Tagarchief: Lemniscaat

Nieuw leven

Hoe schrijf je over een boek als dat van Thomas Verbogt: Als de winter voorbij is? Hoe leg je uit dat er geen concrete lijn van voor naar achter in het verhaal van de hoofdpersoon zit en dat het ontbreken daarvan totaal niet vervelend is? Hoe vertel je dat door het regelmatig verspringen in de tijd van het verhaal, er weliswaar steeds meer wordt vormgegeven aan het leven en de levenservaring van de hoofdpersoon, maar dat je op, pak ‘em beet, twee/derde deel van de roman nog steeds niet zeker weet wat de importantie voor de verteller was om zijn verhaal te vertellen?als de winter voorbij is

Toen ik op dat punt in het boek was, ontmoette ik een aantal medebloggers van Een perfecte dag voor literatuur tijdens ons (zeer geslaagde) bezoek aan het Damesleesmuseum en het Letterkundig Museum in Den Haag. Zij hadden het boek inmiddels gelezen of waren er, net zoals ik, nog in bezig. En wij constateerden met elkaar dat het heel mooi geschreven is, dat je niet anders kunt dan doorlezen, dat het weliswaar “makkelijk” leest maar dat het tegelijkertijd (prettige) moeite kost om het ook daadwerkelijk te lezen (in de zin van verwerken, begrijpen, een plaats geven).

En ik constateerde aan de hand van wat er allemaal werd uitgewisseld, voor mijzelf dat er vanaf het begin toch een onderbuikgevoel is en dat ik voortdurend op mijn hoede was om te ontdekken waar het verhaal naartoe leidt. Ondanks en dankzij die onduidelijkheid is er een boeiende sfeer. Ik was erg nieuwsgierig naar die ik-figuur en waarom het verhaal verteld moest worden. En eigenlijk doet het er in die fase niet zo toe óf het ergens naartoe gaat. En dan. Tja dan. Dan wordt in een paar rake zinnen helemaal duidelijk waarom de wereld is stil komen te staan. En waarom de hoofdpersoon, overigens met de naam Thomas, weet dat de wereld in slechts luttele seconden kan veranderen. Onherstelbaar veranderen. Wat ik dan uitermate knap vind, is dat alle ogenschijnlijk losse elementen uit het eerste gedeelte van de roman nu in één keer op hun plek vallen.

Joe & ikVoor Thomas is een rode draad dat hij opnieuw moet leren te leven, in die zin dat hij moet leren loslaten en opnieuw beginnen. Hij heeft in zijn leven een aantal verpletterende, traumatische ervaringen meegemaakt en dat maakt voor hem steeds concreter hoe belangrijk het is om te leren leven, ademhalen, bewust zijn. Een thema dat ook zo mooi naar voren komt in de door mij wel vaker aangehaalde roman Joe & ik van Mireille Geus (Lemniscaat), over een vader en zoon die met elkaar ook moeten leren hoe zij met hun levens omgaan.

Het indrukwekkende van lezen vind ik dat ik soms het gevoel heb dat een schrijver mij rechtstreeks aanspreekt of de juiste woorden weet te vinden om te verwoorden wat ik voel, denk en doe. Andere keren heb ik juist het gevoel dat een schrijver schrijft over iemand in mijn naaste omgeving. Dat laatste was dit keer het geval. Door de manier waarop de schrijver een aantal opmerkingen en gedachten heeft beschreven, moest ik regelmatig aan een mij dierbaar persoon denken. Ik ben er van overtuigd dat de manier waarop Thomas moet leren omgaan met zijn leven, een eye-opener zou kunnen zijn voor die persoon. Thema’s als loslaten, het verleden het verleden laten en geen overbodige ballast meesjouwen, zowel letterlijk als figuurlijk, passen prima bij die persoon. Tegelijkertijd ben ik mij ervan bewust dat ik Als de winter voorbij is wel aan die persoon zou kunnen aanraden, maar dat mijn emoties bij deze roman mijn persoonlijke emoties zijn en niets zeggen over wat het boek voor die andere persoon zou kunnen betekenen. En wat voor mij belangrijk is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Daar moest ik ook aan denken tijdens de uitzending op zondag 11 oktober van VPRO Boeken waarin de schrijver Ap Dijksterhuis gevraagd werd een definitie van “geluk” te geven. Geluk is een subjectief begrip dat door persoonlijke gevoelens en door feiten en omstandigheden wordt ingekleurd.

