Tagarchief: literatuur

Familieverbanden

Op 26 december, tweede kerstdag, las ik in het boek Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro over de familiegeschiedenis van drie generaties Mendes-mannen. Juist bij het gedeelte over het einde van de moeder van Duarte bereikte ons het bericht van het overlijden van de moeder van een goede vriend van ons. Beide overlijdensberichten maakten diepe indruk op mij en hun impact werkt tijdens het schrijven van deze blogpost nog steeds door. Waar het onze vriend betreft door zijn strijd om met dit verlies om te gaan voor zichzelf en binnen zijn familie, waar het om Duarte gaat door zijn hele familiegeschiedenis.

Het zeer lezenswaardige boek, uitgegeven bij Uitgeverij Signatuur, hebben mijn man en ik beiden gelezen, mede in het kader van de bloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur. Ik bewonder mijn liefste om zijn vermogen om, na het boek gelezen te hebben, mij niet te overvoeren met zijn mening. Hij gaf mij rustig de tijd en gelegenheid om deze geschiedenis te lezen. En zo is het gebeurd. En zo moet het ook zijn.
De geschiedenis van Duarte, zijn vader en grootvader is niet een verhaal dat je “eventjes” tot je neemt. Niet omdat het een moeilijk leesbaar boek is, integendeel. Binnen een paar zinnen was ik volledig verkocht en wilde ik weten of er en zo ja wat de samenhang van de verschillende verhalen was. In eerste instantie deed het boek mij denken aan Kwikzilver van Paul Harding, met name omdat in dat boek de verhaallijn van vader en zoon ook door elkaar lopen. Bij Jouw gezicht zal het laatste zijn had ik af en toe een beetje moeite om het verhaal nog in de juiste tijdsperiode te plaatsen, maar dat is dan ook meteen weer een aantrekkelijk aspect van dit boek. Waar het eerst lijkt alsof het verschillende verhalen zijn met af en toe dezelfde personen, blijkt pas later in het boek hoe deze verhalen zich tot elkaar verhouden en hoe zij als stukjes van een legpuzzel in elkaar grijpen.

Bijzonder mooi vind ik dat per verhaallijn de schrijfstijl daar op aangepast is. Dit kwam voor mij met name naar voren in de gedetailleerde opsomming van alle handelingen die de moeder van Duarte op een gegeven moment verricht. Het lijkt haast alsof haar wereld niet verder reikt dan die feiten en afgeronde handelingen. En dan doet zij inderdaad een mededeling aan haar zoon en haar man, waardoor dit op zijn plaats valt.

Net zo overdonderend als het boek begint, eindigt het ook. Heel abrupt, gevoelsmatig midden in een verhaallijn. Want hoewel je als lezer op dat moment een completer beeld ziet door de neergelegde puzzelstukjes, betekent dat niet dat het verhaal “af” is. En dat is dan misschien ook wel het belangrijkste om van dit boek mee te nemen. De voortdurende beweging van de wereld, van mensen. De invloed van oorlogen, politieke en militaire regimes en persoonlijke drama´s blijkt ook hier weer enorm te zijn. Het ontwrichtende effect van een niet optimale communicatie zie ik helaas ook optreden in de familie van onze vriend en ik wens hem dan ook van harte alle kracht en sterkte toe om binnen familie- en vriendenkring een manier te vinden om met elkaar verder te kunnen leven.

Al lezende realiseerde ik mij opnieuw (namelijk net zo als tijdens het lezen van De gestolen kinderen van Gerardo Soto y Koelemeijer en Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier) hoe weinig ik eigenlijk weet van de geschiedenis van de zuidelijke Europese landen.

Misschien zou ik zonder de bloggersleesclub dit boek niet snel zelf uitgekozen hebben om te lezen. Maar nu ik dat wel heb gedaan, ben ik daar zeer blij om. Als je op zoek bent naar een verhaal met een duidelijke kop en staart, dan moet je nu nog niet dit boek lezen. Maar als je in de stemming bent om meegevoerd te worden door een schitterende, beeldende schrijfstijl, dan is Jouw gezicht zal het laatste zijn zeker een aanrader. Het is een briljant debuut van deze jonge portugese schrijver. Ik zie nu al uit naar nieuw werk van hem!

