Tagarchief: de bezige bij

Mindset

Vertel eens: heb jij Anna Karenina van Tolstoj gelezen? En Naar de vuurtoren van Virginia Woolf? En hoe zit het met Moby Dick van Herman Melville, Het grauwe huis van Charles Dickens en James Joyces Ulysses?  Allemaal, stuk voor stuk, boeken die horen tot de top van de wereldliteratuur. Ik heb de meeste van deze boeken niet gelezen (ook al ligt Naar de vuurtoren sinds afgelopen Boekenweek wel op mij te wachten en herlees ik bijvoorbeeld regelmatig Jane Eyre) en ik heb er totaal geen last van dat ik dergelijke kost (nog) niet op mijn “gelezen-lijst” heb staan. Waar ik wel last van heb, is het gevoel dat Peter Mendelsund mij geeft via zijn boek Wat we zien als we lezen (Atlas Contact). Hij geeft mij namelijk het gevoel dat ik als lezer eigenlijk niet meetel als ik de aan het begin genoemde werken (of boeken van een dezelfde niveau) niet heb gelezen. En daar erger ik mij aan.

wat we zien als we lezen

Ik had een totaal ander boek verwacht, misschien wat naïef van mijn kant. Ik had gedacht en gehoopt dat dit boek leuk zou zijn om te lezen, met een heleboel herkenning van “o ja, zo ervaar ik het ook”, grappige constateringen en leuk bedachte bruggetjes. Niets van dat al. Het is een pseudo-wetenschappelijke onderbouwing van de eigen mening van Mendelsund. Pseudo, want hij kan er wat mij betreft nog zo veel voorbeelden uit de door hem zo vaak herlezen wereldliteratuur bijhalen, het blijft een heel boek lang het boekstaven van zijn eigen opvattingen. En dat is natuurlijk helemaal niet vreemd voor een auteur, maar dit keer kan en wil ik er simpelweg niet in meegaan.

Bij het horen van de titel Wat we zien als we lezen ging mijn eigen fantasie meteen op volle toeren werken. Mijn associatieve gevoel sprong heen en weer tussen de Suske&Wiske’s uit mijn jeugd, de zeven delen uit de Harry Potter-serie, herinneringen aan uitspraken van mijn vader, filosofische teksten die ik in de loop der tijden heb gelezen en nog zo wat. Geen van deze associaties lijkt op iets wat Mendelsund naar voren brengt.

Misschien ben ik al heel jong door mijn moeder “verpest”. Zij was een meester-voorlezer. Zij was in staat om een Suske & Wiske zó voor te lezen dat ik de plaatjes niet nodig had om het verhaal te begrijpen. Met haar stem, haar intonatie en timbre wist zij voor mij de plaatjes te “tekenen”. En dat ben ik blijven doen: zelf invulling geven aan wat ik lees, soms los van wát ik lees. Zo zijn bijvoorbeeld alle leden van de familie Malfidus stelselmatig in mijn beleving zwartharig, terwijl toch echt steeds in de boeken van J.K. Rowling over Harry Potter wordt benadrukt dat zij allemaal ultiem blond zijn. En ja, ook mij overkomt het regelmatig dat ik een hoofdpersoon “voor mij zie”, terwijl ik op dat moment echt geen letterlijke beschrijving van dat personage kan geven. Maar dat boeit mij ook niet.

Mendelsund eindigt zijn boek met een quote uit het eerder genoemde werk van Virginia Woolf: “het was wazig”. Daarmee geeft hij wat mij betreft de beste samenvatting van zijn eigen boek. Voor mij is het nog steeds volstrekt onduidelijk wat hij nu eigenlijk wil zeggen of bewijzen. Door het irritant veel gebruik van vakjargon en de gebruikte voorbeelden, gaf hij mij dus het gevoel dat je niet meetelt als je je tijd af en toe besteedt aan “simpele boekjes”. En verder irriteerde het mij bovenal dat ik niet de vrijheid van hem kreeg om een andere mening, een andere onderbouwing voor hetzelfde verschijnsel te hebben.

Omwille van deze blogpost (die ik schrijf in het kader van mijn deelname aan de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur) heb ik het boek een tweede keer gelezen. Ik heb daarbij geprobeerd mijn frustratie van de eerste keer te negeren. En natuurlijk verging het mij nu meer zoals Mendelsund zelf beschrijft over het lezen van zijn favoriete boeken: eerste keer er doorheen snellen voor de grote lijn, tweede keer meer aandacht voor details en bijzonderheden (vrije quote). Maar uiteindelijk werd ik niet milder gestemd. Halverwege het boek raakte Mendelsund mij weer kwijt (of ik hem 🙂 ). En wat overheerst is toch het gevoel van arrogantie van iemand die in principe in een ander deelgebied van de uitgeverswereld zijn werkzaamheden heeft (als ontwerper van boekomslagen, en eerlijk is eerlijk, daarin is hij heel bedreven) en daaraan het idee ontleent dat iemand op zijn mening zit te wachten.