In deze roman zitten van die echte “nadenkertjes”, bijvoorbeeld over het verschil tussen werkelijkheid en waarheid. Wat betekent dat en hoeveel invloed kan dat op iemands levensinstelling hebben. Ook hier kun je nadenken over het lidwoord “de”: dé werkelijkheid en dé waarheid …. of een werkelijkheid en een waarheid. Of een werkelijkheid en dé waarheid. Fantastisch om over te filosoferen.

perfecte stilteThomas Verbogt heeft een indrukwekkende hoeveelheid boeken geschreven. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik alleen een aantal jaren geleden Perfecte stilte van hem heb gelezen. Hoewel ik niet meer alle details van dat boek weet, herinner ik mij wel dat hij ook daarin een meeslepende manier van schrijven heeft met een licht ontroerende ondertoon. Een ander element dat zowel in Perfecte stilte als in Als de winter voorbij is van belang is, is de plotselinge omslag (althans voor de lezer) in bewustwording en besef van de situatie. Verbogt schrijft heel duidelijk en concreet, maar met meer dan genoeg ruimte om een eigen invulling aan het geheel te geven. In mijn beleving betekent dit dat hij een geweldig schrijverstalent heeft en dat hij het verdient om meer gelezen te worden.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Wat de andere bloggers van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur van deze roman vinden? Ontdek het HIER.

Mijn hartelijke dank gaat uiteraard uit naar Nieuw Amsterdam, alwaar deze roman van Thomas Verbogt is uitgegeven.

LET OP: binnenkort verschijnt mijn blogpost alleen nog maar op http://www.theonlymrsjo.nl. Volg mij via die website of via mijn facebookpagina, dan mis je niets 🙂

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Ontpuberen

Je kent hem vast: de commercial van het opleidingsinstituut NCIO met als slogan iets over een stok en een lat: “De hoogte van de lat, die bepaal jij.” Die reclametekst drong zich steeds naar voren tijdens het lezen van Paper Towns van John Green (uitgegeven bij Lemniscaat). En ik weet dat ik de lat voor Green, althans voor deze Young Adult-roman, hoog heb gelegd. Eerder heb ik Een weeffout in onze sterren van hem gelezen en mede door de voor mij zeer herkenbare setting vond ik dat boek geweldig. Daarom wilde ik ook graag deze andere, veel bejubelde, roman van zijn hand lezen. Ik legde de lat dus heel hoog, maar de lat lag niet stevig genoeg.

paper towns

In een hele korte samenvatting is de verhaallijn dat Q (Quentin Jacobsen) en Margo Roth Spiegelman elkaar hun hele leven kennen, op een aantal cruciale momenten in hun leven samen het een en ander meemaken en Margo vervolgens spoorloos verdwijnt. Q gaat naar haar op zoek.

Genoeg elementen om te veronderstellen dat dit een spannend boek en misschien zelfs wel een thriller is. Ik heb het in ieder geval niet op die manier ervaren. Dat wil overigens niet meteen het tegenovergestelde betekenen, want het is zeker geen saai, doelloos boek. Ik moest echter heel erg wennen aan de sfeer en de overduidelijke setting in een groep van 18-jarigen, in hun eindexamenjaar. Dat is voor mij al weer aardig wat jaren geleden 🙂 Door het Amerikaanse leven en het in mijn beleving wat sloom voortkabbelen van de levens van Q en zijn vrienden voelde ik mij niet betrokken bij de verhaallijn. Het is goed geschreven, maar het kon mij niet raken. De lat begon te wiebelen en schoof een beetje naar beneden.

Dit veranderde overigens resoluut op het moment dat Q met zijn vrienden bij een zogenaamde pseudowijk (paper town) aankomt en overvallen wordt door een allesomvattende angst over het lot van Margo. Dat was het moment dat het boek weer mijn volledige aandacht en interesse had en waardoor de wiebelende en verschuivende meetlat weer rotsvast kwam te liggen. De manier waarop Green de heftigheid van de gevoelens en gedachten van Quentin omschrijft, laat weer zien wat een prachtig schrijverstalent hij heeft.

de jongen die het liet regenenIn het eerste gedeelte van het boek (met de goedgekozen titel De touwtjes) komen een aantal spectaculaire avonturen voorbij. Qua intensiteit en sfeer deed mij dit terugdenken aan de jeugdroman De jongen die het liet regenen van Brian Conaghan (Lannoo). Het “himmelhoch jauchzend zum Tode betrübt” wat zo kenmerkend is voor pubers en jonge adolescenten komt in beide boeken mooi naar voren.

wanneer wordt het eindelijk weerEn de eigen kijk van Margo op het gebruik van hoofdletters (volledig willekeurig, ook midden in een zin, want anders is het zo oneerlijk voor de andere letters) bracht meteen in herinnering de roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest, geschreven door Joachim Meyerhoff en uitgegeven bij Signatuur/WPG Uitgevers. In die roman had de plaats van een letter een bepaalde betekenis, een bepaalde lading en dat was het gevolg van het luisteren naar de gesprekken van zijn vader (psychiater) en het overige medische personeel.

