Tagarchief: arbeiderspers

Mindset

Vertel eens: heb jij Anna Karenina van Tolstoj gelezen? En Naar de vuurtoren van Virginia Woolf? En hoe zit het met Moby Dick van Herman Melville, Het grauwe huis van Charles Dickens en James Joyces Ulysses?  Allemaal, stuk voor stuk, boeken die horen tot de top van de wereldliteratuur. Ik heb de meeste van deze boeken niet gelezen (ook al ligt Naar de vuurtoren sinds afgelopen Boekenweek wel op mij te wachten en herlees ik bijvoorbeeld regelmatig Jane Eyre) en ik heb er totaal geen last van dat ik dergelijke kost (nog) niet op mijn “gelezen-lijst” heb staan. Waar ik wel last van heb, is het gevoel dat Peter Mendelsund mij geeft via zijn boek Wat we zien als we lezen (Atlas Contact). Hij geeft mij namelijk het gevoel dat ik als lezer eigenlijk niet meetel als ik de aan het begin genoemde werken (of boeken van een dezelfde niveau) niet heb gelezen. En daar erger ik mij aan.

wat we zien als we lezen

Ik had een totaal ander boek verwacht, misschien wat naïef van mijn kant. Ik had gedacht en gehoopt dat dit boek leuk zou zijn om te lezen, met een heleboel herkenning van “o ja, zo ervaar ik het ook”, grappige constateringen en leuk bedachte bruggetjes. Niets van dat al. Het is een pseudo-wetenschappelijke onderbouwing van de eigen mening van Mendelsund. Pseudo, want hij kan er wat mij betreft nog zo veel voorbeelden uit de door hem zo vaak herlezen wereldliteratuur bijhalen, het blijft een heel boek lang het boekstaven van zijn eigen opvattingen. En dat is natuurlijk helemaal niet vreemd voor een auteur, maar dit keer kan en wil ik er simpelweg niet in meegaan.

Bij het horen van de titel Wat we zien als we lezen ging mijn eigen fantasie meteen op volle toeren werken. Mijn associatieve gevoel sprong heen en weer tussen de Suske&Wiske’s uit mijn jeugd, de zeven delen uit de Harry Potter-serie, herinneringen aan uitspraken van mijn vader, filosofische teksten die ik in de loop der tijden heb gelezen en nog zo wat. Geen van deze associaties lijkt op iets wat Mendelsund naar voren brengt.

Misschien ben ik al heel jong door mijn moeder “verpest”. Zij was een meester-voorlezer. Zij was in staat om een Suske & Wiske zó voor te lezen dat ik de plaatjes niet nodig had om het verhaal te begrijpen. Met haar stem, haar intonatie en timbre wist zij voor mij de plaatjes te “tekenen”. En dat ben ik blijven doen: zelf invulling geven aan wat ik lees, soms los van wát ik lees. Zo zijn bijvoorbeeld alle leden van de familie Malfidus stelselmatig in mijn beleving zwartharig, terwijl toch echt steeds in de boeken van J.K. Rowling over Harry Potter wordt benadrukt dat zij allemaal ultiem blond zijn. En ja, ook mij overkomt het regelmatig dat ik een hoofdpersoon “voor mij zie”, terwijl ik op dat moment echt geen letterlijke beschrijving van dat personage kan geven. Maar dat boeit mij ook niet.

Mendelsund eindigt zijn boek met een quote uit het eerder genoemde werk van Virginia Woolf: “het was wazig”. Daarmee geeft hij wat mij betreft de beste samenvatting van zijn eigen boek. Voor mij is het nog steeds volstrekt onduidelijk wat hij nu eigenlijk wil zeggen of bewijzen. Door het irritant veel gebruik van vakjargon en de gebruikte voorbeelden, gaf hij mij dus het gevoel dat je niet meetelt als je je tijd af en toe besteedt aan “simpele boekjes”. En verder irriteerde het mij bovenal dat ik niet de vrijheid van hem kreeg om een andere mening, een andere onderbouwing voor hetzelfde verschijnsel te hebben.

Omwille van deze blogpost (die ik schrijf in het kader van mijn deelname aan de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur) heb ik het boek een tweede keer gelezen. Ik heb daarbij geprobeerd mijn frustratie van de eerste keer te negeren. En natuurlijk verging het mij nu meer zoals Mendelsund zelf beschrijft over het lezen van zijn favoriete boeken: eerste keer er doorheen snellen voor de grote lijn, tweede keer meer aandacht voor details en bijzonderheden (vrije quote). Maar uiteindelijk werd ik niet milder gestemd. Halverwege het boek raakte Mendelsund mij weer kwijt (of ik hem 🙂 ). En wat overheerst is toch het gevoel van arrogantie van iemand die in principe in een ander deelgebied van de uitgeverswereld zijn werkzaamheden heeft (als ontwerper van boekomslagen, en eerlijk is eerlijk, daarin is hij heel bedreven) en daaraan het idee ontleent dat iemand op zijn mening zit te wachten.

