Tagarchief: taalgebruik

Exotische vlinder of Muurbloempje?

Middelbare school + 5e klas = werkweek. En omdat ik op een relatief kleine school zat, was er geen sprake van een keuze voor de bestemming, maar werd die week sinds jaar en dag doorgebracht in Berlijn. Eerste helft jaren tachtig betekende dit het Berlijn “met Muur”. Mijn broer heeft dat alles mogen meemaken. Vol met verhalen, enthousiast en verbijsterd tegelijk, kwam hij na die week weer thuis. Helaas besloot mijn vader, twee jaar later, dat het voor mij (kleine lichamelijke handicap, daardoor destijds niet zo stevig ter been) niet verstandig was mee te gaan op werkweek. En hoe rationeel begrijpelijk ook, het voelt toch nog wel steeds als een gemiste kans.

Natuurlijk kan ik nu alsnog naar Berlijn, maar het huidige Berlijn zal anders zijn dan het ommuurde Berlijn van toen. Dat was voor Xavier Hackel al merkbaar, als hij een paar jaar na de val van de Muur weer naar Berlijn (en vervolgens naar Oost-Pruisen – Polen) gaat. Xavier is de hoofdpersoon uit de roman De schreeuw van de vlinder van Jan Herman Brinks (Brainbooks – Uitgeverij de Brouwerij).

Xavier Hackel is een jonge promovendus die in 1988 voor zijn universitaire onderzoek naar Berlijn gaat. Oost-Berlijn wel te verstaan. Hij wil onderzoeken wat de achterliggende motivatie is om een standbeeld van Frederik de Grote weer in ere te herstellen. Xavier ziet hierin een aanwijzing voor een mogelijke hereniging van de twee Duitslanden. Zijn omgeving is daar nog lang niet van overtuigd en in Oost-Berlijn worden zijn bewegingen dan ook nauwlettend in de gaten gehouden. Gaat hij als Westerling problemen veroorzaken? Is hij een communist, een marxist? De grote vraag is alleen: wie houdt hem precies in de gaten? Langzaam maar zeker sijpelt het wantrouwen in alles en iedereen bij Xavier naar binnen, ook in de relatie die hij vol overgave aangaat met de Oost-Duitse reisleidster Ilse. Dit wantrouwen, met een totaal ontredderd gevoel als gevolg, deed mij terugdenken aan de roman van Maartje Laterveer met de titel De mooiste kleur die niet bestaat (Meulenhoff). In die roman draait het primair om Julia die uit Oost-Berlijn weet te vluchten maar daarbij haar moeder en haar partner achterlaat. Later, na de de val van de Muur, gaat zij als journaliste terug en ontmoet haar grote liefde opnieuw. Zij wisselen hun verhalen uit, maar wie kan nu nog precies achterhalen hoe alles gelopen is. Wie heeft wie geholpen of juist verraden? Welk verhaal is juist en is “juist” niet een begrip bij uitstek dat door omstandigheden wordt ingekleurd?  Beklemmend, verwarrend, verontrustend.

Naast het thema naoorlogs Duitsland en de Muur valt De schreeuw van de vlinder op door de schrijfstijl en het taalgebruik van Brinks. Het is geen roman die je even snel weg leest, elke zin heeft zijn plek en zijn betekenis in het geheel. Brinks schuwt het gebruik van “moeilijke” (in de zin van niet-alledaagse) woorden niet en ook zijn zinsconstructies zie jij tegenwoordig niet vaak meer. Persoonlijk vind ik het wel prettig om zo nu en dan weer eens een boek te lezen waar je een beetje moeite voor moet doen. Na een schitterend en veelbelovend begin had ik even moeite om de aandacht er bij te houden. Maar met elke zin, met elke gebeurtenis werd dat steeds makkelijker. De grote mate van (historische) details verraadt de achtergrond van de schrijver als historicus en journalist. Het is ook wel bijzonder om bij stil te staan dat deze roman in 2013 is geschreven (althans in dat jaar uitgegeven), maar het verhaal zich in 1988 en een paar jaar daarna afspeelt.