In Het gras, het tweede gedeelte, is er veel meer aandacht voor een aantal filosofische en psychologische aspecten van de verdwijning, de aanleiding, de reacties en verwachtingen. Dat gedeelte vind ik heel prettig om te lezen, hoewel ik mij wel afvroeg in hoeverre deze overwegingen passen bij de leeftijdscategorie van Q. Ik kan mij dat ook niet meer herinneren van de periode dat ik zelf rond die leeftijd was, maar misschien komt dat ook wel doordat het leven in Amerika (nu) niet vergelijkbaar is met het leven in Nederland (toen). Extra aandacht moet er wat mij betreft absoluut zijn voor de bijzondere positie en opvattingen van beide ouderparen. De ouders van Q zijn beiden therapeut en dat is aan de manier waarop zij redeneren heel goed te merken. Dat was zowel humoristisch als verbijsterend. De opstelling van de ouders van Margo is ook niet echt standaard te noemen. Ik voelde plaatsvervangende schaamte bij hun argument om Margo wel of niet te gaan zoeken.

Over de roadtrip in het derde deel (Het vat) ga ik niets schrijven want je moet zelf ontdekken hoe het verhaal van Q en Margo “afloopt”. Het onderstreept in ieder geval hoe fijn het is om echte vrienden te hebben.

Het feit dat de Nederlandse vertaling dezelfde titel heeft als de oorspronkelijke versie geeft al aan dat er niet direct een Nederlandse equivalent te vinden is. Gedurende het boek wordt steeds meer duidelijk wat er wordt verstaan onder Paper Towns en van welke kant je dat kunt bekijken (bijvoorbeeld letterlijk, als wel of niet bestaande plaats op de kaart, en figuurlijk, in de zin van hoe je zelf tegen het leven en jouw positie daarin kunt aankijken).

Al met al moest ik dus erg wennen aan dit boek, maar achteraf ben ik blij om te kunnen constateren dat het een prettige leeservaring was. Ik denk dat dit genre YA-boeken kan helpen om relatief jonge lezers te begeleiden met de (over)stap naar “volwassen” literatuur. En dat is in dit geval de verdienste van John Green.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Ik heb Paper Towns kunnen lezen doordat Uitgeverij Lemniscaat mij een leesexemplaar heeft toegezonden, waarvoor uiteraard mijn hartelijke dank.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Langs de rand

Overal is wel wat. In elke familie, in elk gezin en in willekeurig welke relatie zijn er eigenaardigheden. In relatieve zin en soms zelfs in absolute zin. En dan is er ook nog een objectieve of juist een subjectieve benadering. Oftewel: het is voor een buitenstaander in principe niet te zeggen of iets eigenaardig is of niet. En dat is dan ook mijn probleem met het schrijven van een blogpost over de roman Iedereen kan schilderen van Emma Curvers (uitgegeven bij Atlas Contact). In deze roman draait het om Iris Kostons, of eigenlijk niet om Iris maar om haar vader Hans. En niet alleen om Hans, maar ook om moeder Elsbeth en zus Mia. En toch ook weer vooral om Iris. Zo vermoeiend, verwarrend en eigenaardig als dit klinkt, zo vermoeiend, verwarrend en eigenaardig is het leven van Iris.

Bij alle vier zit minimaal één steekje los. Bij de één wat meer steekjes dan bij de ander, maar de combinatie van deze persoonlijkheden in één gezin maakt het geheel tot een explosieve, onberekenbare situatie. Al vanaf de eerste bladzijden merk je dat de verhoudingen binnen de familie op scherp staan. Zeer beklemmend weet Curvers te beschrijven hoe moeder en dochter omzichtig te werk gaan bijvoorbeeld tijdens een verjaardagsvisite, om Hans niet uit zijn eigen balans te halen. Uit alles blijkt dat deze personen geen enkele basis als gezin hebben, ze hangen als los zand aan elkaar en zijn volledig onbekend met aspecten als wederzijdse steun, niet te verbreken band tussen ouders en kinderen en een zekere mate van gemeenschapszin. Iris is zo gewend aan haar situatie en de onderhuidse spanningen, dat zij weliswaar op afstandelijke wijze ziet dat er bizarre dingen in haar familie gebeuren, maar zonder dat dit inzicht leidt tot zelfstandige, volwassen daden. Zij loopt voortdurend langs en op de rand van de psychische afgrond. En ondanks alle ingeschakelde psychiaters en therapeuten dreigt continu het gevaar dat zij óver de rand wegglijdt.

