Tagarchief: poëzie

Ouder worden

Wat is dat toch verraderlijk. Zo’n dun boekje, een bundeltje gedichten. Maar oh, wat een inhoud! Zo razend knap dat iemand (in dit geval Ingmar Heytze) met een paar woorden niet alleen een beeld weet te schetsen, maar eigenlijk een hele (mentale) film. Prachtig om te ervaren. Poëzie hoort nog steeds niet tot mijn standaard leesvoorraad. Daarom ben ik elke keer weer erg verheugd als ik via de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur in de gelegenheid word gesteld om kennis te maken met moderne, Nederlandse poëzie. En stiekem hoop ik natuurlijk dat ik door deze blogpost ook anderen zo ver krijg om eens een gedichtenbundel uit het schap te pakken. In een vorige blogpost over een poëziebundel heb ik beschreven dat het lezen van gedichten een andere aanpak vraagt dan het lezen van een roman. En voor de bundel die vandaag in het spotlicht staat, De man die ophield te bestaan (Uitgeverij Podium), geldt nog eens extra dat de volgorde van de gedichten ook de volgorde van lezen moet zijn.

Heytze beschrijft namelijk via korte gedichten hoe het is om vader te worden. Vanaf het schokeffect van de eerste echo tot en met het moment dat de kleine een eigen plek in de wereld gaat innemen. Zo lieflijk, zo treffend omschreven. Met lieflijk bedoel ik zeker niet zoetsappig. Het is juist bijzonder indrukwekkend hoe de dichter met een redelijk nuchtere blik constateert dat het leven nooit meer hetzelfde zal zijn en dat hij van “man” zich ontwikkelt naar “ouder”. Hij merkt dat aan de veranderingen in huis (bijvoorbeeld in het gedicht Blije doos), maar ook aan zijn eigen gedachten en herinneringen aan zijn eigen vader (Smalfilmjaren).

Ik ben een vrouw (verrassend, hè 🙂 ), dus ik heb geen flauw benul hoe het is om vader te worden. Hoe het is om dit van afstand en toch heel dichtbij te ervaren. Sterker nog, ik weet ook niet wat het is om fysiek moeder te worden. En toch durf ik te zeggen dat ik wel heb ervaren hoe het is om “ouder” te worden. Dat gevoel ontstond toen ik, jaren geleden, mijn lief eindeloos veel malen voor het slapengaan aan zijn kinderen hoorde voorlezen uit een stokoud boekje (1936) Kleine Sjang van E.F. Lattimore (destijds uitgegeven bij Leopold). Dit is een kinderboek waarin het kleine Chinese jongetje Sjang allerlei avonturen meemaakt. Spannend voor de kinderen, vertederend om die spanning op hun gezichtjes te zien voor de volwassenen. In het boekje staan overigens ook prachtig gestileerde tekeningen die tegelijk de verbeelding prikkelen en het verhaal ondersteunen (een soort Nijntje-avant-la-lettre). Zijn kinderen hingen aan zijn lippen en door dat intieme voorleeskringetje begon ik te begrijpen welk intens, allesoverheersend en eeuwigdurend gevoel een ouder voor zijn kind voelt. En natuurlijk horen bij opgroeien en opvoeden talloze ups-and-downs, maar dat gevoel is gelukkig onuitroeibaar.