Natuurlijk zie ik ook wel dat Mendelsund veel tijd en aandacht aan dit boek heeft besteed. Zeker de vormgeving met bij de tekst passende illustraties en “verbeeldingen” maakt het een bijzonder boek. Door mijn eigen mindset en verwachtingspatroon komt het op dit moment tussen ons niet meer goed. Dat gebeurt mij niet vaak, maar uniek is het niet.125 x 200 WT Door mijn verwachtingspatroon  over bijvoorbeeld Joe Speedboot van Tommy Wieringa (de Bezige Bij), dat uiteindelijk niet aansloot op de inhoud van die veel geprezen roman, heb ik er op Goodreads slechts 2 (van de 5) sterren aan toegekend. Een ander voorbeeld dat ik nog vers in mijn geheugen heb is de door velen bejubelde roman Dorsvloer vol confetti van Franca Treur (Prometheus). Mijn mindset zorgde ervoor dat ik dolgraag die dorsvloer zou willen schoonvegen om het vervolgens voor altijd de rug toe te keren.

Toch nog even een positief geluid? Het deed mij goed dat Mendelsund de dichter Wordworth aanhaalt. Een gedicht van deze Engelse dichter had ook grote invloed op de hoofdpersoon in De linkshandigen, een roman van Christiaan Weijts (de Arbeiderspers). En die roman las ik precies op het juiste moment met de juiste mindset!

Simpele conclusie dit keer: Wat we zien als we lezen is niet aan mij besteed. Misschien denken mijn medebloggers van Een perfecte dag voor literatuur hier anders over. Dit kun jij uitvinden via deze LINK.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Dat mijn oordeel over het boek van Mendelsund niet zo positief is, doet niets af aan mijn dank aan de uitgever voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

PS Binnenkort gaat mijn boekenblog verder op http://www.theonlymrsjo.nl. Op dit moment publiceer ik mijn blogposts nog hier én daar, maar dat gaat veranderen. Wil je niets missen? Ik zou het leuk vinden als jij je abonneert op mijn blog. Dat kan via http://www.theonlymrsjo.nl/.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Pen en zwaard

“Het is maar een boek. Gewoon een boek. Zoals er zo veel zijn.” Dit kan ik als een mantra blijven herhalen, maar geloven ga ik het niet. Want Alleen met de goden van Alex Boogers is niet gewoon een boek. Het is 519 pagina’s lang een beleving, een onderdompeling, een confrontatie met alles wat je misschien zou willen negeren en ontkennen.

Meer dan 500 pagina’s kan afschrikken, maar heus, je merkt er helemaal niets van. Deze roman heeft namelijk precies de lengte en omvang die het nodig heeft. Als lezer worden we meegenomen in het leven van Aaron Bachman, vanaf ongeveer zijn zesjarige tot aan zijn drieëntwintigjarige leeftijd. Met een tegelijk rauwe en soepele schrijfstijl loodst Boogers ons langs en door de ontwikkeling die Aaron meemaakt. Aaron groeit op in een achterstandsbuurt, in een ontwricht gezin. Zowel zijn vader als zijn moeder hebben een harde, gewelddadige manier van praten en handelen. Zijn vader, “Papa Leeuw”, komt in de gevangenis terecht en vanaf dat moment lijkt het allemaal van kwaad tot erger te gaan. De jonge Aaron heeft geen idee wie hij eigenlijk is en wat er van hem in het leven wordt verwacht. Hij leeft zijn leven op straat, op school en “thuis”. Eigenlijk is hij alleen maar gelukkig als hij verdiept zit in de stripboeken van zijn oma en veel later in de boeken die zijn muziekleraar Broere hem aanreikt. De hoofdpersonen in de stripboeken en de schrijvers van die boeken zijn voor hem zijn helden, zijn goden.

Aaron ontdekt dat hij een vechter is, een jager. De woede en de onrust die hij zijn leven lang al in zich voelt, moet hij leren beheersen en functioneel inzetten. Bij deze ontwikkeling wordt hij (soms bijna zijdelings) geholpen door de eigenaar van het plaatselijke dierenasiel, door de muziekleraar, door opa (die weliswaar de meeste tijd afwezig is, maar die wel belangrijke brieven aan hem stuurt met daarbij boeken die voor Aaron van enorme invloed zijn) en door Arturo, kortweg Art. Art is de trainer van de sportschool waar Aaron zich als vechter/kickbokser perfectioneert. Art gelooft heilig in hem en maakt het voor hem mogelijk om met het boksen bezig te zijn. Door de boeken en brieven van opa begrijpt Aaron dat zijn ontwikkeling gericht moet zijn op de twee wegen van “de pen” en “het zwaard”, zoals dat voor een samoerai geldt. Zijn lichaam is zijn zwaard, zijn vlijmscherpe wapen. Zijn pen is hier heel letterlijk, omdat Aaron al van jongs af aan zijn nachtelijke onrust van zich afschrijft door schrift na schrift te vullen met beelden en verhalen. Wát hij schrijft, houdt hij voor iedereen verborgen. Tot het moment dat hij zich realiseert (mede door de voortdurende zachte dwang die Broere op hem uitoefent) dat dat niet dé weg is. Dat is ook het moment dat we afscheid nemen van Aaron, zodat hij zijn eigen leven kan gaan leven met de mensen die hij daarbij nodig heeft.

