerd worden.

Door die “pen en zwaard”-ontwikkeling voor een krijger/samoerai moest ik terugdenken aan Joe Speedboot van Tommy Wieringa (de Bezige Bij). Deze associatie ligt natuurlijk voor de hand, omdat in het boek van Wieringa het “pen(seel) en zwaard”-thema een belangrijke invloed heeft op het leven van de verteller, Frans. De jonge Frans zit na een dramatisch ongeluk in een rolstoel en heeft bijna al zijn energie nodig om zijn spastische en onwillige lijf enigszins onder controle te houden. Door zijn lichamelijke en psychische toestand leidt hij een leven dat behoorlijk afwijkt van standaard. Zijn maatje Joe neemt hem regelmatig op sleeptouw en samen beleven zij allerlei avonturen, kort gezegd. En ook zij worden ouder en doen levenservaring op. Deze levenservaring wordt ingekleurd door het behoorlijk dwangmatige schrijven van Frans, gevolgd door zijn obsessie om met arm-drukken de wereldtop te bereiken. De troosteloosheid van die tijd en van de omgeving is een overeenkomst met Alleen met de goden, de visie op de toekomst wordt naar mijn mening in beide boeken juist anders behandeld.

Joe Speedboot heb ik nog niet zo lang geleden gelezen. Als jij mij volgt op Goodreads, heb je misschien gemerkt dat ik niet erg positief oordeelde over Joe Speedboot. Het was de eerste roman die ik van Tommy Wieringa las en ik had de lat erg hoog gelegd. Dat is misschien niet helemaal reëel, maar dat is ook het risico van een openbaar imago door televisieprogramma’s, -series en radio-interviews. Wieringa had ik al zó vaak gezien en gehoord, dat ik daarmee een pittig verwachtingspatroon had. Alex Boogers schijnt al een flinke hoeveelheid boeken te hebben geschreven, maar ik had nog nooit iets van hem gelezen en (ja, dat durf ik toe te geven) eigenlijk had ik ook nog niet eerder over hem gehoord. Dat maakte het misschien eenvoudiger om onbevooroordeeld meegevoerd te worden door Boogers. En mij interesseert het zelden  of een boek een autobiografisch karakter heeft. Het gaat mij om de manier waarop een schrijver zijn eigen of zijn verzonnen verhalen aan het papier toevertrouwt. En de manier waarop Boogers dat doet, bevalt mij zeer.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn medebloggers van Een perfecte dag voor literatuur plaatsten hun artikelen over deze roman op 30 april. Teruglezen kan natuurlijk nog steeds, via deze link. En uiteraard gaat mijn dank uit naar Uitgeverij Podium voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar en naar Cathelijne Esser voor haar moed en overtuiging om dit boek op de lijst te zetten.

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review