Door het thema van deze roman is het niet moeilijk om het te associëren met andere boeken die ik heb gelezen. Sterker nog, ik moet mij bedwingen om hier niet een hele waslijst op te sommen van boeken die bij mij naar boven kwamen tijdens het lezen van Iedereen kan schilderen :). Ik mocht deze debuutroman lezen voor de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Nu ik het heb gelezen, kan ik mij bijna niet meer voorstellen dat ik vooraf enige aarzeling voelde of ik op dit moment wel wilde meedoen. Door de omschrijving op de achterflap, de titel (de treffende verwijzing naar het hobbyproduct van Ravensburger) en de tekening op de boekomslag was ik niet direct enthousiast. Ik vermoedde dat het misschien vergelijkbaar zou zijn met PAAZ van Myrthe van der Meer (The House of Books). PAAZ heb ik geruime tijd geleden gelezen en ik vond dat een bijzonder boek. Ik ben ook zeker van plan om de meest recente roman van Myrthe, Up, ook te lezen. In beide boeken gaat het om het levensverhaal van Emma die aan een persoonlijkheidsstoornis en/of depressies lijdt. Myrthe weet heel goed leesbaar en begrijpelijk, met een flinke saus humor, te vertellen hoe het is om zo’n afwijking te hebben, hoe Emma probeert haar problemen te lijf te gaan en hoe het is om terug te keren naar de “normale” maatschappij. Knap geschreven, belangrijk onderwerp, maar van Een perfecte dag voor literatuur verwacht ik toch net een iets ander genre boeken. En dat blijkt de roman van Emma Curvers dan ook te zijn. Een totaal andere sfeer en andere schrijfstijl. Daarom is lezen zo leuk, steeds weer de ontdekkingstocht hoe een schrijver een onderwerp heeft aangepakt en vormgegeven.

Uiteraard dacht ik ook aan de roman van Nanda Roep: Van familie moet je het hebben en kan je het krijgen ook!, met name vanwege het aanstippen van de methodiek van familiesystemen. Als je in staat bent om van enige afstand naar jouw familie te kijken, zie je (volgens de aanhangers van systeemdenken) vaak patronen die zich in de verschillende generaties herhalen. Hoofdpersoon Bianca heeft aardig wat met haar familie te stellen.

Maar bovenal moest ik denken aan twee romans waarin weliswaar een afwijking/stoornis van belangrijke invloed is op de persoon en de verhouding tot andere personen of familieleden, maar waarin gelukkig de rode draad wordt gevormd door een diepgevoelde, af en toe wat onhandig geuite, liefde van een ouder voor een kind. Dit is het geval in het (in principe) jeugdboek Joe & ik van Mireille Geus (Lemniscaat) en in De eerste maandag van de maand van Peter Zantingh (de Arbeiderspers). In laatstgenoemde roman draait het om de dertigjarige Boris die voor onderdak bij zijn vader aanklopt, nadat zijn relatie met Sara is stukgelopen. Door de ernstige dwangstoornis van Boris wordt het voor hem steeds moeilijker om zich in de maatschappij staande te houden. Zijn vader stelt zijn huis en zijn leven voor hem open en de mannen besluiten met elkaar een reisje naar Praag te maken. Door een aantal gebeurtenissen worden vader en zoon gedwongen echt met elkaar te praten over hun levens en hun eigenaardigheden. Terug in Nederland zijn er nog heftige ontwikkelingen met een zwarte rand, maar met een positief slotakkoord. Ik vond het een aparte ervaring om in deze romanvorm iets te leren over het leven met een dwangstoornis.

Iedereen kan schilderen is zeker niet het vluchtige, licht schertsende verhaaltje waarvoor ik in eerste instantie vreesde. Het is een verbijsterend en beklemmend verhaal over een ontwrichte, niet functionerende familie, waarbij de grote vraag blijft of en hoe ieder gezinslid (met of zonder elkaar) zijn of haar vervolgweg weet te vinden. Een prachtig debuut van de jonge Emma Curvers. In de relatief korte tijd waarin wij meeliften in de levens van de familie Kostons, weet zij zonder dat ik precies kan aangeven waardoor dat komt, een indrukwekkend stempel op mijn leeservaring te drukken.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

De meningen van mijn medebloggers vind je via deze link. En mijn hartelijke dank gaat uit naar Atlas Contact voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek review

Ontzet

Vandaag* is het 8 oktober. Die datum is in mijn omgeving (regio Alkmaar) elk jaar weer een belangrijke feestdag omdat dan Alkmaars ontzet wordt herdacht. Op 8 oktober 1573 wist de stad Alkmaar de wekenlange belegering door de Spanjaarden in het kader van de Tachtigjarige oorlog te overwinnen. In Alkmaar is een actieve vereniging aanwezig die er voor zorgt dat elke volgende generatie kennis kan nemen van dit in historisch opzicht belangrijke verleden van de stad. Als geboren en getogen Amsterdammer sta ik overigens liever niet te lang stil bij de positie die “mijn” stad destijds heeft ingenomen. Amsterdam schijnt namelijk niet veel moeite te hebben gehad om te kiezen voor de Spaanse kant van de oorlog.