En door dat eindeloos herhalen van dezelfde verhalen moest ik ook vaak denken aan een boekje dat uit de nalatenschap van mijn moeder in mijn boekenkast is terecht gekomen. Dat is het boekje Van schuitje varen tot Van Schendel, geschreven door Annie M.G. Schmidt en uitgegeven door “De vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels” ergens begin jaren ’50. Hierin beschrijft zij op haar geheel eigen wijze hoe ouders hun kinderen kunnen aanzetten tot lezen. Dat begint al met de prentenboeken voor de allerkleinsten. Het voorlezen neemt in haar adviezen een prominente rol in, waarbij de herhaling voor kinderen heel belangrijk blijkt te zijn. Steeds weer de bevestiging dat het verhaal gaat zoals het gaat, ook al word je daar als vader of moeder misschien wel eens doodop van. Annie M.G. Schmidt heeft zeker ook begrip voor moeders die niet eeuwig tijd hebben om zich te bemoeien met het leeswerk van hun kinderen. Zij geeft voor elke levensfase tot adolescent zeer enthousiasmerende tips. Mocht je dit boekje ergens kunnen bemachtigen, dan raad ik je aan dit eens te lezen. En de manier waarop zij schrijft, lijkt toch ook wel een beetje op poëzie.

Over het thema van ouder worden, over welke veranderingen dat feitelijk met zich meebrengt maar met name ook wat er intern onomkeerbaar gebeurt, over zo’n thema kan natuurlijk met gemak een hele roman worden gevuld waarin de feitelijke en emotionele fases uitgewerkt worden. Maar Heytze bewijst in De man die ophield te bestaan dat de romanvorm totaal niet nodig is. Door een speciale woordkeuze, een juiste volgorde van woorden en zinnen schildert hij het hele verhaal voor onze ogen. Bij sommige gedichten heb ik zelfs een beetje zitten gniffelen. Dat mij dat verbaasde, zegt misschien meer over mij dan over deze gedichten. Deze bundel heeft mij geholpen om te beseffen dat poëzie niet per definitie zwaar en moeilijk is. Deze bundel is echt een aanrader!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Zelfs zonder dat ik het uitdrukkelijk benoem, vermoed ik dat Uitgeverij Podium begrijpt dat ik blij ben dat ik de gedichtenbundel mocht lezen. Maar mocht er nog enige twijfel zijn: hartelijk dank!

Ik ben zelf erg nieuwsgierig naar wat mijn medebloggers over de bundel schrijven. Ben jij dat ook? Via deze link kom je op de algemene pagina bij Not Just Any Book over deze gedichtenbundel. Op die pagina verschijnen vandaag (30 januari 2015) de linkjes naar de individuele blogartikelen.

Advertentie

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Afwisseling van spijs ………… doet lezen

“Ha ha ha, hij is er weer,

de Sint die doet het keer op keer.

Het was echter weer wat laat

en dus waren niet alle letters meer op voorraad”

Zo begint bij ons al jarenlang het traditionele gedicht bij de voor iedereen klaarliggende chocoladeletter tijdens het Sinterklaasfeest. Omdat we inmiddels dit gedicht volledig uit het hoofd kunnen opzeggen, varieert “de Sint” af en toe toch net een beetje in de vervolgtekst om ons scherp te houden 🙂

Overigens geldt tijdens de Sinterklaasavondviering de regel dat bij elk presentje een gedicht hoort. In deze tijd van het jaar is het dus een gerijm van jewelste. Dat alles leidt tot een bijzonder gezellige familie-avond met veel pret en hilariteit, maar deze vorm van rijmelarij heeft natuurlijk in de verste verte niets te maken met poëzie.

Het lezen van poëzie hoort niet tot mijn gebruikelijke activiteiten. Mijn vader daarentegen, hing zo ongeveer van de gedichten aan elkaar. Hij declameerde op willekeurig welk moment uit zijn hoofd gedichten in het Nederlands, Engels Frans of Duits. Ik heb daar dierbare herinneringen aan, maar zelf weet ik weinig van poëzie. En dat maakt dat ik ook niet goed weet waar ik moet beginnen om daarin verandering aan te brengen.

Ziedaar de toegevoegde waarde van mijn lidmaatschap van de bloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur! Want voor vandaag staat op de planning om in deze blogpost aandacht te besteden aan de nieuwste bundel van Thomas Möhlmann: Waar we wonen (Prometheus).