Dwars door deze ontwikkeling loopt de persoonlijke vraag van Aaron wie zijn vader precies is, maar ook wie zijn moeder eigenlijk is. Zijn moeder scheldt hem de huid vol, slaat hem, spuugt op hem en zegt hem keer op keer dat zijn geboorte haar leven voor eeuwig verwoest heeft. Wat doet dat met hem? Maar ook, wat doet dat met haar? Je hoopt steeds dat zij elkaar leren “verstaan”, maar dat lijkt heel lang een onmogelijkheid. Als er dan uiteindelijk toch een gesprek is tussen moeder en zoon, op een locatie waar Aaron niet anders kan dan luisteren, was dat voor mij wel even een tranentrekker. Het is een keihard leven, voor moeder, vader en zoon. De uitdrukking “als je als dubbeltje geboren wordt, word je nooit een kwartje” komt meer dan eens voorbij. Af en toe voelde ik mij plaatsvervangend beschaamd dat de samenleving zo in elkaar steekt. En toch vind ik het een positief boek. Zeker het einde biedt hoop en perspectief voor Aaron en voor alle jonge mensen die door hem gesymboliseerd worden.

Door die “pen en zwaard”-ontwikkeling voor een krijger/samoerai moest ik terugdenken aan Joe Speedboot van Tommy Wieringa (de Bezige Bij). Deze associatie ligt natuurlijk voor de hand, omdat in het boek van Wieringa het “pen(seel) en zwaard”-thema een belangrijke invloed heeft op het leven van de verteller, Frans. De jonge Frans zit na een dramatisch ongeluk in een rolstoel en heeft bijna al zijn energie nodig om zijn spastische en onwillige lijf enigszins onder controle te houden. Door zijn lichamelijke en psychische toestand leidt hij een leven dat behoorlijk afwijkt van standaard. Zijn maatje Joe neemt hem regelmatig op sleeptouw en samen beleven zij allerlei avonturen, kort gezegd. En ook zij worden ouder en doen levenservaring op. Deze levenservaring wordt ingekleurd door het behoorlijk dwangmatige schrijven van Frans, gevolgd door zijn obsessie om met arm-drukken de wereldtop te bereiken. De troosteloosheid van die tijd en van de omgeving is een overeenkomst met Alleen met de goden, de visie op de toekomst wordt naar mijn mening in beide boeken juist anders behandeld.

Joe Speedboot heb ik nog niet zo lang geleden gelezen. Als jij mij volgt op Goodreads, heb je misschien gemerkt dat ik niet erg positief oordeelde over Joe Speedboot. Het was de eerste roman die ik van Tommy Wieringa las en ik had de lat erg hoog gelegd. Dat is misschien niet helemaal reëel, maar dat is ook het risico van een openbaar imago door televisieprogramma’s, -series en radio-interviews. Wieringa had ik al zó vaak gezien en gehoord, dat ik daarmee een pittig verwachtingspatroon had. Alex Boogers schijnt al een flinke hoeveelheid boeken te hebben geschreven, maar ik had nog nooit iets van hem gelezen en (ja, dat durf ik toe te geven) eigenlijk had ik ook nog niet eerder over hem gehoord. Dat maakte het misschien eenvoudiger om onbevooroordeeld meegevoerd te worden door Boogers. En mij interesseert het zelden  of een boek een autobiografisch karakter heeft. Het gaat mij om de manier waarop een schrijver zijn eigen of zijn verzonnen verhalen aan het papier toevertrouwt. En de manier waarop Boogers dat doet, bevalt mij zeer.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn medebloggers van Een perfecte dag voor literatuur plaatsten hun artikelen over deze roman op 30 april. Teruglezen kan natuurlijk nog steeds, via deze link. En uiteraard gaat mijn dank uit naar Uitgeverij Podium voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar en naar Cathelijne Esser voor haar moed en overtuiging om dit boek op de lijst te zetten.

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Eén soort mensen

Voor mijn literatuurlijst voor het eindexamen middelbare school, halverwege de jaren tachtig, las ik De avonden van Gerard Reve. Het boek als zodanig vond ik toen eigenlijk niet zo bijzonder, maar het krijgt een extra dimensie als je je realiseert wannéér het is geschreven en voor het eerst gepubliceerd. Toen zag onze maatschappij er nog wel een beetje anders uit dan nu. Wat voor schokgolf zal het boek gegeven hebben? Daar moest ik aan denken bij het lezen van nog zo’n klassieker: Spaar de spotvogel van Harper Lee, in een prachtige uitvoering uitgegeven bij de Bezige Bij (To kill a mockingbird).

Deze roman verscheen eind jaren vijftig vorige eeuw, terwijl het verhaal zich afspeelt in de dertiger jaren in een plaats in Alabama, een zuidelijke Amerikaanse staat. Slavernij was inmiddels afgeschaft, formeel waren blanken en niet-blanken gelijk voor de wet. Voor de wet. Voor de praktijk nog lang niet.

We zien de wereld van toen door de ogen van het jonge meisje Scout Finch. Zij groeit op in een gezin met een iets ouder broertje (Jem), een vader die advocaat is (Atticus) en een zwarte hulp in de huishouding. Kijk, daar wreekt zich meteen een gebrekkige woordenschat. Hoewel dat ook weer niet de juiste omschrijving is. Meteen blijkt namelijk dat woorden in onze huidige maatschappij een andere inhoud kunnen hebben dan diezelfde woorden destijds. Een hulp in de huishouding is nu bijvoorbeeld een thuiszorgmedewerker of een tiener die wat geld bijverdient door te helpen met schoonmaken. Terwijl in het leven van Scout de hulp in de huishouding, Calpurnia, eigenlijk haar (zwarte) tweede moeder is, in die zin dat Calpurnia haar opvoedt, haar verzorgt en haar in het gareel houdt. Dus deze zwarte vrouw is de spil in het blanke huishouden. En dat was in die jaren dertig de normaalste zaak van de wereld. Zwarten hadden een duidelijke “taakomschrijving”, de blanken maakten van die taken gebruik, maar een vermenging of samenwerking was ondenkbaar en uit den boze.