Natuurlijk zie ik ook wel dat Mendelsund veel tijd en aandacht aan dit boek heeft besteed. Zeker de vormgeving met bij de tekst passende illustraties en “verbeeldingen” maakt het een bijzonder boek. Door mijn eigen mindset en verwachtingspatroon komt het op dit moment tussen ons niet meer goed. Dat gebeurt mij niet vaak, maar uniek is het niet.125 x 200 WT Door mijn verwachtingspatroon  over bijvoorbeeld Joe Speedboot van Tommy Wieringa (de Bezige Bij), dat uiteindelijk niet aansloot op de inhoud van die veel geprezen roman, heb ik er op Goodreads slechts 2 (van de 5) sterren aan toegekend. Een ander voorbeeld dat ik nog vers in mijn geheugen heb is de door velen bejubelde roman Dorsvloer vol confetti van Franca Treur (Prometheus). Mijn mindset zorgde ervoor dat ik dolgraag die dorsvloer zou willen schoonvegen om het vervolgens voor altijd de rug toe te keren.

Toch nog even een positief geluid? Het deed mij goed dat Mendelsund de dichter Wordworth aanhaalt. Een gedicht van deze Engelse dichter had ook grote invloed op de hoofdpersoon in De linkshandigen, een roman van Christiaan Weijts (de Arbeiderspers). En die roman las ik precies op het juiste moment met de juiste mindset!

Simpele conclusie dit keer: Wat we zien als we lezen is niet aan mij besteed. Misschien denken mijn medebloggers van Een perfecte dag voor literatuur hier anders over. Dit kun jij uitvinden via deze LINK.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Dat mijn oordeel over het boek van Mendelsund niet zo positief is, doet niets af aan mijn dank aan de uitgever voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

PS Binnenkort gaat mijn boekenblog verder op http://www.theonlymrsjo.nl. Op dit moment publiceer ik mijn blogposts nog hier én daar, maar dat gaat veranderen. Wil je niets missen? Ik zou het leuk vinden als jij je abonneert op mijn blog. Dat kan via http://www.theonlymrsjo.nl/.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review

“Memento mori”

Zondag (20 september 2015) kwam het bericht dat Jackie Collins is overleden. Zij is, naast jet-setter en zus van Joan, bij een groot publiek bekend om haar vele boeken. En (bijna) het eerste wat ik dacht was: “ik heb nog nooit een boek van haar gelezen, moet ik toch eens doen.”

buitenvrouw zwagermanDeze gedachte had ik ook toen onlangs het verbijsterende nieuws naar buiten kwam dat Joost Zwagerman niet meer onder ons is. Ook van hem heb ik nog nooit iets gelezen. Dat wil zeggen, ik ben ooit, jaren geleden, begonnen in De buitenvrouw (de Arbeiderspers, thans Singel Uitgeverijen), maar de drie weken uitleentermijn van de plaatselijke bibliotheek was om voordat ik er erg in had. Daarna is het bij een voornemen om een roman van hem te lezen, gebleven. Overigens is de kans dat ik nog eens een Zwagerman lees, aanzienlijk groter dan de kans dat ik een Jackie Collins lees 🙂 .

Het gevoel van misschien toch te laat zijn met iets en achter de feiten aan te lopen, heb ik zeker al eens eerder gehad. Dat was na het overlijden van An Rutgers van der Loeff (in 1990). Zij was in de vorige eeuw een productieve Nederlandse schrijfster. Hoewel zij ook een aantal romans voor volwassenen heeft geschreven, is zij vooral bekend geworden met haar kinder- en jeugdboeken. Natuurlijk had ik veel en vaak over haar gehoord, maar gelezen ho maar. Na haar overlijden ben ik op een holletje naar de boekhandel gegaan en heb Lawines razen en De kinderkaravaan aangeschaft (en gelezen). Beide romans zijn uitgegeven bij Uitgeverij Ploegsma. Lawines razen os02De kinderkaravaan is oorspronkelijk uitgegeven in 1949 en betekende destijds de doorbraak voor Rutgers van der Loeff. En ik heb van beide jeugdboeken genoten, omdat zij bijzondere onderwerpen onder de aandacht bracht en naar mijn mening ook echt trachtte om lezers aan het nadenken te krijgen. Maar toch gaf het mij ook een beetje een melancholisch gevoel, namelijk dat ik nooit meer aan de schrijfster zou kunnen vertellen hoe mooi ik haar werk vond.

Aan de andere kant geeft het feit dat een schrijver niets meer kan veranderen in een volgende druk of er alsnog een voorwoord of nawoord bij kan schrijven, juist weer iets extra’s. Het boek is dan letterlijk af. Ik moet dan altijd denken aan de sketch van Wim Kan (ik ben benieuwd hoeveel van mijn volgers nog weten wie Wim Kan was en hoeveel invloed hij als cabaretier op onze samenleving heeft gehad) over zijn huishoudster. Deze sketch is al zo oud, dat ik er geen informatie over heb kunnen terugvinden op internet, dus misschien heb ik het iets anders onthouden dan de oorspronkelijke versie. De strekking is hetzelfde. De huishoudster heeft bij het afstoffen van de piano, waarop de buste van Mozart staat, per ongeluk de buste laten vallen. Er is een stukje afgebroken. Dus de huishoudster zegt vervolgens, enigszins paniekerig, tegen Wim Kan: er is een stuk van Mozart af. Waarop Wim Kan bij zichzelf denkt: “ach, het mens weet niet beter. Zij weet niet dat alle stukjes van Mozart al jaren af zijn”. Briljant eenvoudig en daardoor scherpzinnige humor.