Ilse noemt hem een vlinder, een exotische vlinder. Zij geeft hem een porseleinen vlinder en dat aandenken is voor Xavier gedurende een aantal jaren het tastbare bewijs van haar bestaan en hun gemeenschappelijke ervaringen. In de beleving van Ilse fladdert hij als een vlinder heen en weer tussen Oost en West, tussen persoonlijke, licht moralistische opvattingen en maatschappelijk verantwoorde stellingen. Xavier is geobsedeerd door de grens tussen Oost en West, zowel de fysieke in de vorm van de Muur als ook de psychische grens door het verschil in levens en opvattingen. Voor communisten is geschiedenis vooral politiek en dat blijkt dan ook uit hun gedrag en ideeën. Ook in zijn eigen familie zijn er muren opgeworpen. Het verleden van zijn grootouders en zijn eigen ouders drukt nog zwaar op het eigen leven van Xavier en beïnvloedt zijn toekomstvisie. Het beslechten van die muren kost trouwens minstens net zo veel moeite als het beslechten van de Berlijnse Muur.

Bij zijn aankomst in Berlijn ziet Xavier een prachtig huis in Jugendstil-stijl staan. Of dit huis er werkelijk staat, blijft de vraag. Het is misschien meer een materialisatie van de beschrijving van het huis van zijn grootouders. Dat huis staat echter in Oost-Pruisen en daar komt Xavier pas enige jaren na de val van de Muur terecht. Het huis heeft een soort boodschap voor hem. Dit deed mij terugdenken aan De schaduw van de wind van Carlos Ruis Zafón (Signatuur – A.W. Bruna). In mijn herinnering is daar ook een huis dat een bepaalde sfeer uitstraalt en een boodschap of waarschuwing wil laten uitgaan.

Ik heb niet de illusie dat ik de (diepere) bedoeling van Brinks helemaal heb ontdekt. Zeker wat het slot betreft heb ik daar mijn eigen invulling aan gegeven. En dat is misschien ook precies wat de schrijver ons toestaat. Geschiedenis is geen statisch, concreet gegeven en geschiedenis is niet alleen maar het verleden. Ook in het hier en nu is de invloed van “toen” voelbaar. Het maakt dat je af en toe ook met een meer afstandelijke blik naar het heden gaat kijken. En dat is zowel beangstigend als geruststellend. Al met al een bijzondere leeservaring.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Uitgeverij De Brouwerij maakte het voor mij mogelijk om De schreeuw van de vlinder te lezen, waarvoor mijn hartelijke dank.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Wie is de Mol?

Een boek met een mooi begin, een meanderend tussenstuk en uiteindelijk een duidelijk eind. Voor vele lezers het ideale concept. Voor die lezer heb ik een advies: lees de roman De schaduw van de Mol van de Vlaamse schrijver Bob van Laerhoven (Houtekiet). En bekijk dan eens wat dit boek met jou doet. Het kan zo maar zijn dat dit boek jou volledig uit het lood slaat, dat je geen idee hebt wat je nu eigenlijk gelezen hebt, wat er is gebeurd en hoe het verder gaat. Maar tegelijkertijd kan dat een hele fijne leeservaring zijn. Want één ding durf ik dan wel te stellen: dit verhaal ligt naar alle waarschijnlijkheid buiten jouw comfortzone.

De primaire setting van het verhaal in De schaduw van de Mol is het noordoosten van Frankrijk in de tweede helft van de Eerste Wereldoorlog. Oorlogsterrein, loopgraven. De jonge psychiater (in opleiding) Michel Denis is zelf bij een aanslag gewond geraakt, hij is zijn rechterarm kwijt. Desondanks blijft hij in het leger en doet hij wat hij kan om anderen te helpen. Er wordt een man gevonden die aan een verregaand geheugenverlies lijdt. Omdat niemand weet wie of wat hij is, wordt deze man de Mol genoemd. Denis vat een persoonlijke interesse op voor de Mol om te achterhalen waar dit geheugenverlies vandaan komt. Is er sprake van “shellshock“, aanstellerij of schizofrenie? De Mol krijgt een grijs schrift ter beschikking en gaat als een bezetene aan het werk. In onderdelen komt er van zijn hand een heel bijzonder verhaal te voorschijn. Dit wordt in het boek heel kenmerkend aangegeven doordat deze onderdelen op grijze pagina’s zijn gedrukt.

Dwars hier doorheen loopt dan nog de relatie tussen Denis en Marie Estrange, oorlogverpleegster uit morele overwegingen. De intensiteit van deze relatie is onlosmakelijk verbonden met de persoonlijke ontwikkeling die beide personen doormaken.