Het verhaal, de rode draad, zal wel zo’n beetje bekend zijn. Het leven van Scout, het gezin en het leven in hun woonplaats wordt extreem beïnvloed door het feit dat vader Atticus als advocaat wordt ingeschakeld om een zwarte te verdedigen. Hij doet dat simpelweg omdát hij advocaat is en hij vindt dat iedereen dezelfde behandeling en verdediging verdient. Ik vond het treffend om te merken dat  hij niet veronderstelt dat zijn handelen tot een ommekeer in de maatschappij zal leiden, hoewel hij op zijn manier wel een belangrijke bijdrage aan het bewustzijn in de maatschappij levert.

Tijdens mijn studie Rechten kwam bij het uitermate interessante onderdeel Encyclopedie der Rechtswetenschap uitgebreid de discussie over rechtvaardigheid naar voren. De bedoeling van het vak is om zelfstandig te leren nadenken over het hier en nu, over recht en staat, door lering te trekken uit de (rechts)geschiedenis. Een van de fundamentele vragen die daarbij uitgebreid aan de orde komen gaat over rechtvaardigheid. Wat is precies ons rechtvaardigheidsideaal? En welke elementen liggen daaraan ten grondslag? Tot de destijds verplichte vakliteratuur hoorde het boek Rechtvaardigheid van prof. dr. W. Luijpen. Dit boek zou eigenlijk tot ieders verplichte literatuur moeten behoren :).

Het is een thema dat uit Spaar de spotvogel voor mij duidelijk naar voren springt. Waarom vonden we het toen (en in grote onderdelen van onze wereldse samenleving geldt dit helaas nog steeds) normaal om het onderscheid tussen zwarten en blanken te maken? Waarom vinden kinderen het doodnormaal om door een zwarte vrouw beschermd en opgevoed te worden, terwijl zij toch gaandeweg in hun leven diezelfde zwarte persoon een mindere rol gaan toebedelen? Wat veroorzaakt die omslag? En wat is er precies gebeurd dat wij in onze huidige maatschappij overwegend geen onderscheid meer proberen te maken op basis van kleur, ras of afkomst?

Al met al weer typisch zo’n boek dat niet uitgewerkt is als je klaar bent met lezen. Het appelleert aan ons gevoel voor rechtvaardigheid, onze normen en waarden. Daarnaast is het óók het heerlijke verhaal over een opgroeiend meisje dat vol zit met (onschuldig) kattekwaad, haar eigen gevoel voor wat hoort, haar wensen om met bepaalde mensen in contact te komen, haar opvattingen over het werk en de levenshouding van haar vader en broer. Dit alles vindt voor Scout plaats in een redelijk vrijgevochten omgeving en toch merk je reeds alle signalen dat zij langzaam maar zeker door de omstandigheden in het maatschappelijk gewenste malletje gedwongen zal worden.

Het is de enige roman die Harper Lee geschreven heeft (hoewel er nu berichten zijn dat de oorspronkelijke opzet van het verhaal alsnog op de markt komt) en ik heb er van genoten. Zij heeft een prachtige schrijfstijl, heel beeldend en invoelbaar. Je wordt als lezer bijna automatisch gedwongen om het leestempo aan te passen aan het tempo van de wereld destijds, in het warme broeierige Zuiden. Een boek dat zowel heerlijk is om te lezen als ook aanzet tot verder nadenken, dat maakt het voor mij een echte aanrader.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn grote dank gaat uit naar uitgeverij De Bezige Bij voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

5 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Sleutel tot het heden

Weet jij wat een sleutelroman is? Kortweg is een sleutelroman een roman waarin de schrijver weliswaar fictieve personen laat optreden, maar waarin een “goed verstaander” een aantal werkelijk bestaande personen kan herkennen en werkelijke gebeurtenissen. Zo’n effect had de roman De grote goede dingen van Alma Mathijsen (De Bezige Bij) op mij. Het lezen was dan ook zowel een verrassende als een verbijsterende ervaring.

In deze roman draait het om de achttienjarige Mila. Haar vader, Just Rademaker, is op jonge leeftijd overleden, toen Mila 9 jaar oud was. Hij was een begenadigd violist, voorman van een groepje musicerende “vrienden” in de roerige jaren zeventig en iemand met een uitgesproken mening, wars van maatschappelijke opvattingen en verwachtingen. Oftewel de ideale vader, toch? Dat hij daarnaast permanent dronken was door liederlijk drankgebruik en twee en een half pakje sigaretten per dag rookte, tja, dat draagt alleen maar bij aan die idealisering.