Een totaal andere situatie was gaande in Haarlem. Deze voor de Spanjaarden belangrijke stad in Noord-Holland heeft zwaar te lijden gehad onder het beleg van het Spaanse leger, onder aanvoering van Don Frederick, de zoon van Fernando Álvarez de Toledo, de Hertog van Alva. De Tachtigjarige oorlog vind ik een heel interessant en tot de verbeelding sprekend gedeelte van onze vaderlandse geschiedenis. Daarom was ik ook erg benieuwd naar het boek Kenau van Tessa de Loo (Arbeiderspers). Het kwam mooi uit dat dit boek ook op het leeslijstje van mijn leesclub-in-real-life stond.

In deze roman staat uiteraard Kenau centraal, voluit Kenau Simonsdochter Hasselaer. Op basis van de waargebeurde en bekende feiten heeft de schrijfster haar versie van het verhaal van deze bijzondere vrouw gegeven. Ik weet eerlijk gezegd niet in hoeverre zij nog zelf de vrijheid had echt haar draai aan deze geschiedenis te geven. Het boek is namelijk gebaseerd op het filmscript voor de gelijknamige, inmiddels verschenen, film. Wellicht was het filmscript heel begrenzend voor haar artistieke mogelijkheden. Dat laatste zou mij niets verbazen en zou voor mij in ieder geval gedeeltelijk verklaren waarom dit boek mij niet heeft weten te “pakken”.

De hoofdstukken over de werkelijke geschiedenis waren goed te lezen en interessant, maar verder miste ik diepgang in de uitwerking van de karakters van de (hoofd)personen. Het lijkt mij dat een oorlogssituatie zowel in groter maar zeker ook in kleiner verband heel veel spanning en emoties teweeg brengt. Hoewel deze gevoelens wel worden benoemd, is er verder geen ruimte voor. Elke keer als er emotie om de hoek kwam kijken, hoorde ik in gedachten de filmregisseur roepen dat het weer tijd voor actie was. Het grote publiek moet zelf maar bedenken hoe de situatie zou aanvoelen.

Als het gaat om een spannend verhaal met hier en daar wat romantische trekjes en tegen een historische achtergrond, geef mij dan maar de geweldige jeugdboeken van Thea Beckman, uitgegeven bij Lemniscaat. Ik kan ook nu nog genieten van bijvoorbeeld Stad in de storm (met de tornado van Utrecht in 1674) en de briljante trilogie Geef mij de ruimte!, Triomf van de verschroeide aarde en  Het rad van fortuin (met als historische setting de Honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland).

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van Kenau, als onderdeel van de Tachtigjarige oorlog, had een mooie aanleiding kunnen zijn om de toenmalige maatschappij onder de loep te nemen. Destijds waren de standsverschillen niet subtiel, maar keihard merkbaar op straat, om nog maar te zwijgen over de manier waarop mannen over vrouwen dachten. De ontwikkeling in het christelijk geloof, waarbij een steeds duidelijker verschil tussen het katholicisme en de protestantse geloofsovertuiging zichtbaar werd, heeft een grote invloed gehad op de ontwrichting van de maatschappij. Het is voor mij onbegrijpelijk dat een religieuze overtuiging tot zo veel geweld en gruwelijkheden kan leiden. In de roman Kenau komt dit voor mij te erg als een feit, een vaststaand gegeven, voorbij.

Naar alle waarschijnlijkheid is mijn eigen hooggespannen verwachting dan ook de reden dat ik een beetje ontzet ben over deze roman. Ik heb echter van vele anderen gehoord dat zij hebben genoten van de film en/of het boek. Dus laat mijn ervaring jou vooral niet weerhouden van het zelf lezen van dit boek. Zeker als je geïnteresseerd bent in geschiedenis, mag je dit boek niet zo maar links laten liggen.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

* Vandaag uiteraard in de zin van: de dag dat deze blogpost online komt 😉

Op donderdag 23 oktober a.s. wordt Kenau besproken in mijn leesclub. Op mijn facebookpagina zal ik kort verslag geven van de mening van mijn clubgenoten.

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Beginnen en afmaken

Toen onze kinderen nog klein waren, ging tijdens lange autoritten steevast een stapel cd’s mee met heerlijke meezingliedjes. Eén van onze favorieten is Het treintje naar dromenland, gezongen door Léonie Sazias met haar mooie, hese stem. Het eerste couplet:

Er gaat een treintje naar dromenland, achter het stuur zit een olifant
Ga maar lekker slapen dan mag je zomaar mee
Tsjoeke tsjoeke chocolade naar de limonadezee
Vlak voordat je morgen wakker wordt, ga je vliegensvlug
Naar je eigen fijne plekkie in je bedje terug

Naar je eigen fijne plekkie in je bedje terug. Dat zou Woelie ook wel willen. Maar zijn treintje gaat niet door dromenland, maar door de harde werkelijkheid van een opgroeiende puber. Woelie is de “ik” uit Joe & ik, een recent bij Lemniscaat verschenen Young Adultroman, geschreven door Mireille Geus.