Het kwam soms op mij over alsof de schrijver over heel veel thema’s zou willen schrijven en nu zijn kans schoon zag om dat allemaal aan elkaar te knopen in één allesomvattend verhaal. Dat maakte het voor mij tot een genot om te lezen. Zoveel elementen waarover ik ook nadat ik het boek uitgelezen heb, nog kan en zal blijven nadenken. Ik voelde een lichte mate van frustratie toen ik de laatste letters gelezen had. Ik had nog zo veel meer willen weten en inmiddels had ik echt het gevoel een band te hebben opgebouwd met Michel Denis en zelfs met Marie Estrange. Is het boek dan niet af? Jawel! Het is precies goed. Het geeft genoeg om het een compleet verhaal te laten zijn en het laat genoeg achterwege om de eigen verbeelding te blijven prikkelen.

En dat vind ik zelf steeds weer het heerlijke van lezen: het ontdekken van andere werelden, het “ontmoeten” van allerlei mensen van verschillende pluimage, het kennismaken met andere opvattingen en overtuigingen en, last but not least, het “verplicht” moeten nadenken over het thema in het verhaal maar ook de uitwerking daarvan in mijn eigen leven.

Nu het hier om een barstensvolle roman gaat, heb ik ook een overdaad aan associaties om te noemen. Voor elk onderdeel was er wel een herinnering aan een eerder gelezen boek. Ik moest bijvoorbeeld even aan Harry Potter denken op de momenten dat één van de personen in de roman van Van Laerhoven het gevoel had dat er een Ander voor of namens hem dacht en aanstuurde. In de boekenreeks van Harry Potter wordt gebruik gemaakt van “legilimentie en occlumentie” om in andermans hersenpan te sluipen of juist om te voorkomen dat jouw hersenen en geheugen door een ander worden overgenomen. Verder verzuchtte ik meerdere malen wat een enorm werk de schrijver op zijn hals heeft gehaald met een roman als deze. Alle historische feiten en plaatselijke omstandigheden moeten kloppen, de status van de psychiatrische wetenschap moet corresponderen met die tijd, het woordgebruik moet passen bij de situatie van een eeuw geleden en ga zo maar door. Elke schrijver heeft waarschijnlijk heel veel voorwerk te doen, maar bij een roman als De schaduw van de Mol valt het nog meer op, net zoals bij de gedetailleerde trilogie over de 20e eeuw van Ken Follett. De sfeer van de roman deed mij ook af en toe terugdenken aan de verbijsterende roman Het Parfum van Patrick Süskind, waarbij Jean-Baptiste een heel bijzondere persoonlijke ontdekkingsreis maakt.

Vandaag maak ik echter de keuze om een verbinding te leggen met een roman van Arthur Japin, met de titel Een schitterend gebrek (Singel Uitgeverijen – de Arbeiderspers). Hoewel dit verhaal zich nog enkele decennia eerder afspeelt, waren er elementen die ik als overeenkomsten zie. Dit kwam met name naar voren in de beschreven sfeer van het dagelijks leven in die tijd en door de scene waar uitdrukkelijk gebruik wordt gemaakt van een masker om de ware identiteit verborgen te houden. In Een schitterend gebrek heeft het masker ook een zeer bepalende functie. Verder is het bijna niet meer voor te stellen hoe het moet zijn om te leven in een wereld zonder stromend water, elektriciteit, internet ….. Er is ook veel veranderd ten aanzien van de beleving van (persoonlijke) hygiëne en de invulling van omgangsnormen.

Overigens heb ik met de schrijver Arthur Japin een soort haat-/liefdeverhouding, net zoals met Leon de Winter. Op de een of andere manier voel ik een zekere weerstand om hun boeken goed te vinden, terwijl ik aan de andere kant ook steeds weer erg nieuwsgierig ben naar “wat ze nu weer gepubliceerd hebben” 🙂 Heb jij dat ook met een schrijver? Laat het mij in een reactie onder deze blogpost weten of reageer via mijn facebookpagina. Reacties worden op prijs gesteld.