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Met zo’n boek kan het haast niet anders dan dat je nog meer hierover wenst te lezen. Lees HIER wat andere boekenbloggers over dit boek schrijven.

Advertentie

2 reacties

Opgeslagen onder Boek review

Geestverruimende middelen ……

De Amerikaanse schrijver/communicatiewetenschapper Neil Postman heeft ongeveer 30 jaar geleden een boek (Wij amuseren ons kapot) geschreven met als ondertitel: de geestdodende werking van de beeldbuis. Het is al heel lang geleden dat ik dit boekje met veel interesse heb gelezen en bij herlezen zal waarschijnlijk blijken dat de inhoud inmiddels wel wat gedateerd is, maar de teneur uit het boek is mij altijd bijgebleven. Postman stelde aan de orde dat onder andere door de hoeveelheid tv-zenders en de regelmatige onderbreking van een uitzending voor reclameboodschappen, naar zijn mening  het zelfstandig kunnen nadenken van mensen negatief wordt beïnvloed. Door deze flitsende “werkelijkheid” zouden we verleren om voor langere tijd onze concentratie te behouden en een gedachtelijn nader uit te werken.

Als ik deze thematiek combineer met het recente onderzoek dat de laaggeletterdheid onder de groep boven 45 jaar toeneemt, maakt zich een zekere onrust van mij meester. Zijn wij anno nu nog in staat om ons onder te dompelen in een boek? En als we dat kunnen, wat lezen we dan?

In mijn vorige blogpost stelde ik de vraag: wat is literatuur? Uit de ontvangen reacties (waarvoor dank!) kwam een schijnbare tegenstelling naar voren: het lijkt haast of “literatuur” en “een goed boek” niet samen kunnen gaan. Gelukkig blijkt ook hier weer dat de soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Bij nadere inhoudelijke bestudering van de reacties en de gesprekken die ik hierover heb gevoerd, blijkt dat veel lezers een zekere angst voor het woord literatuur hebben, maar vervolgens wel belang hechten aan een goed geschreven boek.

De volgende vraag is dan vanzelfsprekend: wat zijn de kenmerken van een goed geschreven boek? Ook daarover verschillen de meningen. En dat sluit mooi aan bij het essay dat ik heb gelezen in het kader van de bloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur: Wat alleen de roman kan zeggen van Oek de Jong.

In dit essay geeft Oek de Jong zijn zeer lezenswaardige visie op de plaats die de roman inneemt in de verschillende periodes van de geschiedenis en de ontwikkeling die de roman doormaakt. Dé roman bestaat niet, de uitingsvorm van de roman is afhankelijk van tijd, cultuur, tradities. Als de roman de competitie met andere media wil overleven, moet het met zijn tijd mee. Dat is zo in het heden, maar het is ook altijd zo geweest. Wat ik met name interessant vond om te lezen, is de opvatting van De Jong dat voor de ontwikkeling en modernisering van de roman het nodig of in ieder geval aanbevelenswaardig is om de “oude” romans te lezen. Het bezig zijn met de verschillende, veranderende facetten van de roman leidt tot een beter begrip van en een groter plezier bij het lezen van literatuur. Deze ontdekkingstocht prepareert de geest op nieuwe ontwikkelingen.

Moeten we dan nu tot een keuze komen? Tussen tv (en overige media) en boeken? Persoonlijk gaat mijn voorkeur uit naar afwisseling: ik kan mijzelf volledig verliezen in een boek maar ik kan bij tijd en wijle heerlijk ontspannen tijdens een simpel tv-avondje. Het een sluit het ander niet uit.

Als het lezen van romans dan tot verruiming van de geest leidt, zie ik daar een extra aansporing in om regelmatig literaire romans te lezen! Af en toe voelde ik mij wel aangesproken door de schrijver door het ogenschijnlijke gemak waarmee hij allerlei klassieken aanhaalt. Mijn nog-te-lezen-lijst is weer wat langer geworden …. Al met al een boeiend boek waar Oek de Jong zijn visie geeft op verleden, heden en toekomst van de literaire roman. Voor de doorgewinterde lezer van literaire romans mag dit essay niet in de boekenkast ontbreken.