Het boek ziet er uit als de buitenkant van een dvd. En dat is natuurlijk niet zomaar. Woelie is namelijk verslingerd aan de dvd’s van Rail Away. Dit is een programmaserie over treinreizen door de hele wereld. De dvd-box heeft Woelie gekregen van zijn gekke moeder. Zijn letterlijk gekke moeder, want zij is niet in staat zelfstandig haar leven te leiden. Daarom verblijft zij in een kliniek, waar Woelie haar met een zekere regelmaat opzoekt. De vader van Woelie, Joe, heeft het door alle toestanden ook niet makkelijk, de mannen blinken niet uit in communicatie en het huishouden verwordt dan ook al snel tot een echt “mannenhuishouden”: wassen doe je pas als echt alles zo vaak gedragen is, dat je er niet meer onderuit komt, schoonmaken is een woord dat maar één keer in de zoveel tijd voorbijkomt, etc.

De relatie tussen vader en zoon is een belangrijke verhaalslijn in deze roman. Joe krijgt namelijk te horen dat hij niet lang meer te leven heeft. Het hoe en waarom wil hij niet weten, het enige wat voor hem nog telt is zijn zoon voor te bereiden op de rest van zijn leven. En dat valt niet mee. Want er is niet alleen iets mis met pa, ook zoon heeft zo zijn problemen. De uitdrukkelijke wens van pa om met zoon een aantal treinreizen te maken, zoals de reizen op de dvd’s, is dan ook makkelijker geuit dan daadwerkelijk uitgevoerd.

Toch zetten vader en zoon door en proberen zij elkaar tot wederzijdse steun te zijn. Uit de gehandicapte conversaties tussen de mannen kunnen we opmaken dat zij allebei voelen dat zij een opdracht hebben uit te voeren: iets afmaken. Het is namelijk helemaal niet moeilijk om ergens mee te beginnen, maar iets afmaken is van een heel andere orde. De schrijfster heeft dit thema van beginnen en afmaken op twee niveaus in dit boek verwerkt. Het is duidelijk een element in het leven van Joe, die de reizen ondanks zijn achteruithollende gezondheid per sé wil afmaken (als een soort generale repetitie), maar het is ook terug te vinden in de opbouw van het boek. Woe(lie) begint elk hoofdstuk opnieuw in zijn speciaal daartoe aangeschaft notitieboekje met het vertellen van zijn ervaringen in die bijzondere, emotionele periode.

Ik vind dat de schrijfster er goed in geslaagd is de sfeer tussen vader en zoon te beschrijven. Hun manier van doen is herkenbaar, af en toe vol humor maar vaak ook diep ontroerend. Ik moest wel aan de schrijfstijl wennen. Zeker de eerste hoofdstukken had ik het gevoel een houterige vertaling te lezen in plaats van een naar oorsprong al Nederlands verhaal. Maar eenmaal begonnen, wilde ik het lezen wel afmaken 🙂 Gelukkig maar dat ik heb doorgezet, want deze roman is zeker het lezen waard. En nu, een paar weken nadat ik het boek heb gelezen, blijkt dat het verhaal meer met mij heeft gedaan dan ik vlak na het lezen vermoedde.

Overigens is het vandaag, 20 september 2014, precies 175 jaar geleden dat de eerste trein in Nederland reed. De rit ging van Amsterdam naar Haarlem. Meer informatie is te vinden via de website van Rail Away.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn dank gaat uit naar Lemniscaat, want van deze uitgeverij mocht ik een leesexemplaar ontvangen.

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Als een boek heel dichtbij komt

Ik zou deze blogpost het liefste beginnen met een krachtterm. Want dat was het eerste wat in mij opkwam nadat ik was begonnen in Een weeffout in onze sterren van John Green (Uitgeverij Lemniscaat). Het eerste hoofdstuk voerde mij 6 jaar terug, naar het moment dat mijn dochter op 15-jarige leeftijd de diagnose (kwaadaardige) schildklierkanker kreeg. Er volgde een extreem spannende en emotionele periode, waarbij ik mij als (stief)ouder ongelooflijk onmachtig voelde. Gelukkig was bij haar de schildklierkanker goed te bestrijden en hoewel zij levenslang afhankelijk is van medicijnen om de werking van de schildklier over te nemen, gaan wij binnenkort uitgebreid vieren dat zij 5 jaar schoon is. Inmiddels functioneert zij uitstekend en studeert en feest zij als ieder andere 21-jarige jonge vrouw.

Maar met deze eigen ervaring was het begin van deze roman wel even slikken. En om Hazel, de 16-jarige hoofdpersoon, dan maar meteen zelf aan het woord te laten:

“Er is maar één ding erger dan doodgaan aan kanker als je zestien bent, en dat is een kind hebben dat doodgaat aan kanker.” (p.10-11).