Bij het lezen over Just drong zich meteen de herinnering aan een oom van mij op. Hij was absoluut één van mijn favoriete familieleden, maar zoals in elke familie is er in die van mij ook wel het een en ander voorgevallen, waardoor ik zeker de laatste jaren van zijn leven geen contact meer met hem had. Achteraf zó jammer, maar vanuit de burcht van mijn toenmalige thuissituatie was dat contact niet goed mogelijk. Deze oom was in mijn ogen briljant. Hij had een uitstekend stel hersens, hij had een charismatische flux de bouche over zich, die door zijn overmatig drankgebruik nog eens werd versterkt. Mijn oom speelde zeer verdienstelijk piano (en waarschijnlijk, net als Just en zijn vrienden, ook viool). Hij kon eigenlijk alles bereiken wat er te bereiken viel, maar dat is altijd makkelijker gezegd dan gedaan. Daarvoor is een bepaalde maatschappelijke “drive” nodig en dat streek hem tegen de haren. Althans, dat is het verhaal dat ik er zelf van heb gemaakt. Ik heb hem en zijn levenswijze misschien enigszins mooier onthouden dan het daadwerkelijk was. Ik vraag mij regelmatig af wat er van mijn herinneringen zou overblijven als ik gedwongen zou worden om zijn leven op feiten, gebeurtenissen en keuzes te onderzoeken. Zou ik dan nog op dezelfde, allesomvattende manier van hem houden?

Ik vermoed dat iedereen wel eens iets of iemand idealiseert. In eerste instantie gebeurt dat wellicht onbewust, maar vaak komt er een moment waarop wij ons realiseren wat we aan het doen zijn. En dan? Hoe moet het vanaf dat moment verder?

Dat is eigenlijk ook de vraag waarmee Mila wordt geconfronteerd. Was haar vader wel zo geweldig? Was hij geliefd bij zijn “vrienden”? Wat trok hij zich eigenlijk aan van zijn vrouw en dochter? En hoe kon en kan Mila omgaan met het gemis van deze vader in haar leven? Samen met Don, één van die muziekvrienden van Just, trekt zij door Nederland, Duitsland en Israël om steeds meer over haar vader te weten te komen. Tijdens deze reis (voortgedreven door de zoektocht naar een violofoon) ontmoet zij de overige leden van het orkest van haar vader, waarbij zij ontdekt dat de affectie van de een jegens haar vader na al die jaren dieper zit dan bij de ander. Het verhaal speelt zich overigens af in 1994, waardoor je af en toe een beetje moet rekenen om leeftijden, leeftijdsverschillen en gebeurtenissen in het verleden in de juiste context te plaatsen. En soms is het, als vergevorderde veertiger, even slikken als Mila de mannen van halverwege tot eind vijftig als “‘ oude” mannen ervaart 🙂 Mila wordt geconfronteerd met het verleden van haar vader maar zeker ook met haar eigen verleden. De manier waarop Mathijsen beschrijft hoe Mila het (naderende) overlijden van Just heeft beleefd en hoe zij de daarop volgende jaren in haar eigen wereld en werkelijkheid leefde, raakte mij zeer.

Recentelijk las ik De opkomst en ondergang van grootmachten van Tom Rachman (Meulenhoff / Agathon). In die roman draait het om Tooly die in haar begin dertigerjaren ontdekt hoe haar jeugd en adolescentie zijn vormgegeven door een netwerk van personen. Deze personen hebben allemaal hun eigen rol, de een wat meer op de voorgrond dan de ander. Waar het voor Tooly een eye-opener was hoe zij er uiteindelijk (alleen) voor staat, is het grote verschil met Mila dat Mila zich omringd weet door mensen (niet in de laatste plaats haar moeder) die het beste met haar voor hebben. Niemand heeft de wijsheid in pacht. Iedereen probeert op basis van eigen afwegingen te bepalen welke handelswijze het beste is. Of dit uiteindelijk de beste keuze is, is koffiedik kijken.

De titel van deze blogpost is ontleend aan mijn schoolboek voor vaderlandse geschiedenis op de lagere school. De strekking lijkt te zijn dat we door meer te weten over het verleden, het heden beter kunnen begrijpen. Voor mij symboliseert de roman van Mathijsen zeker deze sleutelfunctie. Als je, zoals ik, het voorrecht hebt om mee te mogen doen met de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur, krijg je een aantal boeken op een presenteerblaadje voorgeschoteld. Voor die boeken hoef ik dus zelf geen keuze te maken. Bijzonder comfortabel, want het blijft bij elk boek toch weer de vraag op basis waarvan een lezer de keuze maakt om het wel of juist niet te gaan lezen. Zou ik De grote goede dingen uit mijzelf zijn gaan lezen? Achteraf is mij niet een bijzondere schrijfstijl bijgebleven of prachtige sfeerbeschrijvingen en stilistische hoogstandjes. De verhaallijn is ook niet bijster verrassend en het slot redelijk simpel. En ondanks (of wellicht juist: dankzij) dit alles, heb ik van begin tot eind genoten van deze roman. Het was voor mij zowel een onderdompeling in als een confrontatie met mijn eigen familieverleden. Ik ben de schrijfster zeer erkentelijk voor de wijze waarop zij mij deze ervaring heeft gegeven.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn dank gaat weer uit naar uitgeverij De Bezige Bij voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar, maar zeker ook naar Cathelijne, de drijvende kracht achter Een perfecte dag voor literatuur (een initiatief binnen Not Just Any Book), voor haar goede keuze in de te bespreken boeken.

Wat mijn medebloggers van De grote goede dingen vinden, lees je HIER.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Lijnenspel

Je herkent dit vast: je staat in een boekwinkel met een (voor jou onbekend) boek in de hand en leest de achterflap. En dan voel je van binnen een lichte tinteling die leidt tot de absolute overtuiging dat je dit boek móet lezen. Onverklaarbaar en onweerstaanbaar. Dit kan ook gebeuren (en zo verging het mij, dit keer) bij het lezen van de korte omschrijving op de website van de uitgever of in de brochure van te verschijnen boeken. Wat nu precies de “trigger” is (titel? boekomslag? schrijver?), blijft voor mij vaak onduidelijk. Interessant om over te filosoferen, maar nog interessanter is de vraag of het boek dan uiteindelijk ook aan de verwachtingen voldoet.