Aan het begin van deze blogpost gaf ik het leesadvies over De schaduw van de mol aan lezers die een bepaald verwachtingspatroon hebben, met mijn goedbedoelde insteek om aan te zetten tot lezen buiten de gebaande paden. Maar ook voor lezers die sowieso wel geïnteresseerd zijn om eens wat anders te lezen, is deze roman zeker een aanrader. Ik ben de schrijver en de uitgever dankbaar voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Eén soort mensen

Voor mijn literatuurlijst voor het eindexamen middelbare school, halverwege de jaren tachtig, las ik De avonden van Gerard Reve. Het boek als zodanig vond ik toen eigenlijk niet zo bijzonder, maar het krijgt een extra dimensie als je je realiseert wannéér het is geschreven en voor het eerst gepubliceerd. Toen zag onze maatschappij er nog wel een beetje anders uit dan nu. Wat voor schokgolf zal het boek gegeven hebben? Daar moest ik aan denken bij het lezen van nog zo’n klassieker: Spaar de spotvogel van Harper Lee, in een prachtige uitvoering uitgegeven bij de Bezige Bij (To kill a mockingbird).

Deze roman verscheen eind jaren vijftig vorige eeuw, terwijl het verhaal zich afspeelt in de dertiger jaren in een plaats in Alabama, een zuidelijke Amerikaanse staat. Slavernij was inmiddels afgeschaft, formeel waren blanken en niet-blanken gelijk voor de wet. Voor de wet. Voor de praktijk nog lang niet.

We zien de wereld van toen door de ogen van het jonge meisje Scout Finch. Zij groeit op in een gezin met een iets ouder broertje (Jem), een vader die advocaat is (Atticus) en een zwarte hulp in de huishouding. Kijk, daar wreekt zich meteen een gebrekkige woordenschat. Hoewel dat ook weer niet de juiste omschrijving is. Meteen blijkt namelijk dat woorden in onze huidige maatschappij een andere inhoud kunnen hebben dan diezelfde woorden destijds. Een hulp in de huishouding is nu bijvoorbeeld een thuiszorgmedewerker of een tiener die wat geld bijverdient door te helpen met schoonmaken. Terwijl in het leven van Scout de hulp in de huishouding, Calpurnia, eigenlijk haar (zwarte) tweede moeder is, in die zin dat Calpurnia haar opvoedt, haar verzorgt en haar in het gareel houdt. Dus deze zwarte vrouw is de spil in het blanke huishouden. En dat was in die jaren dertig de normaalste zaak van de wereld. Zwarten hadden een duidelijke “taakomschrijving”, de blanken maakten van die taken gebruik, maar een vermenging of samenwerking was ondenkbaar en uit den boze.

Het verhaal, de rode draad, zal wel zo’n beetje bekend zijn. Het leven van Scout, het gezin en het leven in hun woonplaats wordt extreem beïnvloed door het feit dat vader Atticus als advocaat wordt ingeschakeld om een zwarte te verdedigen. Hij doet dat simpelweg omdát hij advocaat is en hij vindt dat iedereen dezelfde behandeling en verdediging verdient. Ik vond het treffend om te merken dat  hij niet veronderstelt dat zijn handelen tot een ommekeer in de maatschappij zal leiden, hoewel hij op zijn manier wel een belangrijke bijdrage aan het bewustzijn in de maatschappij levert.

Tijdens mijn studie Rechten kwam bij het uitermate interessante onderdeel Encyclopedie der Rechtswetenschap uitgebreid de discussie over rechtvaardigheid naar voren. De bedoeling van het vak is om zelfstandig te leren nadenken over het hier en nu, over recht en staat, door lering te trekken uit de (rechts)geschiedenis. Een van de fundamentele vragen die daarbij uitgebreid aan de orde komen gaat over rechtvaardigheid. Wat is precies ons rechtvaardigheidsideaal? En welke elementen liggen daaraan ten grondslag? Tot de destijds verplichte vakliteratuur hoorde het boek Rechtvaardigheid van prof. dr. W. Luijpen. Dit boek zou eigenlijk tot ieders verplichte literatuur moeten behoren :).

Het is een thema dat uit Spaar de spotvogel voor mij duidelijk naar voren springt. Waarom vonden we het toen (en in grote onderdelen van onze wereldse samenleving geldt dit helaas nog steeds) normaal om het onderscheid tussen zwarten en blanken te maken? Waarom vinden kinderen het doodnormaal om door een zwarte vrouw beschermd en opgevoed te worden, terwijl zij toch gaandeweg in hun leven diezelfde zwarte persoon een mindere rol gaan toebedelen? Wat veroorzaakt die omslag? En wat is er precies gebeurd dat wij in onze huidige maatschappij overwegend geen onderscheid meer proberen te maken op basis van kleur, ras of afkomst?