Bij Hazel loopt het allemaal niet zo soepeltjes. Bij haar zijn uitzaaiingen geconstateerd van een dergelijke aard en aantal dat van genezing geen sprake meer is. Door een nieuw medicijn is de kanker wel (voorlopig) tot stilstand gebracht en daardoor kunnen we toch met Hazel meeliften in haar belevenissen. En haar belevenissen worden op een geweldige wijze beschreven door John Green. Hij heeft een perfecte balans gevonden tussen de zwaarmoedigheid en uitzichtloosheid van ernstig ziek zijn, zowel voor de persoon zelf als voor zijn/haar naaste omgeving, en de puberhumor die Hazel weet te delen met Augustus (Gus) en Isaac.

Het is overigens voor een boekenblogger best lastig om iets over een boek te schrijven zónder te veel inhoudelijke informatie weg te geven 🙂 . Ik beperk mij daarom tot twee elementen in deze roman, waarbij de hoofdlijn is dat Hazel via een Praatgroep in contact komt met Augustus. Hij is een paar jaar ouder en lijkt genezen van zijn kanker. Er ontstaat een bijzondere relatie tussen hen beiden, waarbij Isaac als hun gemeenschappelijke vriend soms een stoorzender en soms een katalysator is. Hazel staat niet te trappelen om een relatie met Gus aan te gaan. Haar reden (die ik hier niet ga verklappen) hiervoor maakte mij als lezer stil. Het nadenken door Hazel over haar situatie en over de toekomst, met name de toekomst van degenen die zij gaat achterlaten, was voor mij een indrukwekkend element in deze roman. Het andere, daarmee samenhangende, aspect wat ik wil aanstippen is de relatie tussen Hazel en haar moeder. Haar moeder spoort haar aan tot activiteit, staat altijd voor haar klaar en heeft haar hele leven ingericht naar de behoeften van haar zieke dochter. Maar hoe moet dat dan later? Hoe moet dat dan als het onvermijdelijke overlijden van Hazel plaatsvindt? Is de moeder hier nu al wel of niet mee bezig? En hoe moet je hier als moeder en dochter over communiceren?

De feitelijke, soms harde manier waarop de hoofdpersonen over hun ziekte en situatie praten deed mij denken aan het eveneens indrukwekkende boek Meisje met negen pruiken van Sophie van der Stap (Prometheus). Het indrukwekkende zit hier niet zozeer in de schrijfstijl of mooie zinsconstructies, maar in het verhaal zelf. Sophie van der Stap heeft haar ervaringen met kanker, doodziek zijn en er weer bovenop komen beschreven. Afhankelijk van haar lichamelijke of geestelijke toestand maakte zij gebruik van diverse personages, waarbij zij letterlijk die andere persoon werd door een pruik op haar (kale) hoofd te zetten.

En dat “er bovenop komen” is het waard om af en toe over na te denken. Als gezond mens kun je oprecht blij zijn voor een mede-mens die een ernstige ziekte heeft overwonnen. En dan gaat het gewone leven weer door. Althans voor de gezonde mens. De niet-meer-zieke kan nog heel lang en heel vaak de twijfels voelen of de gezondheid wel voortduurt, of een lichte verkoudheid niet een voorbode is voor een terugval etc. etc. De vanzelfsprekendheid van het leven is voorgoed weg. Ik hoop voor een ieder die in zo’n situatie zit, dat elke dag voldoende beloning is voor het voortdurend bestrijden van die twijfels.

Een weeffout in onze sterren is echt een boek dat je gelezen “moet” hebben. En vooruit, voor deze keer dan: jullie weten dat ik niet echt geïnteresseerd ben in boekverfilmingen. Maar als je werkelijk geen tijd of geen gelegenheid hebt om dit boek te lezen, ga dan vooral binnenkort naar de bioscoop.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

nullOverigens is er op 29 juni j.j. uitgebreid aandacht besteed aan deze roman bij Leestweeps. Bij Leestweeps praten lezers via Twitter op een vastgestelde datum over een vooraf gekozen boek. Neem ook eens een kijkje op hun website.

Mijn dank jegens uitgeverij Lemniscaat voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar is heel groot.

11 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Afwisseling van spijs ………… doet lezen

“Ha ha ha, hij is er weer,

de Sint die doet het keer op keer.

Het was echter weer wat laat

en dus waren niet alle letters meer op voorraad”

Zo begint bij ons al jarenlang het traditionele gedicht bij de voor iedereen klaarliggende chocoladeletter tijdens het Sinterklaasfeest. Omdat we inmiddels dit gedicht volledig uit het hoofd kunnen opzeggen, varieert “de Sint” af en toe toch net een beetje in de vervolgtekst om ons scherp te houden 🙂

Overigens geldt tijdens de Sinterklaasavondviering de regel dat bij elk presentje een gedicht hoort. In deze tijd van het jaar is het dus een gerijm van jewelste. Dat alles leidt tot een bijzonder gezellige familie-avond met veel pret en hilariteit, maar deze vorm van rijmelarij heeft natuurlijk in de verste verte niets te maken met poëzie.