Enige maanden geleden stuitte ik op de titel De opkomst en ondergang van grootmachten. Dit is de meest recente roman van Tom Rachman, in de Nederlandse vertaling uitgegeven bij Agathon/Meulenhoff. Een roman met een bijzondere titel, die in eerste instantie wellicht doet vermoeden dat hier sprake is van een economisch handboek. De associatie met het op dit moment immens populaire (salonfähige) meesterwerk Capital in the Twenty-First century van de Franse econoom Thomas Piketty (Harvard University Press, ook verkrijgbaar in de Nederlandse versie bij De Bezige Bij) ligt op de loer. Dit laatste werk hoort inmiddels ook tot onze thuiscollectie. Nogal logisch met een in economie geïnteresseerde echtgenoot en een bedrijfskunde studerende zoon. Op de een of andere manier lukt het mijzelf slechts sporadisch om tijd te nemen om een non-fictie boek te lezen. Blijkbaar voel ik mij toch meer thuis in de fictieve levens van romanfiguren. Hoewel, dat kostte mij bij de romanfiguren uit De opkomst en ondergang van grootmachten in de eerste hoofdstukken meer moeite dan ik eigenlijk wil toegeven.

De hoofdpersoon is Tooly (Mathilda) Zylberberg. In het boek volgen we haar levensverhaal, waarbij we telkens heen en weer springen tussen verschillende tijden en plaatsen. En door dat heen en weer springen is er steeds sprake van een groot vraagteken. Hoe gaat haar leven verder en hoe hangen alle gebeurtenissen en gesprekken met elkaar samen? Door informatie in een latere of juist eerdere periode vallen langzaam maar zeker de puzzelstukjes op hun plaats. In 1988 is Tooly 9 jaar oud en leeft zij in Bangkok. Tot die tijd heeft zij met haar vader Paul zo’n beetje rondgereisd. Paul vertelt aan Tooly dat dit met zijn werk te maken heeft. Overigens is er verder weinig communicatie tussen vader en dochter. Dit geeft een bijzondere (en ongemakkelijke) sfeer. Als Tooly 10 jaar is, wordt zij “ontvoerd” door de plotseling opduikende Sarah. Sarah blijkt de moeder van Tooly te zijn. Door deze ontvoering komen vervolgens de oudere Humphrey (met Russisch accent) en de ongrijpbare maar charismatische Venn in haar leven. Hoe de lijnen tussen al deze mensen precies lopen, is eigenlijk de rode draad in deze hele roman.

New York is de thuisbasis van Tooly rond 1999-2000. Zij heeft aparte leefomstandigheden en haar relaties zijn ook niet allemaal even alledaags. Naast de al genoemde personen is in die periode een belangrijke rol weggelegd voor de studenten Duncan en Xavi. In 2000 wordt Tooly overigens 21 jaar oud, hetgeen voor haar niet bijzonder is maar door een aantal mensen om haar heen wel als een belangrijk omslagpunt wordt beschouwd. Ook dat wordt pas in de loop van het boek duidelijk. De derde periode die steeds aandacht krijgt is het “nu”: Tooly  heeft nu (2011) een noodlijdend winkeltje in tweedehandsboeken in een gehucht in Wales.

Snap je er al wat van? Bijna onmogelijk. En dat maakt deze roman zo razend knap. Alle verhaallijnen en tijdslijnen lopen dwars door elkaar. Gebeurtenissen die in de eerste helft van het boek worden beschreven, krijgen pas in de loop van de tweede helft hun betekenis. Alles gaat kriskras door elkaar om uiteindelijk toch een netwerk te vormen, waarbij de grote vraag is wie er nu eigenlijk daadwerkelijk aan de touwtjes trekt. Een vraag die voor Tooly pas in de fase van het nu tot een beantwoording komt. Daarom had ik in het begin behoorlijk wat moeite om in het verhaal te komen, terwijl ik de tweede helft in één ruk heb uitgelezen en met een katterig gevoel achterbleef omdat het boek uit was.

Ontroerend en ontwapenend vond ik het levensverhaal van Humphrey. En Paul? Die kun je pas vér in het boek op waarde schatten. De economische benadering van Venn over het functioneren in de wereld is uitermate lezenswaardig. Mijn oordeel over Venn houd ik echter liever voor me. Naar mijn mening slaat de titel van deze roman niet zo zeer op “werkelijke” grootmachten, maar meer op alle ontwikkelingen en omwentelingen die de personages zelf meemaken. Ik ben benieuwd of Piketty het ook op die manier benadert 🙂 En Tooly? De schrijver heeft een open eind aan het boek gegeven, zodat elke lezer naar eigen believen mag invullen hoe haar leven verder gaat.

Al met al een verbijsterend, onthutsend boek. Het heeft mij behoorlijk bezig gehouden. Dus terugkomend op mijn vraag aan het begin van deze blogpost: ja, deze roman heeft volledig voldaan aan mijn verwachting bij het lezen van de achterflap.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn grote dank gaat uit naar uitgeverij Meulenhoff voor het aan mij beschikbaar stellen van een leesexemplaar (ebook) én voor het getoonde geduld voor de tijd tot de publicatie van deze blogpost.