Als ik nu toch lekker op dreef ben om een graai in de oude doos te doen, meld ik hier ook nog even dat ik binnenkort (met een aantal medebloggers van Een perfecte dag voor literatuur) naar Den Haag ga, naar de tentoonstelling met de veelzeggende titel “Omdat ik iets te zeggen had“. Dit is een tentoonstelling aan de hand van documenten uit het archief van een aantal musea en privécollecties over de activiteiten van Nederlandse schrijfsters uit de negentiende eeuw. Ik ben erg nieuwsgierig naar de samenstelling van deze tentoonstelling. Op mijn facebookpagina zal ik misschien t.z.t. wat sfeerfoto’s plaatsen over ons uitstapje.

mijn geheimEn dan, tot slot, even terug naar het begin. Het overlijden van Jackie Collins. Voor mij is het onmogelijk om aan haar te denken zonder meteen ook haar beroemde zus Joan in beeld te krijgen. En als ik aan Joan Collins denk, dan is het bijna onvermijdelijk dat “my guilty pleasure” aan bod komt. Ik heb namelijk geen boeken van Jackie, maar wel een boek van Joan in mijn boekenkast staan, te weten Mijn geheim. En eerlijk is eerlijk, ik vind het bij tijd en wijlen heerlijk ontspannend om daarin te bladeren. Lekker plaatjes kijken van haar soms buitenissige uitdossingen, haar extreme make-uplooks, haar adviezen daarover, maar ook over de basissamenstelling van een garderobe, het abc van gezond leven, richtlijnen voor gedrag en dat alles met een flinke Joan Collins-saus. Het is niet dat ik iets met haar “adviezen” doe, maar ik kan wel uren met het boek zoet zijn.

Heb jij ook een guilty pleasure op boekengebied? Kom er gerust mee voor de dag! En herken je iets van het gevoel dat het lezen van een boek van een inmiddels overleden schrijver toch anders is dan het lezen van een roman van een nog actieve auteur? Ik vind het hoe dan ook leuk als jij hier (of via andere sociale media) reageert.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Elke’s lot

Broeierig. Ongemakkelijk. Dat zijn woorden die blijven hangen na het lezen van de roman Muidhond van Inge Schilperoord (Uitgeverij Podium). En je moet maar durven: een verhaal schrijven met een pedofiel als hoofdpersoon. Inge Schiperoord durfde dat gelukkig. Haar achtergrond van forensisch psycholoog zal haar zeker hebben geholpen bij het thema, maar het zijn toch echt haar schrijverskwaliteiten die van dit boek een bijzondere leeservaring maken.

In Muidhond maken we kennis met Jonathan. Jonathan is in principe een volwassen man. Volwassen qua leeftijd, maar niet qua persoonlijke ontwikkeling. Hij heeft enige tijd vastgezeten, maar vooralsnog komt hij op vrije voeten. Waarom hij vastzat, wordt niet met zo veel woorden verteld, maar er komt wel duidelijk naar voren dat het te maken heeft met het contact tussen Jonathan en een (jong) meisje. Hij keert terug naar het huis van zijn oude, ziekelijke moeder om daar zijn leven weer op te pakken en er hard aan te werken dat hij “een beter mens” wordt. Om dat te bereiken heeft hij  een werkboek met opdrachten en maakt hij elke dag een planning om op tijd zo goed mogelijk aan die opdrachten te werken. Jonathan heeft van alle woorden en adviezen van zijn begeleiders niet veel begrepen. Hij heeft wel gevoeld dat het om hem ging, maar de gebruikte termen en technieken bereiken hem niet. Als lezer realiseer je wat een groot gapend gat zich bevindt tussen wat de professionele begeleiders willen bereiken en dat wat op de “patiënt” overkomt en door die persoon begrepen kan worden. Niet alleen voor Jonathan, maar voor deze hulpverlening in het algemeen.

Jonathan en zijn moeder moeten binnenkort verhuizen, omdat hun wijk wordt gesloopt. De meeste buurtbewoners zijn al vertrokken. Op het moment dat Jonathan weer thuiskomt, woont er een moeder met een dochtertje naast hen. Deze moeder is meer af- dan aanwezig en uit alles komt naar voren dat het meisje bijzonder vaak op zich zelf is aangewezen. Het meisje, met de zeer toepasselijke naam Elke, sluit vriendschap met Jonathan en komt langzaam maar zeker steeds meer in zijn persoonlijke omgeving. Het is uitermate intrigerend om mee te maken hoe Jonathan de ontwikkelingen beschouwt, grip probeert te houden op de situatie en desondanks zijn eigen grens steeds verder verlegt. De weersomstandigheden werken ook niet mee: het is een hele warme, broeierige, zomerse periode. Jonathan houdt van vissen. Op één van zijn tochten treft hij een muidhond (dat is een soort zeelt) en die vis gaat mee naar huis om door hem verzorgd te worden. Een prachtige metafoor om de troosteloze, hopeloze situatie van Jonathan zelf weer te geven. Net zo als de vis slechts loom kan rondhangen in het aquarium of doelloos rondjes zwemmen, zo vergaat het Jonathan ook. Hij worstelt met zijn eigen gedachten en gevoelens, maar hij is onvoldoende in staat om zijn eigen omstandigheden te veranderen. Zijn contact met Elke nadert een climax. En het had letterlijk elk meisje kunnen zijn, want het is vanaf het allereerste begin al onvermijdelijk dat Jonathan weer “de fout” in zal gaan. Hoe de climax er precies uitziet, was zeker verrassend. Voor het hoe-wat-waarom moet je toch echt zelf deze roman gaan lezen. Ik kan het je zeker aanbevelen.

