Maandelijks archief: maart 2014

Wat weet ik over “spreken is zilver, zwijgen is goud”?

Als gevorderde 40-er heb ik niet direct het idee dat ik hoor bij de doelgroep van Young Adult (YA) boeken. Als breed-georiënteerde lezer vind ik echter dat elk genre een kans en de inspanning van het lezen verdient. Daarom lees ik af en toe een roman waarin een jong persoon (meestal een jonge vrouw/meisje van rond de 16 jaar) de hoofdrol vertolkt.

Inmiddels weet ik dat voor mij vooral de combinatie van YA en fantasy goed werkt. De trilogie van de Hongerspelen heb ik in één ruk verslonden en ook de Harry Potter-serie vind ik knap in elkaar steken. In beide series zitten naar mijn mening diepere lagen die ook voor volwassenen een voedingsbodem leveren voor maatschappij-kritisch nadenken.

Onlangs heb ik een roman van Helen Vreeswijk gelezen (Chatroom). Helen Vreeswijk behoort met onder andere Mel Wallis de Vries en Carry Slee tot de zeer populaire Nederlandstalige YA-schrijvers. Ik kan mij voorstellen dat haar schrijfstijl bij een jonge doelgroep aanslaat. Zelf was ik iets minder enthousiast en dat maakte dat ik mij begon af te vragen of voor mij het element fantasy binnen dit segment een essentieel element is. Ik was dan ook bijzonder geïnteresseerd in de mogelijkheid om binnen de boekbloggersleeslub Een perfecte dag voor literatuur de recente YA-roman van Julie Berry te lezen met de Nederlandse titel Wat ik weet (oorspronkelijke titel All The Truth That’s In Me).

Het verhaal dat in Wat ik weet wordt verteld, heeft namelijk niets met fantasy te maken. Desondanks moest ik aan het begin bij de verteller, Judith, toch even denken aan Yelena uit de “Studie van”-trilogie van Maria V. Snyder. Waarschijnlijk doordat al heel snel in het boek duidelijk is dat Judith een reeks verschrikkingen heeft moeten ondergaan. Een verder vergelijk gaat mank, niet alleen door de inhoud maar ook door de kwaliteit van de vertaling. De Nederlandse versie van All the truth that’s in me is ronduit prachtig. Vanaf het allereerste moment dat ik het boek opensloeg, werd ik meegezogen in het verhaal. Dat is ongetwijfeld ook het gevolg van de verrassende en verfrissende gebruikte persoonsvormen in dit boek: Judith is “aan het woord” en zij vertelt haar ervaringen, haar verdriet, haar angsten, haar wensen en verlangens doorlopend aan haar grote liefde Lucas. Lucas wordt dus rechtstreeks aangesproken (jij-vorm) en dat maakt het op een abstracte wijze een heel intiem boek. Ik voelde mij soms bijna plaatsvervangend ongemakkelijk dat ik haar diepste zielenroerselen en hartverscheurende gedachten mocht aanhoren terwijl ze toch eigenlijk voor de oren van Lucas bestemd waren …

De manier waarop Judith aan het woord is, is heel bijzonder en dat hangt rechtstreeks samen met wat zij heeft moeten ondergaan in de tweejaarsperiode waarin zij van de bodem verdwenen leek. Dat maakt ook een groot verschil met Yelena uit de Studie van-trilogie: Yelena leeft in een fantasy-wereld, Judith in de rauwe, harde werkelijkheid van enige tijd geleden. Overigens was die tijdzetting wel even wennen. Door de moderne boekomslag en de neutrale tekst op de achterkant had ik niet verwacht dat het verhaal zich lang geleden zou hebben afgespeeld (mijn inschatting: ruim meer dan 100 jaar geleden).