Al met al weer typisch zo’n boek dat niet uitgewerkt is als je klaar bent met lezen. Het appelleert aan ons gevoel voor rechtvaardigheid, onze normen en waarden. Daarnaast is het óók het heerlijke verhaal over een opgroeiend meisje dat vol zit met (onschuldig) kattekwaad, haar eigen gevoel voor wat hoort, haar wensen om met bepaalde mensen in contact te komen, haar opvattingen over het werk en de levenshouding van haar vader en broer. Dit alles vindt voor Scout plaats in een redelijk vrijgevochten omgeving en toch merk je reeds alle signalen dat zij langzaam maar zeker door de omstandigheden in het maatschappelijk gewenste malletje gedwongen zal worden.

Het is de enige roman die Harper Lee geschreven heeft (hoewel er nu berichten zijn dat de oorspronkelijke opzet van het verhaal alsnog op de markt komt) en ik heb er van genoten. Zij heeft een prachtige schrijfstijl, heel beeldend en invoelbaar. Je wordt als lezer bijna automatisch gedwongen om het leestempo aan te passen aan het tempo van de wereld destijds, in het warme broeierige Zuiden. Een boek dat zowel heerlijk is om te lezen als ook aanzet tot verder nadenken, dat maakt het voor mij een echte aanrader.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn grote dank gaat uit naar uitgeverij De Bezige Bij voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

5 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Iedereen is een optocht

Wat kan een mens zich toch vergissen! Wat kun je door een eigen vooringenomenheid totaal op het verkeerde been worden gezet. Dat overkwam mij bij Dertig dagen van Annelies Verbeke (uitgegeven bij De Geus). De omschrijving van een klusjesman die gelukkig is met zijn werkzaamheden in België en al doende ook nog zijn klanten van adviezen voorziet, in combinatie met een strak blauwe boekomslag met een lieflijk wit wolkje zorgde bij mij voor de nodige argwaan over de inhoudelijke kwaliteit van deze roman. Van meerdere kanten kreeg ik echter te horen dat Annelies Verbeke goed kan schrijven, dus vooruit, we nemen de gok en doen weer mee met de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur.

En inderdaad: wat kan die Verbeke schrijven! Prachtige zinnen die je dwingen om rustig te lezen. Wat meteen opvalt is de opbouw van het boek. Het eerste hoofdstuk heeft het nummer 30 en zo wordt er hoofdstuk na hoofdstuk afgeteld naar 1. Voor de hoofdpersoon in deze roman is overigens deze aftelling totaal niet zichtbaar of voelbaar. Ook voor mij als lezer blijft tot het allerlaatste hoofdstuk een vraagteken waarom het boek Dertig dagen heet. Maar als dat eenmaal duidelijk is, dringt ook meteen de betekenis van de boekomslag door, met dat lieve witte wolkje. Nooit zal ik nu nog denken dat dit wolkje een frivool leventje leidt, hoog aan de hemel en dat op aarde alles pais en vree is.

De klusjesman luistert naar de naam Alphonse. Hij is overduidelijk niet van Vlaamse komaf en dat is in het hele boek merkbaar. Onderwerpen als racisme en bot gedrag van mensen door onwetendheid en onbekendheid komen meer dan terloops aan de orde. Via buurman Willem weet Verbeke een brug te slaan tussen de geschiedenis van de Eerste Wereld Oorlog en onze huidige, wereldse, samenleving en werkelijkheid. Daarmee is het overigens geen aanklacht of politiek boek geworden. Boven alles is dit indrukwekkende, meeslepende, tot nadenken stemmende literatuur. Ik weet niet of ik alle bedoelingen van de schrijfster ontdekt en begrepen heb, maar dat vind ik zelf eigenlijk niet relevant. Ik heb puur genoten van de sfeer, de onderlinge verstandhouding tussen Alphonse en zijn vriendin Kat, maar ook met vrienden, buren en klanten. Verbeke doorspekt dit alles (logischerwijs, aangezien zij zelf uit België komt) met voor mij nieuwe (Vlaamse) woorden, die zij voorts ook inzet om de cultuurverschillen, de verschillen in karakter en temperament en de (on)zelfstandigheid van mensen aan te zetten.