Het is een geweldige prestatie van de schrijfster dat zij door de manier waarop zij ons meeneemt in de wereld van Jonathan, er voor zorgt dat ik een lichte sympathie voor hem ging voelen. Je gaat hem enigszins begrijpen, in die zin dat het niet tot een acceptatie van zijn handelen leidt maar wel dat je je realiseert dat hij ondanks al zijn harde werken, eigenlijk niet anders kan dan doen wat hij doet. Een ongemakkelijk besef.

Door die zinderende hitte, de broeierige atmosfeer moest ik opeens denken aan Meisje in het veen, een roman van Koos van Zomeren (Singel Uitgeverijen – Arbeiderspers). Dit boek heb ik jaren geleden in het kader van mijn leesclub-irl gelezen en eerlijk gezegd heb ik er destijds geen plezier aan beleefd. Ik vond het een raar verhaal over een vreemde man (Willem Egge) en een voor mij op dat moment wat ongrijpbaar thema. Verder heb ik weinig actieve herinnering aan het verhaal van Van Zomeren, wat er precies gebeurde (of juist niet gebeurde). Het blijft een bijzonder fenomeen dat er dan toch door het lezen van een ander boek, een herinnering naar boven piept, een herinnering aan een boek dat verder in mijn geheugen is weggezakt. Blijkbaar heeft de schrijver de sfeer dermate goed neergezet, dat ik dat onbewust toch in mijzelf heb opgeslagen en daar nu op teruggrijp. Het is dus zo’n boek waarvan ik nu denk: moet ik het misschien herlezen? Heb ik het destijds niet op de juiste waarde weten te schatten? Maar ja, herlezen of nieuwe boeken lezen, dat blijft een lastige keuze.

Overigens moest ik nog aan een ander boek denken tijdens het lezen van Muidhond. Door de uitgebreide aandacht voor de vis, de pogingen van Jonathan om de leefomgeving voor de vis op orde te houden en de muidhond van goede en voldoende voeding te voorzien, bedacht ik mij dat ik nog een roman in de kast heb staan met de titel Vissen voeren van Fabio Genovesi (AW Bruna – Signatuur). Dit boek heb ik als vooruitleesexemplaar een jaar of 3 geleden gewonnen bij een promotionele actie. Ik was toen nog niet bezig met mijn boekenblog en tot mijn grote schande moet ik bekennen dat ik het boek simpelweg in de kast heb gezet en tot nu toe nog niet de moeite van het lezen heb genomen. Daar komt nu op korte termijn verandering in! En wellicht volgt er dan nog een blogpost over 😉

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Wie is de Mol?

Een boek met een mooi begin, een meanderend tussenstuk en uiteindelijk een duidelijk eind. Voor vele lezers het ideale concept. Voor die lezer heb ik een advies: lees de roman De schaduw van de Mol van de Vlaamse schrijver Bob van Laerhoven (Houtekiet). En bekijk dan eens wat dit boek met jou doet. Het kan zo maar zijn dat dit boek jou volledig uit het lood slaat, dat je geen idee hebt wat je nu eigenlijk gelezen hebt, wat er is gebeurd en hoe het verder gaat. Maar tegelijkertijd kan dat een hele fijne leeservaring zijn. Want één ding durf ik dan wel te stellen: dit verhaal ligt naar alle waarschijnlijkheid buiten jouw comfortzone.

De primaire setting van het verhaal in De schaduw van de Mol is het noordoosten van Frankrijk in de tweede helft van de Eerste Wereldoorlog. Oorlogsterrein, loopgraven. De jonge psychiater (in opleiding) Michel Denis is zelf bij een aanslag gewond geraakt, hij is zijn rechterarm kwijt. Desondanks blijft hij in het leger en doet hij wat hij kan om anderen te helpen. Er wordt een man gevonden die aan een verregaand geheugenverlies lijdt. Omdat niemand weet wie of wat hij is, wordt deze man de Mol genoemd. Denis vat een persoonlijke interesse op voor de Mol om te achterhalen waar dit geheugenverlies vandaan komt. Is er sprake van “shellshock“, aanstellerij of schizofrenie? De Mol krijgt een grijs schrift ter beschikking en gaat als een bezetene aan het werk. In onderdelen komt er van zijn hand een heel bijzonder verhaal te voorschijn. Dit wordt in het boek heel kenmerkend aangegeven doordat deze onderdelen op grijze pagina’s zijn gedrukt.

Dwars hier doorheen loopt dan nog de relatie tussen Denis en Marie Estrange, oorlogverpleegster uit morele overwegingen. De intensiteit van deze relatie is onlosmakelijk verbonden met de persoonlijke ontwikkeling die beide personen doormaken.

Het kwam soms op mij over alsof de schrijver over heel veel thema’s zou willen schrijven en nu zijn kans schoon zag om dat allemaal aan elkaar te knopen in één allesomvattend verhaal. Dat maakte het voor mij tot een genot om te lezen. Zoveel elementen waarover ik ook nadat ik het boek uitgelezen heb, nog kan en zal blijven nadenken. Ik voelde een lichte mate van frustratie toen ik de laatste letters gelezen had. Ik had nog zo veel meer willen weten en inmiddels had ik echt het gevoel een band te hebben opgebouwd met Michel Denis en zelfs met Marie Estrange. Is het boek dan niet af? Jawel! Het is precies goed. Het geeft genoeg om het een compleet verhaal te laten zijn en het laat genoeg achterwege om de eigen verbeelding te blijven prikkelen.