Het lezen van poëzie hoort niet tot mijn gebruikelijke activiteiten. Mijn vader daarentegen, hing zo ongeveer van de gedichten aan elkaar. Hij declameerde op willekeurig welk moment uit zijn hoofd gedichten in het Nederlands, Engels Frans of Duits. Ik heb daar dierbare herinneringen aan, maar zelf weet ik weinig van poëzie. En dat maakt dat ik ook niet goed weet waar ik moet beginnen om daarin verandering aan te brengen.

Ziedaar de toegevoegde waarde van mijn lidmaatschap van de bloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur! Want voor vandaag staat op de planning om in deze blogpost aandacht te besteden aan de nieuwste bundel van Thomas Möhlmann: Waar we wonen (Prometheus).

Als ongeoefende poëzielezer wist ik niet goed wat ik van de deze bundel kon verwachten. Dus ben ik maar gewoon begonnen met lezen. En daarna heb ik het nog een keer gelezen, of eigenlijk: heb ik het hardop voorgelezen aan manlief. Het voorlezen van de gedichten maakte het voor mij duidelijker “waar ik moest ademhalen” en hoe de zinnen in elkaar overlopen en soms juist een overgang betekenen. Het is bijzonder om te merken dat met zo weinig woorden zo veel gezegd, zo veel in beeld gebracht kan worden. Het vereist ook wel enige inspanning om dat beeld voor ogen te krijgen. Bij het ene gedicht gaat dat makkelijker dan bij het andere. De bundel bestaat uit een serie gedichten, die met elkaar samenhangen maar ook los van elkaar gelezen kunnen worden.

Hoewel het niet mijn gewoonte is om in mijn blogartikel een quote uit een gelezen boek/bundel op te nemen, vind ik het in dit geval bijna niet te vermijden om in ieder geval één gedicht aan te halen. Ik kies hier bewust voor een toegankelijke omdat ik graag wil laten zien dat poëzie niet “eng” (want onbekend en anders) hoeft te zijn. Het gaat om Uiteindelijk:

Uiteindelijk schiet je er niet veel mee op

sterven voor je dertigste, ook niet

als je wonderlijk mooie gedichten schrijft

ook die schieten er niet veel mee op

je kunt net zo goed nog even blijven

wie weet nog een paar keer op goed geluk

de juiste woorden precies op de juiste plek leggen

uit ieder buitenland een ander speelgoed mee

naar huis, je zoon zelf nog de pyjamabroek

weer om de billen trekken na de laatste plas

voor het slapengaan, de eerste zijn die hem

buiten een splinter uit zijn vinger trekt, de eerste

om hem te vertellen dat hij een zusje krijgt, ook

haar lang genoeg tegen alle dokters en haaien

van de wereld beschermen, ze allebei oud en sterk

genoeg laten worden om je later samen te begraven.

In mijn plaatselijke openbare bibliotheek kwam ik een boekje tegen met de intrigerende titel “Ze vraagt: is dit je kamer”. In korte en soms zelfs ultrakorte verhalen schetst Harm Hendrik Ten Napel een beeld van zijn wereld. Hij doet dat op een bijna abstracte wijze, waarbij de verteller af en toe een herkenbare, (laat-) puberale manier van reageren heeft. Een wonderlijke combinatie van levenslust en worsteling met de zwaarte van ons bestaan.  Als voorbeeld voor de beeldende manier van schrijven haal ik hier het verhaal Allernaaktst aan:

“Hij was het allernaaktst toen hij in zijn eigen boxers maar in een vreemde keuken ontdekte dat twee blauwe kattenogen niet stopten met staren.”

Door zijn woordgebruik en zinswendingen lijken zijn verhalen voor mij ook bijna poëzie! En ook hier is het bewust lezen een pré. Lees je te snel, dan loop je vast in de zinnen en ontgaat je de bedoeling. Het was voor mij nieuw om te ontdekken dat poëzie en verhalen zo dicht tegen elkaar aan kunnen liggen. Dat maakt de brug naar poëzie duidelijker en minder “eng”. Het zou dus zo maar eens kunnen dat ik vaker gedichten (en korte verhalen) ga lezen. De verhalenbundel is overigens uitgegeven bij Lemniscaat.

Al met al dus nieuwe verfrissende ontdekkingen. Voor mij in ieder geval en ik zou het fantastisch vinden als je je door deze blogpost aangemoedigd voelt om ook eens buiten je eigen comfortzone te treden! De bundels van Möhlmann en Ten Napel kunnen daarbij een prima springplank zijn.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Als je nieuwsgierig bent naar wat andere bloggers over de gedichtenbundel van Möhlmann schrijven, klik dan HIER.

En ja, zowel de gedichtenbundel als de verhalenbundel telt mee voor de Ik-lees-Nederlands-2013-uitdaging!

 

3 reacties

Opgeslagen onder Boek review