Wat ik weet is opgebouwd uit een deel Ervoor en een deel Erna. Met name Erna is opgedeeld in veel hoofdstukken, waarvan enkele niet langer zijn dan een paar zinnen. Door deze opbouw en door een aantal wendingen in het verhaal die ik echt niet zag aankomen, blijft de aandachtsboog gespannen. Zowel de oorzaak als de reden waarom Judith pas in de loop van de geschiedenis zich letterlijk gaat uiten, stemt tot nadenken. Wat doen mensen die in een kleine besloten gemeenschap leven, zichzelf en de anderen aan? En wie is er nu eigenlijk “slecht” of “gek”?

Het blijft lastig om in een blogpost niet te veel te verklappen over de inhoud van het boek. Daarom ga ik nu bijvoorbeeld niet uitgebreid schrijven over de namen die Judith aan een paard en een koe geeft (maar de betekenis van die naamgeving vond ik wel een bijzonder mooi gedeelte in deze roman). En over het einde van het boek zeg ik alleen maar dat ik het heel mooi en passend vond, zeker voor een YA-roman.

Ik durf na het lezen van deze roman met een gerust hart te stellen dat als een Young Adult roman zo goed wordt geschreven als Wat ik weet, qua inhoud en qua stijl, ik echt geen fantasy nodig heb om er uitermate van te genieten! Om te kunnen lezen wat anderen hierover schrijven, klik je HIER.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Het boek is mij, als lid van Een perfecte dag voor literatuur, door Gottmer Uitgeverij ter beschikking gesteld. Wil je meer lezen van Gottmer Uitgeverij, dan raad ik je het kinder/jeugdboek De jongen in de jurk van harte aan!

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Hink stap sprong

Ik vind mijzelf best een ervaren lezer. Ik schrik niet zo gauw terug van een donker thema, een “literaire” schrijfstijl of ongebruikelijk taalgebruik. Maar na het lezen van het eerste verhaal uit de bundel Barrevoetse februari van Herta Müller voelde ik mij enigszins hulpeloos. Ik had niets begrepen van wat ik zojuist had gelezen! Even diep ademhalen en voorzichtig beginnen aan het tweede verhaal. Ja en toen halverwege dat verhaal  …… toen begon ik te begrijpen hóe ik deze verhalen tot mij moest laten komen. De bundel lijkt een dun boekje met een paar verhalen, het ene wat langer dan het andere. Keurig ingebonden, een mooie uitgave van De Geus. Maar in werkelijkheid zit dit dunne boekje bomvol beelden.

Deze beelden zijn van een andere orde dan bijvoorbeeld de schitterende omschrijvingen van Philip Claudel (Alles waar ik spijt van heb) of A.F.Th. van der Heiden (Tonio). In de verhalen van Herta Müller zijn de omschrijvingen de ene keer heel feitelijk en de andere keer volledig ingekleurd door de bijbehorende emotie. Tijdens het lezen wordt er dus voortdurend een beroep gedaan op de lenigheid van je brein om deze omschakelingen te kunnen volgen. Je wordt heen en weer geslingerd tussen dat wat je “ziet” en dat wat je “opmerkt”.  Sommige beschrijvingen vond ik erg mooi en goed bedacht, bijvoorbeeld (p.78):

De bochel van de kapper is op zijn schouder een hoofd. Achter zijn hoofd. Dat hoofd heeft niet de kleur van zijn haar. Het heeft de kleur van zijn jasje. De bochel van de kapper is altijd bedekt. Alsof de kapper heimelijk nog iemand bij zich heeft. Onder zijn huid.

Snel en oppervlakkig lezen is er niet bij. Het deed mij denken aan Wolkenatlas van David Mitchell (Querido). Dit boek heb ik lang geleden (lang voordat de film uitkwam. En nee, ik heb de film niet gezien en dat wil ik voorlopig graag zo houden) gelezen in het kader van mijn leesclub in-real-life. Mijn planning liet wat te wensen over, dus ik zette een paar dagen voor de bijeenkomst mijn “snelleesmodus” aan. 