En dat vind ik zelf steeds weer het heerlijke van lezen: het ontdekken van andere werelden, het “ontmoeten” van allerlei mensen van verschillende pluimage, het kennismaken met andere opvattingen en overtuigingen en, last but not least, het “verplicht” moeten nadenken over het thema in het verhaal maar ook de uitwerking daarvan in mijn eigen leven.

Nu het hier om een barstensvolle roman gaat, heb ik ook een overdaad aan associaties om te noemen. Voor elk onderdeel was er wel een herinnering aan een eerder gelezen boek. Ik moest bijvoorbeeld even aan Harry Potter denken op de momenten dat één van de personen in de roman van Van Laerhoven het gevoel had dat er een Ander voor of namens hem dacht en aanstuurde. In de boekenreeks van Harry Potter wordt gebruik gemaakt van “legilimentie en occlumentie” om in andermans hersenpan te sluipen of juist om te voorkomen dat jouw hersenen en geheugen door een ander worden overgenomen. Verder verzuchtte ik meerdere malen wat een enorm werk de schrijver op zijn hals heeft gehaald met een roman als deze. Alle historische feiten en plaatselijke omstandigheden moeten kloppen, de status van de psychiatrische wetenschap moet corresponderen met die tijd, het woordgebruik moet passen bij de situatie van een eeuw geleden en ga zo maar door. Elke schrijver heeft waarschijnlijk heel veel voorwerk te doen, maar bij een roman als De schaduw van de Mol valt het nog meer op, net zoals bij de gedetailleerde trilogie over de 20e eeuw van Ken Follett. De sfeer van de roman deed mij ook af en toe terugdenken aan de verbijsterende roman Het Parfum van Patrick Süskind, waarbij Jean-Baptiste een heel bijzondere persoonlijke ontdekkingsreis maakt.

Vandaag maak ik echter de keuze om een verbinding te leggen met een roman van Arthur Japin, met de titel Een schitterend gebrek (Singel Uitgeverijen – de Arbeiderspers). Hoewel dit verhaal zich nog enkele decennia eerder afspeelt, waren er elementen die ik als overeenkomsten zie. Dit kwam met name naar voren in de beschreven sfeer van het dagelijks leven in die tijd en door de scene waar uitdrukkelijk gebruik wordt gemaakt van een masker om de ware identiteit verborgen te houden. In Een schitterend gebrek heeft het masker ook een zeer bepalende functie. Verder is het bijna niet meer voor te stellen hoe het moet zijn om te leven in een wereld zonder stromend water, elektriciteit, internet ….. Er is ook veel veranderd ten aanzien van de beleving van (persoonlijke) hygiëne en de invulling van omgangsnormen.

Overigens heb ik met de schrijver Arthur Japin een soort haat-/liefdeverhouding, net zoals met Leon de Winter. Op de een of andere manier voel ik een zekere weerstand om hun boeken goed te vinden, terwijl ik aan de andere kant ook steeds weer erg nieuwsgierig ben naar “wat ze nu weer gepubliceerd hebben” 🙂 Heb jij dat ook met een schrijver? Laat het mij in een reactie onder deze blogpost weten of reageer via mijn facebookpagina. Reacties worden op prijs gesteld.

Aan het begin van deze blogpost gaf ik het leesadvies over De schaduw van de mol aan lezers die een bepaald verwachtingspatroon hebben, met mijn goedbedoelde insteek om aan te zetten tot lezen buiten de gebaande paden. Maar ook voor lezers die sowieso wel geïnteresseerd zijn om eens wat anders te lezen, is deze roman zeker een aanrader. Ik ben de schrijver en de uitgever dankbaar voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Langs de rand

Overal is wel wat. In elke familie, in elk gezin en in willekeurig welke relatie zijn er eigenaardigheden. In relatieve zin en soms zelfs in absolute zin. En dan is er ook nog een objectieve of juist een subjectieve benadering. Oftewel: het is voor een buitenstaander in principe niet te zeggen of iets eigenaardig is of niet. En dat is dan ook mijn probleem met het schrijven van een blogpost over de roman Iedereen kan schilderen van Emma Curvers (uitgegeven bij Atlas Contact). In deze roman draait het om Iris Kostons, of eigenlijk niet om Iris maar om haar vader Hans. En niet alleen om Hans, maar ook om moeder Elsbeth en zus Mia. En toch ook weer vooral om Iris. Zo vermoeiend, verwarrend en eigenaardig als dit klinkt, zo vermoeiend, verwarrend en eigenaardig is het leven van Iris.

Bij alle vier zit minimaal één steekje los. Bij de één wat meer steekjes dan bij de ander, maar de combinatie van deze persoonlijkheden in één gezin maakt het geheel tot een explosieve, onberekenbare situatie. Al vanaf de eerste bladzijden merk je dat de verhoudingen binnen de familie op scherp staan. Zeer beklemmend weet Curvers te beschrijven hoe moeder en dochter omzichtig te werk gaan bijvoorbeeld tijdens een verjaardagsvisite, om Hans niet uit zijn eigen balans te halen. Uit alles blijkt dat deze personen geen enkele basis als gezin hebben, ze hangen als los zand aan elkaar en zijn volledig onbekend met aspecten als wederzijdse steun, niet te verbreken band tussen ouders en kinderen en een zekere mate van gemeenschapszin. Iris is zo gewend aan haar situatie en de onderhuidse spanningen, dat zij weliswaar op afstandelijke wijze ziet dat er bizarre dingen in haar familie gebeuren, maar zonder dat dit inzicht leidt tot zelfstandige, volwassen daden. Zij loopt voortdurend langs en op de rand van de psychische afgrond. En ondanks alle ingeschakelde psychiaters en therapeuten dreigt continu het gevaar dat zij óver de rand wegglijdt.