Alphonse constateert regelmatig, hardop of juist in conversatie met zichzelf, dat elk mens meerdere kanten kent. En afhankelijk van situatie en omstandigheden komen bepaalde “personages” meer naar voren. De dappere, de sterke, de bange, de dansende etc. Oftewel iedereen is (in zichzelf) een optocht. Hij merkt dat bij zijn klanten, die worstelen met bepaalde problemen. De klusjesman is voor die klanten een praatpaal, door zijn uiterlijke onverstoorbaarheid roept hij blijkbaar op dat zij tegen hem beginnen aan te praten. En dat heeft dan weer een therapeutische uitwerking, waardoor in die klant een ander personage naar voren komt om de specifieke acties die nodig zijn uit te gaan voeren.

De manier waarop de schrijfster af en toe even iemand anders aan het woord laat (door de tekst cursief te drukken) vind ik verfrissend leuk. Hond Björn zou ik het liefste zo in mijn armen sluiten. Met zijn hijgerig “baas baas baas” doet hij mij erg denken aan ons eigen hondje Tim. Tim begon helaas een beetje te dementeren (ja echt, dat bestaat bij honden) en dat maakte dat wij niet goed meer voor hem konden zorgen. Bijna een jaar geleden hebben wij hem toevertrouwd aan de goede zorgen van het Seniorenhuis van het Dierentehuis ‘s-Hertogenbosch.

Om terug te komen op dat “verkeerde been” zal ik melden wat ik vooraf voor soort roman verwachtte. Ik meende te maken te krijgen met een boek in het genre van Hotel aan zee van de Ierse, inmiddels overleden, Maeve Binchy (Van Holkema & Warendorf) In die roman draait het om de vrouwelijke hotelier Chicky Starr, die een aantal gasten in haar hotel ontvangt. Deze gasten dragen allemaal hun eigen problemen met zich mee en langzaam maar zeker worden de levensverhalen duidelijk. Chicky weet dan vaak net even iets te doen, voor te stellen, aan te raden of te zeggen waardoor de meeste gasten grip krijgen op hun probleem en met een opgeheven hoofd en een positieve kijk op de rest van hun leven uiteindelijk het hotel verlaten. En uiteraard zijn zij de gastvrouw diep dankbaar voor het warme gevoel dat zij hen heeft gegeven. Prima boek voor tussendoor, maar dit moet je (althans ik) doseren: niet te vaak en niet te veel van dit soort boeken achter elkaar lezen.

Mocht jij een zelfde associatie hebben bij het lezen van de omschrijving van Dertig dagen, dan raad ik jou ten zeerste aan om alle vooroordelen over boord te zetten. Lees dit boek, lees het in jouw eigen tempo, herkauw het en maak het eigen. Het is deze inspanning waard.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Via deze link kun je de meningen van mijn medebloggers lezen.

Hartelijk dank, Uitgeverij De Geus, voor het uitgeven van deze roman en het aan mij beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

6 reacties

Opgeslagen onder Boek review

De verwondering: taalkunde, taalkunst of kunstige taal?

Zondag 17 augustus j.l. was Ionica Smeets de avondgast bij het vpro-programma Zomergasten 2014. In die uitzending was er, gezien haar achtergrond als wiskundige en wetenschapsjournalist, uiteraard regelmatig en uitgebreid aandacht voor wiskunde. Zij kan heel overtuigend vertellen over de schoonheid van wiskunde. Ik herken dat van mijn eigen wiskundeleraar. Hij legde vroeger al uit dat wiskunde de enige taal ter wereld is die voor iedereen over de hele wereld hetzelfde betekent. Zijn streven was dan ook om wiskunde te laten promoveren tot “wiskunst”.

Deze eenduidigheid kan van “gewone” taal niet gezegd worden. Neem bijvoorbeeld De verwondering van Hugo Claus. Door zijn taalgebruik in deze roman kom je in een totaal andere wereld terecht. En eerlijk gezegd heb ik mij in deze wereld bij tijd en wijle behoorlijk verloren gevoeld.