Als je zelf ook Wolkenatlas hebt gelezen, snap je waarschijnlijk wel wat er vervolgens gebeurde. In dit boek is er sprake van meerdere verhaallijnen in diverse periodes en op verschillende plaatsen. Per verhaallijn is er een ander taalgebruik en in het middengedeelte  van deze roman is dat een primitieve en daardoor niet direct herkenbare vorm. Snel-lezen door diagonaal over de pagina te gaan? Vergeet het maar. Dit gedeelte moet je bijna hardop voorlezen om de cadans te pakken te krijgen en te wennen aan het taalgebruik.

Nadat ik Barrevoetse februari had uitgelezen, voelde ik een lichte frustratie omdat ik misschien nog niet alles begrepen had. Een paar dagen later heb ik, mede ter voorbereiding van deze blogpost, de bundel doorgebladerd. Ik was verrast om te merken dat de verhalen op de een of andere manier toch al een onderdeel van mijn herinnering waren geworden. Ook de verhalen waar ik tijdens het lezen mijn vraagtekens bij zette, kon ik opmerkelijk genoeg weer herbeleven en waarderen. 

Vooraf had ik mijn bedenkingen bij deze bundel omdat duidelijk was dat armoede, koude, onderdrukking en oorlog belangrijke thema’s zouden zijn. De schrijfster heeft haar eigen ervaringen van een jeugd in een Duitstalig dorp in Roemenië meegenomen in deze verhalen. Daarmee werd het echter geen ver-van-mijn-bed-verhaal, maar juist meer een bijzondere en acceptabele uitvergroting van deze onderwerpen.  Ik heb niet eerder iets van Herta Müller gelezen, maar zij zal niet zo maar bekroond zijn met de Nobelprijs voor literatuur 2009. Desondanks is mijn eindoordeel niet overwegend positief. Ik vind sommige zinsconstructies een beetje te gekunsteld en de combinatie van zinnen is bijna een vorm van wiskunde met woorden. En hoewel ik veel plezier kan beleven aan wiskunde, is dat niet wat ik primair in een roman of verhalenbundel zoek.

Deze bundel is mij ter beschikking gesteld door Uitgeverij De Geus ten behoeve van de boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur, waarvoor mijn grote dank! De volgende bijdrage voor Een perfecte dag voor literatuur is weer heel anders: op 30 maart a.s. wordt volop aandacht besteed aan Wat ik weet, een Young Adult-roman van Julie Berry (Gottmer Uitgevers).

Veel leesplezier!

theonlymrsjo


Klik HIER om te lezen wat mijn medebloggers schrijven over deze verhalenbundel.

4 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Parels en veren

Laat ik voor de verandering meteen beginnen met mijn mening:

“Er zijn boeken waarbij het actieve verhaal in dat boek eigenlijk helemaal niet belangrijk is. De ware essentie zit dan namelijk in soms enkele zinnen, het prachtige taalgebruik of bijzondere sfeerbeschrijvingen. De rest van de roman is bijzaak en op zijn hoogst context.”

Ben je het niet met mij eens? Dan vermoed ik dat je Hoger dan de zee van Francesca Melandri en Alles waar ik spijt van heb van Philippe Claudel nog niet gelezen hebt.

Oppervlakkig gezien gaat het in Hoger dan de zee om een vrouw die haar man bezoekt in de gevangenis en een man (Paolo) die in dezelfde gevangenis zijn zoon bezoekt. Deze gevangenis ligt op een eiland, want “als je iemand echt gescheiden van de rest van de wereld wilt houden, is er geen muur hoger dan de zee.” (p 27). De reis naar het eiland wordt beschreven, er komt een storm (mistral), dus moeten zij de nacht op het eiland blijven, daarna vertrekken ze weer en wordt er kort aangegeven wat er in de volgende jaren gebeurt. Zo, klaar. Maar deze opsomming doet geen enkel recht aan de waarde van deze roman. De personages worden op een heel integere manier neergezet, waardoor je hen meteen in je hart sluit. Hun geschiedenis, hun letterlijke en figuurlijke weg naar het Eiland, is door de schrijfster heel rustig, semi-afstandelijk en daardoor juist indrukwekkend, beschreven. Ook voor de gevangenisbewaarder is een belangrijke plaats ingeruimd. De manier waarop dat wordt belicht, is prachtig.