Door het thema van deze roman is het niet moeilijk om het te associëren met andere boeken die ik heb gelezen. Sterker nog, ik moet mij bedwingen om hier niet een hele waslijst op te sommen van boeken die bij mij naar boven kwamen tijdens het lezen van Iedereen kan schilderen :). Ik mocht deze debuutroman lezen voor de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Nu ik het heb gelezen, kan ik mij bijna niet meer voorstellen dat ik vooraf enige aarzeling voelde of ik op dit moment wel wilde meedoen. Door de omschrijving op de achterflap, de titel (de treffende verwijzing naar het hobbyproduct van Ravensburger) en de tekening op de boekomslag was ik niet direct enthousiast. Ik vermoedde dat het misschien vergelijkbaar zou zijn met PAAZ van Myrthe van der Meer (The House of Books). PAAZ heb ik geruime tijd geleden gelezen en ik vond dat een bijzonder boek. Ik ben ook zeker van plan om de meest recente roman van Myrthe, Up, ook te lezen. In beide boeken gaat het om het levensverhaal van Emma die aan een persoonlijkheidsstoornis en/of depressies lijdt. Myrthe weet heel goed leesbaar en begrijpelijk, met een flinke saus humor, te vertellen hoe het is om zo’n afwijking te hebben, hoe Emma probeert haar problemen te lijf te gaan en hoe het is om terug te keren naar de “normale” maatschappij. Knap geschreven, belangrijk onderwerp, maar van Een perfecte dag voor literatuur verwacht ik toch net een iets ander genre boeken. En dat blijkt de roman van Emma Curvers dan ook te zijn. Een totaal andere sfeer en andere schrijfstijl. Daarom is lezen zo leuk, steeds weer de ontdekkingstocht hoe een schrijver een onderwerp heeft aangepakt en vormgegeven.

Uiteraard dacht ik ook aan de roman van Nanda Roep: Van familie moet je het hebben en kan je het krijgen ook!, met name vanwege het aanstippen van de methodiek van familiesystemen. Als je in staat bent om van enige afstand naar jouw familie te kijken, zie je (volgens de aanhangers van systeemdenken) vaak patronen die zich in de verschillende generaties herhalen. Hoofdpersoon Bianca heeft aardig wat met haar familie te stellen.

Maar bovenal moest ik denken aan twee romans waarin weliswaar een afwijking/stoornis van belangrijke invloed is op de persoon en de verhouding tot andere personen of familieleden, maar waarin gelukkig de rode draad wordt gevormd door een diepgevoelde, af en toe wat onhandig geuite, liefde van een ouder voor een kind. Dit is het geval in het (in principe) jeugdboek Joe & ik van Mireille Geus (Lemniscaat) en in De eerste maandag van de maand van Peter Zantingh (de Arbeiderspers). In laatstgenoemde roman draait het om de dertigjarige Boris die voor onderdak bij zijn vader aanklopt, nadat zijn relatie met Sara is stukgelopen. Door de ernstige dwangstoornis van Boris wordt het voor hem steeds moeilijker om zich in de maatschappij staande te houden. Zijn vader stelt zijn huis en zijn leven voor hem open en de mannen besluiten met elkaar een reisje naar Praag te maken. Door een aantal gebeurtenissen worden vader en zoon gedwongen echt met elkaar te praten over hun levens en hun eigenaardigheden. Terug in Nederland zijn er nog heftige ontwikkelingen met een zwarte rand, maar met een positief slotakkoord. Ik vond het een aparte ervaring om in deze romanvorm iets te leren over het leven met een dwangstoornis.

Iedereen kan schilderen is zeker niet het vluchtige, licht schertsende verhaaltje waarvoor ik in eerste instantie vreesde. Het is een verbijsterend en beklemmend verhaal over een ontwrichte, niet functionerende familie, waarbij de grote vraag blijft of en hoe ieder gezinslid (met of zonder elkaar) zijn of haar vervolgweg weet te vinden. Een prachtig debuut van de jonge Emma Curvers. In de relatief korte tijd waarin wij meeliften in de levens van de familie Kostons, weet zij zonder dat ik precies kan aangeven waardoor dat komt, een indrukwekkend stempel op mijn leeservaring te drukken.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

De meningen van mijn medebloggers vind je via deze link. En mijn hartelijke dank gaat uit naar Atlas Contact voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Het uur van het gevoel

Als kind kon ik uren zoet zijn met zelfverzonnen schrijfspelletjes. Ik gaf mijzelf dan allerlei opdrachtjes, zoals het in spiegelbeeld schrijven van woorden en zinnen of ondersteboven of met mijn “andere” hand. Mijn dominante hand is absoluut de rechter, maar ik kon mij vrij goed redden met mijn linkerhand. Na flink oefenen kon ik uiteindelijk met mijn linkerhand leesbaar schrijven in onderste-boven spiegelbeeld. Ik vermoed dat het mij thans weer heel veel moeite zou kosten om dit resultaat te evenaren :).

Aan deze uitdagingen moest ik meteen terugdenken toen mij de gelegenheid werd geboden om de roman De linkshandigen van Christiaan Weijts (de Arbeiderspers) te lezen. De roman liet even op zich wachten (wat mij en de overige leden van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur de kans gaf om een greep te doen in ons eigen Prioriteitenkabinet). Deze roman is dat wachten meer dan waard.