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Opoffering

Hoe fijn moet het zijn om zonder enig vooroordeel te kunnen leven! Om overal met een onbevangen blik in te stappen, bereid om alles te accepteren zoals het zich aandient. Volgens mij is dat volstrekt onmogelijk en is het meest haalbare dat wij proberen elke keer met enige afstand naar onszelf te kijken vóórdat we ergens over oordelen, ons een houding geven of tot actie over gaan. En die houding kan af en toe tot een bijzondere ontdekking leiden. Althans zo verging het mij. Voor vandaag staat namelijk De offers gepland binnen de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Deze roman, uitgegeven bij De Bezige Bij, is geschreven door Kees van Beijnum. En precies daar wrong voor mij de schoen. Ik had nog nooit een boek van deze schrijver gelezen. Het enige dat ik van hem wist, is dat hij de schrijver is van De Oesters van Nam Kee, welk boek verfilmd is met onder andere als acteurs (de jonge) Katja Schuurman, Johnny de Mol en Cees Geel. En eerlijk gezegd (daar komt het eerste vooroordeel) heb ik gemiddeld niet zo’n hoge pet op van Nederlandse films. Ik heb de film niet gezien maar mede door de (gedeeltelijke) setting in (daar komt vooroordeel nummer 2) een zonnig buitenland vermoedde ik weinig goeds. En die mening  projecteerde ik vervolgens op de schrijver.

Dus toen de vraag kwam of ik mee wilde doen voor De offers, heb ik heel even getwijfeld. Heel even, want ik ben altijd nieuwsgierig naar nieuwe boeken en (voor mij) nieuwe schrijvers. En oh ja, wat ben ik blij dat ik mee mag doen, want wat kan die man schrijven! In een heel beheerste stijl weet hij mij mee te nemen naar het Japan van de tweede helft van de veertiger jaren vorige eeuw. En dat is vervolgens bij uitstek een wereld waarin vooroordelen een extreme invloed hebben op de dagelijkse gang van zaken. Misschien is het beter/neutraler om het niet te hebben over vooroordelen, maar over maatschappelijke opvattingen over de indeling van de samenleving in die tijd. En daarbij is het zeker niet zo dat alleen in Japan die opvattingen de ontwikkelingsmogelijkheden vanuit een bepaalde sociale status bepalen. Ook voor Europeanen, Australiërs, Amerikanen en anderen blijkt het bijna onmogelijk om een eigen mening te hebben en desondanks mee te draaien in het wereldje. Letterlijk iedereen moet offers brengen, ieder op zijn of haar eigen niveau en in wisselende situaties. Uiteindelijk gaat het steeds om de vraag naar de balans van eigen belang en het belang van een medemens.

Ik vond het een bijzondere roman. Als ik een boek lees waarvan ik van te voren weet dat ik er een blogpost over ga schrijven, maak ik tijdens het lezen vaak al wat aantekeningen. In dit geval had ik gekozen voor kleine gekleurde plaktabjes. Het boek zit nu vol met gekleurde tabjes, maar deze momenten bij elkaar maken niet automatisch een logische blogpost. Er zijn ongetwijfeld bloggers te vinden die een mooie, compacte samenvatting geven van de inhoud van het boek. Ik raad je zeker aan deze publicaties te lezen voor zover je nog een aansporing nodig hebt om deze roman te gaan lezen. Van mijn eigen leeservaring geef ik graag mee dat de meest opvallende zinnen of alinea’s wat mij betreft met name gaan over individuele opvattingen en verwachtingen. Regelmatig verhelderend en verbijsterend tegelijk.

Voor mij, zelf juriste, waren de overwegingen van rechter Rem Brink over de aanklacht “misdaden tegen de vrede” en de unanimiteit van het oordeel uitermate interessant om te lezen. Maar het meest indrukwekkende is toch de neutrale, bijna afstandelijke wijze waarop de schrijver het beeld schetst van de toenmalige maatschappelijke verhoudingen en de daarbij horende toekomstmogelijkheden van de hoofdpersonen uit deze roman.

Bijzondere omgangsvormen en interculturele verschillen waren in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog nog meer bepalend dan tegenwoordig. Maar los van de tand des tijds zit de Aziatische maatschappij zo anders in elkaar dan wij hier in Europa gewend zijn. Ik moest terugdenken aan  De tas van de leraar van de Japanse schrijfster Hiromi Kawakami (oorspronkelijke publicatie in 2001. Ik las in 2012 via mijn openbare bibliotheek de Nederlandse vertaling, Atlas Contact). In dit wonderlijke boekje gaat het om een zich met horten en stoten ontwikkelende relatie tussen een alleenstaande vrouw van in de dertig en haar veel oudere, voormalige leraar die weduwnaar is. In de manier waarop zij met elkaar omgaan vond ik een zekere hardheid en botheid zitten, die ik (vooroordeel nummer zoveel) niet verwachtte in de Japanse cultuur.