Als ongeoefende poëzielezer wist ik niet goed wat ik van de deze bundel kon verwachten. Dus ben ik maar gewoon begonnen met lezen. En daarna heb ik het nog een keer gelezen, of eigenlijk: heb ik het hardop voorgelezen aan manlief. Het voorlezen van de gedichten maakte het voor mij duidelijker “waar ik moest ademhalen” en hoe de zinnen in elkaar overlopen en soms juist een overgang betekenen. Het is bijzonder om te merken dat met zo weinig woorden zo veel gezegd, zo veel in beeld gebracht kan worden. Het vereist ook wel enige inspanning om dat beeld voor ogen te krijgen. Bij het ene gedicht gaat dat makkelijker dan bij het andere. De bundel bestaat uit een serie gedichten, die met elkaar samenhangen maar ook los van elkaar gelezen kunnen worden.

Hoewel het niet mijn gewoonte is om in mijn blogartikel een quote uit een gelezen boek/bundel op te nemen, vind ik het in dit geval bijna niet te vermijden om in ieder geval één gedicht aan te halen. Ik kies hier bewust voor een toegankelijke omdat ik graag wil laten zien dat poëzie niet “eng” (want onbekend en anders) hoeft te zijn. Het gaat om Uiteindelijk:

Uiteindelijk schiet je er niet veel mee op

sterven voor je dertigste, ook niet

als je wonderlijk mooie gedichten schrijft

ook die schieten er niet veel mee op

je kunt net zo goed nog even blijven

wie weet nog een paar keer op goed geluk

de juiste woorden precies op de juiste plek leggen

uit ieder buitenland een ander speelgoed mee

naar huis, je zoon zelf nog de pyjamabroek

weer om de billen trekken na de laatste plas

voor het slapengaan, de eerste zijn die hem

buiten een splinter uit zijn vinger trekt, de eerste

om hem te vertellen dat hij een zusje krijgt, ook

haar lang genoeg tegen alle dokters en haaien

van de wereld beschermen, ze allebei oud en sterk

genoeg laten worden om je later samen te begraven.

In mijn plaatselijke openbare bibliotheek kwam ik een boekje tegen met de intrigerende titel “Ze vraagt: is dit je kamer”. In korte en soms zelfs ultrakorte verhalen schetst Harm Hendrik Ten Napel een beeld van zijn wereld. Hij doet dat op een bijna abstracte wijze, waarbij de verteller af en toe een herkenbare, (laat-) puberale manier van reageren heeft. Een wonderlijke combinatie van levenslust en worsteling met de zwaarte van ons bestaan.  Als voorbeeld voor de beeldende manier van schrijven haal ik hier het verhaal Allernaaktst aan:

“Hij was het allernaaktst toen hij in zijn eigen boxers maar in een vreemde keuken ontdekte dat twee blauwe kattenogen niet stopten met staren.”

Door zijn woordgebruik en zinswendingen lijken zijn verhalen voor mij ook bijna poëzie! En ook hier is het bewust lezen een pré. Lees je te snel, dan loop je vast in de zinnen en ontgaat je de bedoeling. Het was voor mij nieuw om te ontdekken dat poëzie en verhalen zo dicht tegen elkaar aan kunnen liggen. Dat maakt de brug naar poëzie duidelijker en minder “eng”. Het zou dus zo maar eens kunnen dat ik vaker gedichten (en korte verhalen) ga lezen. De verhalenbundel is overigens uitgegeven bij Lemniscaat.

Al met al dus nieuwe verfrissende ontdekkingen. Voor mij in ieder geval en ik zou het fantastisch vinden als je je door deze blogpost aangemoedigd voelt om ook eens buiten je eigen comfortzone te treden! De bundels van Möhlmann en Ten Napel kunnen daarbij een prima springplank zijn.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Als je nieuwsgierig bent naar wat andere bloggers over de gedichtenbundel van Möhlmann schrijven, klik dan HIER.