De hamvraag is dan natuurlijk waaróm ik deze roman zo ongelofelijk de moeite waard vind. En die vraag is absoluut niet makkelijk te beantwoorden. Misschien heb ik helemaal geen antwoord, of is mijn antwoord elke keer anders. Er zijn nu eenmaal van die boeken die precies op het juiste moment onder de juiste omstandigheden worden gelezen.

In minder dan 200 pagina’s sleurt de schrijver ons in eerste instantie mee over de snelweg. De werkelijke snelweg aangezien hoofdpersoon Simon na spontaan ontslag te hebben genomen (gekregen?) als cartoonist, in zijn auto stapt en wegscheurt. Hij pikt onderweg nog even een liftend meisje op, met een grote cellokoffer op haar rug. En ook de denkbeeldige snelweg, waar in hoog tempo een aantal levenservaringen van Simon en ook van de liftster (Katharina) voorbij komt. In dit gedeelte van het boek werd ik vooral getroffen door de manier waarop Weijts de sfeer en omstandigheden weet te typeren. Er heerst een soort studentikoze, licht absurdistische sfeer, waarbij ik overigens door de schrijfstijl geen enkel moment vreesde dat er een doldwaas, kolderiek avontuur zou volgen. “Spitsvondig” was het woord dat mij hier te binnen schoot.

Na drie dagen en een aantal avonturen en uitwisselingen verder, komen Simon en Katharina-met-de-cello aan bij het Franse landgoed waar de moeder van Katharina verblijft. Het verhaal komt dan “tot rust”, in die zin dat dan langzaam maar zeker voor Simon een aantal puzzelstukjes op zijn plaats gaan vallen. Het verhaal wordt dan in mijn beleving heel klein, heel geconcentreerd. De grote boze buitenwereld wordt als het ware teruggebracht naar de individuele wereld en dan eigenlijk ook nog de innerlijke wereld. Waar precies deze omslag plaatsvindt, kan ik, zonder terugbladeren, niet goed vaststellen. Door de opbouw van deze roman voelt het als een heel natuurlijke, logische ontwikkeling.

Nu wil het toevallig zo zijn dat de cello één van mijn favoriete instrumenten is. Wil jij mij in een (positieve) melancholische stemming krijgen, waarbij de tranen om het minste of geringste over de wangen gaan rollen, dan is het recept eenvoudig: laat mij luisteren naar cellomuziek. Ik kon mij daardoor heel levendig voorstellen hoe Simon het heeft ervaren om Katharina via de cello met haar moeder te horen “praten”. Voor beide vrouwen heeft deze cello een heel bijzondere betekenis, hetgeen in het boek steeds duidelijker wordt.

Simon zelf worstelt met zijn linkshandigheid. Of zijn rechtshandigheid. Of zijn tweehandigheid? Gezien de titel van het boek moet de linkshandigheid natuurlijk wel een belangrijke rol spelen, maar voor mij was dat van ondergeschikt belang. Ik geloof niet zo in de vermeende krachten of talenten die de linkshandigen of juist de rechtshandigen hebben. Wat mij wel interesseerde was de persoonlijke ontwikkeling en omwenteling van Simon, zijn besef over hoe hij is geworden wie hij is en wat er voor hem nodig is om in zijn eigen leven weer verder te kunnen. Zijn verleden is nauw verweven met het leven van zijn zus, Emma.

De titel van deze blogpost is ontleend aan het gedicht “To my sister” van de Engelse dichter William Wordworth. Dit gedicht is door Weijts op een prachtige manier verweven met de persoonlijke evolutie van Simon. Achterin het boek staat het volledige gedicht opgenomen. “Het uur van het gevoel” dekt in mijn beleving goed de lading: in slechts een paar dagen tijd wordt het leven van Simon onderste boven gegooid en moet hij een nieuwe invulling aan en voor zichzelf geven.

Het is alsof ik Simon, Katharina maar ook Emma al jaren ken. Ik was oprecht verdrietig om te lezen hoe het leven van Emma is verlopen. Zij had niet bepaald al het geluk van de wereld aan haar zijde. Hoe anders kan een leven lopen, bijvoorbeeld van de Emma uit het heerlijke, positieve boek Emma’s Geluk van Claudia Schreiber (Orlanda Uitgevers) In deze roman lacht het leven Emma in eerste instantie ook niet toe. Door een wonderlijke familie en bijzondere woon- en leefomstandigheden heeft zij weinig vertrouwen in de toekomst. Maar door het spreekwoordelijke geluk bij een ongeluk begint de zon weer wat te schijnen, hoewel het slot echt even slikken was. Een heerlijk boek voor “tussendoor”. Niet elk boek kan en hoeft van het kaliber van De linkshandigen te zijn.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

En hier weer de link om te lezen wat mijn medebloggers van deze roman vinden.

Uiteraard komt Cathelijne van Een perfecte dag voor literatuur de eer toe voor het mogelijk maken van deze leeservaring, die overigens zonder de welwillende medewerking van De Arbeiderspers niet tot stand had kunnen komen. Daarom hartelijk dank!