Ik merk dat ik bij het schrijven van deze blogpost bijna angstvallig heb vermeden om namen uit de boeken te noemen. Dit is simpelweg het gevolg van het feit dat ik de namen niet goed ken. Ik lees namelijk meestal op “beeldherkenning”, oftewel ik herken het woord meteen als de naam die er staat, maar hoe de naam precies wordt geschreven of uitgesproken moet worden, gaat aan mij voorbij. Dit is niet typisch iets voor boeken met Aziatische namen, hoor, ik heb dat al mijn hele lezersleven lang. Begin middelbare school heb ik eens een verhitte discussie met een klasgenootje gevoerd omdat zij het belachelijk vond dat ik niet precies wist hoe de vriendinnen van Pitty (uit de kostschoolserie van Enid Blyton, echte bakvissenboekjes) heetten en wat de naam van de kostschool was. Tja. Mijn leesplezier is er niet minder om 🙂

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Via deze link kom je op de verzamelpagina van Een perfecte dag voor literatuur met de verwijzing naar de artikelen van mijn medebloggers. Mijn hartelijke dank gaat weer uit naar Cathelijne en De Bezige Bij voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Google glass

Soms zou ik willen dat ik een Google Glass had. Voor mijn werk ben ik namelijk regelmatig met de auto onderweg en tijdens deze autoritten kom ik vaak zulke mooie plaatjes tegen dat ik daar een foto van zou willen maken. Zoals de kerktoren ter hoogte van Zaltbommel (A2): de voet onzichtbaar in de mist, de spits prachtig oplichtend in het waterige ochtendzonnetje. Of de ontwikkeling van een onweersbui tegen de achtergrond van een schitterend kleurende avondlucht. Of de vertrouwde alledaagsheid van koeien en schapen, grazend in de wei, extra geaccentueerd door strijklicht. Helaas, met een snelheid van 120 à 130 km per uur is het lastig fotograferen 🙂

Bij al die mentale plaatjes maak ik voor mijzelf de mooiste verhalen. Voordat ik thuis ben, ben ik overigens al die verhaaltjes al lang weer vergeten. Maar wat zou er gebeuren als ik enig schrijverstalent had en die verhalen aan het papier zou toevertrouwen? Zou dat dan enigszins in de buurt komen van de verhalenbundel Hier blijf ik van Sanneke van Hassel (de Bezige Bij)? Leuk om over te dagdromen, maar ook niet meer dan dat. Want Van Hassel heeft een totaal eigen manier om in korte verhalen een bepaald beeld neer te zetten.

De leidraad bij die verhalen zijn foto’s die afkomstig zijn uit de foto-expositie De Kracht van Rotterdam (2012-2013). Nu onze zoon sinds kort in Rotterdam studeert en woont, ben ik extra geïnteresseerd in alles wat met deze stad te maken heeft. De foto’s, die dus niet door Van Hassel zelf zijn gemaakt, tonen (onderdelen van) Rotterdam bij dag en bij nacht. Ik lees niet vaak (korte) verhalen en daarom moet ik altijd weer even wennen als ik in een bundel begin. Ik moet echt even mijn draai vinden. Deze bundel is zeer duidelijk van structuur: een titel, een foto en twee pagina’s tekst. Bij de titel probeerde ik mij al voor te stellen wat er zou kunnen volgen, vervolgens checkte ik of de foto bij die veronderstelling paste (zelden!) om daarna te merken dat Van Hassel nog weer een andere invulling aan titel en foto heeft gegeven. Verrassend om zo steeds weer op een verkeerd been te worden gezet.

Een echte samenhang van de verschillende verhalen heb ik niet kunnen ontdekken. Behalve uiteraard dat het uitgangspunt steeds een Rotterdamse setting is. In de verhalen komt de multiculturele samenstelling van de stad uitdrukkelijk naar voren. Van Hassel schuift in een natuurlijk aanvoelende mix zowel mannen als vrouwen als centraal figuur naar voren, waarbij zij op kunstige wijze in een beperkt aantal zinnen tot de essentie doordringt.

Ik heb deze bundel mogen lezen in het kader van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Door de uitgever is mij een leesexemplaar ter beschikking gesteld, waarvoor mijn hartelijke dank. Ik weet vrij zeker dat ik uit mijzelf niet snel dit boek uit de schappen van de boekhandel had gepakt. Maar nu ik het gelezen heb, zet het mij wel weer aan tot nadenken en tot een verscherpt kritisch om mij heen kijken wat er zo al aan verhalen in mijn eigen omgeving valt te ontdekken. Dat is voor mij de grootste winst van deze bundel. Wie weet ontdek jij er weer heel andere elementen in. De enige manier om dat uit te vinden is: lezen!

Vóórdat ik meer wist over de inhoud en opzet van deze bundel verwachtte ik een werk à la Het Amsterdamse Beeldenboek. Dit beeldenboek heeft als ondertitel Vier eeuwen buitenbeelden en is een uitgave (in 1996) van het Amsterdamse fonds voor de Kunst in samenwerking met de Stadsdrukkerij Amsterdam. Ondersteund met foto’s worden de mooiste en meest interessante buitenbeelden in de stad besproken. Hoewel ik al jaren niet meer in Amsterdam woon, is het nog steeds “mijn” stad en blader ik nog regelmatig met veel plezier door dit boekje. Bestaat er ook zo’n boek over de gemeente waar jij woont? Ik zou het leuk vinden als jij dat hier of via mijn FB-pagina laat weten.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Voor de publicaties van de andere boekenbloggers van Een perfecte dag voor literatuur klik je HIER. Binnen deze boekenbloggersleesclub hebben wij al eerder aandacht besteed aan verhalenbundels, zoals Barrevoetse februari (Herta Müller – De Geus) en Saboteur (Marte Kaan – Ambo Anthos).

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review