Ik begin graag “onvoorbereid” en dus onbevooroordeeld aan een boek, maar enige wetenschap over de ouderdom van een boek is wel handig. Voor deze roman is het belangrijk om te weten dat het voor het eerst is gepubliceerd in 1962. Relatief gezien is dat niet lang na de Tweede Wereldoorlog. De (hoofd)personen hebben nog veel met de oorlog en de nasleep daarvan te maken. Verrassend vond ik het ook om te merken dat een “Hollander” anders werd benaderd dan een van origine Vlaming. Het historisch perspectief verklaart gedeeltelijk mijn verwondering over de sfeer en het taalgebruik, maar grotendeels is het toch echt toe te schrijven aan de schrijfstijl van Claus in dit boek. Ik had nog nooit iets van hem gelezen, dus ik heb geen vergelijking met ander materiaal van zijn hand.

Als lezer heb je in eerste instantie niet meteen in de gaten waar het verhaal van de leraar naar toe gaat. Overigens ga ik hier niet zozeer over de inhoud als zodanig schrijven. Wil je daarover meer weten zonder zelf de moeite van lezen te nemen, dan is er op internet voldoende informatie (bijvoorbeeld via wikipedia) over de inhoud en verhaallijn te vinden. Waar het mij meer om gaat is de kunstige manier waarop Claus met taal en chronologie speelt. Ik moest daar in eerste instantie erg aan wennen. Elke zin barst bijna uit zijn voegen van de beeldvorming, terwijl tegelijkertijd die zin geen adequate of bruikbare informatie geeft. Aan de ene kant heb je als lezer dus het gevoel dat je heel rustig moet lezen om te kunnen genieten van elke zin, aan de andere kant is juist het advies vooral dóór te lezen om de context van de zin te kunnen begrijpen. En langzaam maar zeker begin je te beseffen wiens verhaal het is en op welk moment de woorden aan het papier worden toevertrouwd. En dan volgt het begrip waarom je het gevoel hebt dat sommige verhaallijnen niet kloppen of van de hak op de tak springen.

Uiteindelijk vond ik het een beklemmend boek. Er heerst een soort troosteloosheid, het in een kringetje blijven ronddraaien, waar ik mij ook na het wegleggen van het boek niet makkelijk van kon ontdoen. Ik snakte tijdens het lezen regelmatig naar een simpele chick-lit of spannende detective 🙂 Desalniettemin ben ik blij dat ik deze roman heb gelezen. Het is uitermate knap dat een schrijver met slechts de beschikking over woorden, een sfeer kan neerzetten waardoor je meteen het gevoel hebt dat je zelf aanwezig bent en meekijkt met de (in dit geval) leraar.

Woorden en wiskunde. Uitersten en toch ook heel nauw aan elkaar verbonden. Taal en wiskunde hebben beide de beschikking over elementen die, mits in de juiste volgorde en in een logische constructie, een prachtig plaatje laten zien. Ik heb zelf  het vertalen van Latijnse of Griekse teksten ook altijd ervaren als een soort wiskunde: door de grammatica en de woordvolgorde kun je achterhalen wat de bedoeling van de schrijver is. En nu blijkt dat ook een Néderlandse tekst een eigen persoonlijke “vertaling” behoeft. Pure kunst!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

 

Deze roman heb ik gelezen in het kader van de Augustus Klassieke Literatuurmaand, georganiseerd door Sandra van Sandra schrijft en leest. Het boek is mij via haar door de uitgever De Bezige Bij ter beschikking gesteld, waarvoor uiteraard mijn hartelijke dank.Wil je weten wat de leeservaring van Sandra zelf is? Via deze link kom je bij haar blogpost terecht. Ook José heeft deze roman gelezen. Haar verslag vind je op haar blog.

 

8 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Parels en veren

Laat ik voor de verandering meteen beginnen met mijn mening:

“Er zijn boeken waarbij het actieve verhaal in dat boek eigenlijk helemaal niet belangrijk is. De ware essentie zit dan namelijk in soms enkele zinnen, het prachtige taalgebruik of bijzondere sfeerbeschrijvingen. De rest van de roman is bijzaak en op zijn hoogst context.”

Ben je het niet met mij eens? Dan vermoed ik dat je Hoger dan de zee van Francesca Melandri en Alles waar ik spijt van heb van Philippe Claudel nog niet gelezen hebt.