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Kinderen zijn hinderen

Toen ik op de lagere school zat, moesten wij eens een gedicht maken met als uitgangspunt de beroemde regel “Kinderen zijn hinderen”. Mijn rijmelarij haalde de schoolkrant omdat ik de rode streep van de juf door mijn gedicht, op overtuigende wijze wist om te bouwen naar een “krul met een stempel” door mijn uitleg dat Bover toch echt een héél gebruikelijke jongensnaam was. In werkelijkheid kon ik geen eind aan het gedicht maken, dus koos ik uiteindelijk voor “Toen was het over. Dag Bover!” 🙂 Pas veel later leerde ik dat de beginregel afkomstig is van de beroemde Nederlandse dichter Jacob Cats. De uitspraak wordt een aantal keren gebezigd door een andere Jakob, namelijk de Jakob uit de roman De val van Jakob Duikelman van Anne-Marieke Samson (Arbeiderspers).

En deze Jakob is mij er een. Hij werkt als buitengewoon opsporingsambtenaar, afdeling Oorlogsmisdaden, bij het Openbaar Ministerie, waar hij een niet bijster drukke betrekking aan heeft. Aan het begin van de roman, die ik overigens heb gelezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur, blijkt hij ongeneeslijk ziek te zijn. Met deze melding gaat hij echter op een heel bijzondere wijze om. Hij besluit namelijk niemand, maar dan ook echt niemand, over zijn ziekte en naderend einde te vertellen. Hij liegt tegen zijn Thaise vrouw Mai om zijn afwezigheid in verband met doktersbezoek, operatie en bestralingen te verbloemen. Hij vertelt haar dat hij tijd doorbrengt met zijn goede vriend Sander of dat hij voor zijn werk naar een congres in het buitenland moet. En eigenlijk liegt en bedriegt hij zijn hele leven bij elkaar. Daardoor moest ik terugdenken aan een boek, waarover mijn moeder enthousiasmerend kon vertellen (en ja, inderdaad, dit keer associeer ik met een boek dat ik zelf NIET gelezen heb). Het betreft de roman Jakob, de leugenaar van Jurek Becker. Deze roman heeft als decor het Polen in de Tweede Wereldoorlog. In een (fictief) getto verzint de Jood Jakob dat hij op de radio heeft gehoord dat het bevrijdingsleger zo goed als voor de deur staat. Er ís helemaal geen radio, maar deze boodschap geeft aan de bewoners weer zo veel hoop en doorzettingsvermogen, dat Jakob eigenlijk niet anders kan doen dan blijven liegen. Al jaren ben ik op zoek naar een exemplaar van deze roman (oorspronkelijk uitgegeven in 1969), maar ik heb tot nu toe geen Nederlandse versie kunnen vinden. Bij nader inzien vermoed ik dat mijn moeder destijds de Duitse uitgave heeft gelezen. (Ik kan dat helaas niet meer aan haar vragen, aangezien zij in 1982 is overleden).

Terug naar Jakob Duikelman, met nog even een zijsprongetje. Want ik moest een tweede maal aan mijn moeder denken, door de naam Duikelman. Als geboren en getogen Amsterdammer en opgegroeid in een gezin waarin de keuken een belangrijke plaats innam, ging ik vroeger regelmatig met mijn moeder mee naar de firma Duikelman in onze hoofdstad, om mij daar te vergapen aan prachtige, praktische en onbekende keukenapparatuur en -benodigdheden. Deze zaak bestaat gelukkig nog steeds, dus mocht je in Amsterdam wonen of er binnenkort een keer zijn, dan adviseer ik jou eens een bezoekje aan Duikelman te brengen.

Misschien moet ik hier eerlijkheidshalve bekennen dat ik al deze anekdotes en zijsprongetjes bewust maak en daarmee al aardig deze blogpost weet te vullen. Wellicht dat ik namelijk op die manier probeer te verhullen dat ik niet goed weet wat ik met Jakob Duikelman, zijn vrouw Mai, zijn dochter Disi, de Nigeriaanse schoonmaker Be Free, vriend Sander en nog wat personen uit deze roman aan moet. Het verhaal “jeukt”, zowel tijdens het lezen als daarna.

Het boek is zodanig opgebouwd dat niet alleen Jakob, maar ook zijn vrouw en zijn dochter aan het woord komen. Dat maakt dat je over dezelfde situatie meerdere gezichtspunten te weten komt, hetgeen (deels) verhelderend werkt. Het maakt echter ook dat er een zekere afstand tot de personages blijft bestaan, niet in de laatste plaats omdat aan alle personages toch ook wel een flink aantal bijzonderheden kleven. Het liegen en bedriegen zit redelijk in dit gezinsleven ingebakken. Aan de ene kant vind ik dat één van de aantrekkelijke aspecten van deze roman, aan de andere kant veroorzaakt het bij mij nogal wat vraagtekens over de bedoeling van dit boek. De schrijfstijl van Samson bevalt mij goed. Haar stijl en woordkeuze passen goed bij deze bijzondere levens. Het laten samenvallen van een aantal verhaallijnen is wel wat vergezocht, maar prima te accepteren. De (onvermijdelijke) val van Jakob veroorzaakt een media-hype en een soort massa-hysterie waar je als lezer koud van wordt. Een pluspunt van deze roman vind ik de impliciete aanmoediging van de schrijfster om keer op keer zelfstandig te blijven nadenken over de kwaliteit en betrouwbaarheid van beschikbaar gestelde informatie en met veel overtuiging geponeerde oppervlakkige conclusies. Dat iets veel in het nieuws is en vaak wordt herhaald, maakt dat “iets” nog niet tot de waarheid. Net zo min als ik het gebruik van de jongensnaam Bover kan staven.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Voor de mening van andere bloggers van Een perfecte dag voor literatuur klik je HIER.

Mijn dank voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar is weer groot!

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review