Luisa, de vrouwelijke hoofdpersoon, vertelt aan Paolo over hoe haar kinderen konden strijden om de laatste veer van hun pauw. Deze laatste veer zou geluk brengen. Uiteindelijk geven de kinderen hun gevecht op en geven ze gezamenlijk steeds weer die laatste veer aan hun moeder. En ja, Luisa vindt dat zij geluk heeft in haar leven. Een opvatting om in gedachten wat langer bij stil te staan. Overigens vind ik dat Luisa wel iets weg heeft van Jocelyne uit De lijst van al mijn wensen (geschreven door Gregoire Delacourt, uitgegeven bij Orlando): een zekere gelatenheid, maar uiteindelijk een sterke persoonlijkheid.

Alles waar ik spijt van heb gaat over een jonge man die  teruggaat naar de plek waar hij is opgegroeid. Hij moet daar naar toe in verband met het overlijden van zijn moeder. Met haar heeft hij al heel lang geen enkel contact gehad. Door zijn aanwezigheid in die oude en toch ook vertrouwde omgeving komen allerlei voorvallen uit (met name) zijn jeugd weer in zijn herinnering en moet hij een manier vinden om daar mee om te gaan en het een plek te geven. Geen gemakkelijk thema, maar door de schrijfstijl van Claudel een intrigerende roman. Een bijzonder beeld vind ik het verhaal van Jos, de hotelier, over hoe schelpdieren onder water omgaan met verwondingen. Waar mensen spijt kunnen hebben, maakt een schelpdier prachtige parels om de wond heen, om die te helen en te verzachten. Ware schatten met in zich een herinnering aan een wond, aan pijn.

Mijn stelling is dus dat het bij de beoordeling van een roman uiteindelijk niet uitmaakt hoe de hoofdpersonen heten, uit welk gedeelte van Italië zij komen,  in welke Franse regio de zoon zijn moeder gaat begraven of in welke periode het verhaal is gesitueerd. De nasmaak wordt gevormd door die paar zinnen, die paar passages die ook lang na het boek uitgelezen te hebben, in mijn gedachten blijven en mij tot “herkauwen” aanzetten. Ter ondersteuning van mijn mening gaf ik al uit ieder boek een passage over pauwenveren en pareltjes. Als voorbeeld van bijzondere zinnen uit Hoger dan de zee: “Geschiedenis wordt met wapens gemaakt. Filosofie met denkbeelden.” (p 83). En uit Alles waar ik spijt van heb de opmerking van de hotelier: “Vlooien, daar zijn er heel veel van, maar van moeders heb je er maar één!”(gelezen op ereader, daarom geen idee welke pagina in papieren uitgave). Mooi! Deze zinnen kunnen ook waarde en betekenis hebben zonder dat je precies hoeft te weten wanneer en waarom de zinnen in deze romans voorbijkwamen.

Alles waar ik spijt van heb (De Bezige Bij) heb ik gelezen voor mijn leesclub (irl). Ik heb genoten van het taalgebruik en het gemak waarmee de schrijver een bepaalde sfeer neerzet, maar uiteindelijk was ik minder onder de indruk dan na het lezen van Het kleine meisje van meneer Linh en Zonder mij. Hoger dan de zee (Uitgeverij Cossee) kwam ik tegen op de tafel nieuwe aanwinsten bij mijn plaatselijke openbare bibliotheek. Ik vind het heerlijk om af en toe te “neuzen” op die tafel en de overige thematafels die er tegenwoordig tussen de rijen boekenkasten staan opgesteld. Wie weet waar ik een volgende keer mee thuiskom 😉

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review