Oppervlakkig gezien gaat het in Hoger dan de zee om een vrouw die haar man bezoekt in de gevangenis en een man (Paolo) die in dezelfde gevangenis zijn zoon bezoekt. Deze gevangenis ligt op een eiland, want “als je iemand echt gescheiden van de rest van de wereld wilt houden, is er geen muur hoger dan de zee.” (p 27). De reis naar het eiland wordt beschreven, er komt een storm (mistral), dus moeten zij de nacht op het eiland blijven, daarna vertrekken ze weer en wordt er kort aangegeven wat er in de volgende jaren gebeurt. Zo, klaar. Maar deze opsomming doet geen enkel recht aan de waarde van deze roman. De personages worden op een heel integere manier neergezet, waardoor je hen meteen in je hart sluit. Hun geschiedenis, hun letterlijke en figuurlijke weg naar het Eiland, is door de schrijfster heel rustig, semi-afstandelijk en daardoor juist indrukwekkend, beschreven. Ook voor de gevangenisbewaarder is een belangrijke plaats ingeruimd. De manier waarop dat wordt belicht, is prachtig.

Luisa, de vrouwelijke hoofdpersoon, vertelt aan Paolo over hoe haar kinderen konden strijden om de laatste veer van hun pauw. Deze laatste veer zou geluk brengen. Uiteindelijk geven de kinderen hun gevecht op en geven ze gezamenlijk steeds weer die laatste veer aan hun moeder. En ja, Luisa vindt dat zij geluk heeft in haar leven. Een opvatting om in gedachten wat langer bij stil te staan. Overigens vind ik dat Luisa wel iets weg heeft van Jocelyne uit De lijst van al mijn wensen (geschreven door Gregoire Delacourt, uitgegeven bij Orlando): een zekere gelatenheid, maar uiteindelijk een sterke persoonlijkheid.

Alles waar ik spijt van heb gaat over een jonge man die  teruggaat naar de plek waar hij is opgegroeid. Hij moet daar naar toe in verband met het overlijden van zijn moeder. Met haar heeft hij al heel lang geen enkel contact gehad. Door zijn aanwezigheid in die oude en toch ook vertrouwde omgeving komen allerlei voorvallen uit (met name) zijn jeugd weer in zijn herinnering en moet hij een manier vinden om daar mee om te gaan en het een plek te geven. Geen gemakkelijk thema, maar door de schrijfstijl van Claudel een intrigerende roman. Een bijzonder beeld vind ik het verhaal van Jos, de hotelier, over hoe schelpdieren onder water omgaan met verwondingen. Waar mensen spijt kunnen hebben, maakt een schelpdier prachtige parels om de wond heen, om die te helen en te verzachten. Ware schatten met in zich een herinnering aan een wond, aan pijn.

Mijn stelling is dus dat het bij de beoordeling van een roman uiteindelijk niet uitmaakt hoe de hoofdpersonen heten, uit welk gedeelte van Italië zij komen,  in welke Franse regio de zoon zijn moeder gaat begraven of in welke periode het verhaal is gesitueerd. De nasmaak wordt gevormd door die paar zinnen, die paar passages die ook lang na het boek uitgelezen te hebben, in mijn gedachten blijven en mij tot “herkauwen” aanzetten. Ter ondersteuning van mijn mening gaf ik al uit ieder boek een passage over pauwenveren en pareltjes. Als voorbeeld van bijzondere zinnen uit Hoger dan de zee: “Geschiedenis wordt met wapens gemaakt. Filosofie met denkbeelden.” (p 83). En uit Alles waar ik spijt van heb de opmerking van de hotelier: “Vlooien, daar zijn er heel veel van, maar van moeders heb je er maar één!”(gelezen op ereader, daarom geen idee welke pagina in papieren uitgave). Mooi! Deze zinnen kunnen ook waarde en betekenis hebben zonder dat je precies hoeft te weten wanneer en waarom de zinnen in deze romans voorbijkwamen.

Alles waar ik spijt van heb (De Bezige Bij) heb ik gelezen voor mijn leesclub (irl). Ik heb genoten van het taalgebruik en het gemak waarmee de schrijver een bepaalde sfeer neerzet, maar uiteindelijk was ik minder onder de indruk dan na het lezen van Het kleine meisje van meneer Linh en Zonder mij. Hoger dan de zee (Uitgeverij Cossee) kwam ik tegen op de tafel nieuwe aanwinsten bij mijn plaatselijke openbare bibliotheek. Ik vind het heerlijk om af en toe te “neuzen” op die tafel en de overige thematafels die er tegenwoordig tussen de rijen boekenkasten staan opgesteld. Wie weet waar ik een volgende keer mee thuiskom 😉

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review