En ja, zowel de gedichtenbundel als de verhalenbundel telt mee voor de Ik-lees-Nederlands-2013-uitdaging!

 

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Het werk van Anna Enquist: verdovend of opwekkend?

Een aantal jaren geleden las ik De Thuiskomst van Anna Enquist. Ik was zo diep onder de indruk van de vertelwijze en de inhoud van dit boek, dat ik eigenlijk moeite had om meer werk van Anna Enquist te lezen. Ik was een beetje bevreesd dat het niveau van een andere roman lager zou liggen en dat daardoor misschien zelfs mijn oordeel over De Thuiskomst beïnvloed zou worden. Maar als lid van een leesclub kan het natuurlijk zomaar gebeuren dat je “de opdracht” krijgt om een Anna Enquist te lezen en te beoordelen. Aanstaande donderdag staat in onze leesclub De Verdovers centraal.

In eerste instantie leest deze roman als een Saskia Noort/Simone van der Vlugt-achtige literaire thriller. De hoofdpersonen worden soepeltjes neergezet, de onderlinge verhoudingen zijn duidelijk. Het kriebelde bij mij: gaat dit verhaal mij “pakken”?

Ongemerkt werd ik echter steeds dieper meegezogen in de levens van de hoofdpersonen. Als je deze roman nog niet zelf gelezen hebt, wil ik hier niet te veel verklappen. In het kort: er is de combinatie van een broer en een zus. Zij hebben hun moeder op heel jeugdige leeftijd verloren. Moeizame relatie met hun vader, niet extreem hartelijke relatie met de zus van hun vader, die na het overlijden van hun moeder de dagelijkse leiding in het gezin heeft overgenomen. Broer is net weduwnaar geworden; zijn vrouw was een goede vriendin van zijn zus. De man van de zus is een goede vriend van de broer. Zus heeft een dochter. Contact tussen dochter en moeder is niet optimaal. En dwars door deze familieverbanden loopt de rol van een jongeman, die met alle omschreven personen een bijzondere band heeft en waardoor alles onder een vergrootglas komt te liggen.

De rode draad is de vraag wat beter/prettiger is: wel of niet iets voelen. Alle hoofdpersonen hebben namelijk hun werkterrein in de medische sector. Een aantal in de psychoanalyse, andere in de anesthesiologie. Dus het terugkerend thema is: moet je traumatische ervaringen doorléven, verwerken en een plek in je leven geven of is het beter om te kiezen voor het verdoven, het voorkomen en bestrijden van pijn. En juist dit dilemma maakt het boek meer dan de moeite waard en ontstijgt het in mijn beleving het (aangename, maar niet altijd diepgaande) niveau van een gemiddelde literaire thriller. Het is typisch zo’n boek waar je na afloop nog lang over loopt na te denken. Misschien geldt dit niet voor iedereen, maar voor mij wel. Voor mij kwam het boek door een aantal persoonlijke ervaringen erg dichtbij, gelukkig wel in positieve zin. Daarom is mijn conclusie dat de schrijfstijl van De Thuiskomst weliswaar mooier is dan in De Verdovers, maar dat het thema van laatstgenoemde roman nog lang doorwerkt. En dat vind ik een opwekkende conclusie.

Ergens in mijn boekenkast staat ook nog een gedichtenbundel van Anna Enquist. Het lezen van poëzie is (nog) niet iets wat bij mij vaak gebeurt. Voor de leesclub Een perfecte dag voor literatuur staat echter gepland dat ik op 7 december a.s. een leeservaring plaats over Waar we wonen van Thomas Möhlmann. Wellicht is dat voor mij een dermate opwekkende ervaring dat ik vervolgens ook de gedichten van Anna Enquist ga lezen!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Deze bijdrage telt overigens mee voor de Ik-lees-Nederlands uitdaging van De Boekblogger!

4 reacties

Opgeslagen onder Boek review