Overigens ben ik niet de enige die vandaag aandacht besteedt aan dit boek van uitgeverij Atlas Contact. Wil je weten wat andere bloggers er van vinden? Lees het HIER.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

En ook dit essay telt mee voor de uitdaging Ik-lees-Nederlands-2013 

1 reactie

Opgeslagen onder Boek review

Literatuur of niet? That’s the question.

Afgelopen zaterdag ben ik als lid van de bloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur en op uitnodiging van Uitgeverij De Geus een dag naar de Boekenbeurs in Antwerpen geweest. Een overweldigende ervaring, zowel door de beurs zelf als ook door de ontmoeting met een aantal medebloggers. Recent heeft er een artikel in de Volkskrant gestaan over de huidige populariteit van boekenblogs. Uit dat artikel kwam naar voren dat er ook zogenaamde bloggers zijn die dat (uitsluitend) gebruiken om gratis recensie-exemplaren op te vragen (en vervolgens een handeltje op bijvoorbeeld Marktplaats op te zetten). Dat is natuurlijk niet hoe wij als serieuze bloggers te boek willen staan. Uit de gesprekken met mijn medebloggers kwam gelukkig een heel ander beeld naar voren. Ik was bijzonder onder de indruk van de bevlogenheid en betrokkenheid van deze bloggers met hun eigen blog maar ook met het boekenblog in het algemeen.

Binnen de bloggersleesclub ligt het accent op literatuur. Wat is dat dan eigenlijk? Is het meetbaar? In de trein onderweg naar Antwerpen had ik een prettig en interessant gesprek met Cathelijne (Not Just Any Book). Zij gaf aan dat er manieren zijn om te beoordelen of een boek literatuur is. Zij, als deskundige op dit gebied, is in staat op basis van schrijfwijze, gebruikte metaforen, invalshoeken, eerste en laatste zin een dergelijk oordeel te geven. Ik zelf ben weliswaar een fervent lezer en bij mij komt “groen en rijp” voorbij omdat ik zelf ook wel van wat afwisseling houd, maar ik ben mij niet eerder zo bewust geweest van het op deze manier “meetbare” van literatuur. Overigens betekent de kwalificatie “literatuur” niet onmiddellijk dat het een goed boek is!

Na het verplichte lezen-voor-de-lijst (eindexamenjaar) was de zin in lezen een beetje weggezakt. Ik las nog wel, maar zonder enige richting of gedrevenheid. Ik herinner mij nog goed dat ik op een gegeven moment een relatief dun boekje had gelezen en dit boekje paste nergens meer in de vele boekenkasten die in mijn ouderlijk huis aanwezig waren. Wat te doen? Juist ja: de daaropvolgende periode heb ik alle boekjes van gelijke omvang in ons huis gelezen, zodat er steeds weer ergens een plekje voor het uitgelezen werk te vinden was. In die periode kwam er van alles en nog wat voorbij. Dat maakte dat ik weer plezier kreeg in lezen. Sinds ik begin jaren ’90 het boekje De Plezierfactor van Felix Eijgenraam heb gelezen, houd ik redelijk nauwkeurig bij wat ik heb gelezen (eerst in een schriftje, nu via goodreads.com). Op de eerste pagina van mijn eerste leesschriftje (Iersche Nachten, Max Havelaar en De kleine Johannes) kwam ik een aantekening van mijzelf tegen: “hebben de docenten dan toch gelijk over het mooie en leesbare van literatuur?”.  Is dat onderscheid dan niet tijdens de lessen Nederlands tijdens mijn gymnasiumopleiding aan de orde geweest? Ik zou het echt niet meer weten.

Toevalligerwijs was ik het boek De Leesclub van Renate Dorrestein aan het lezen. Dit boek staat gepland om te worden besproken tijdens de bijeenkomst van mijn in-real-life-leesclub eind november. Tja, als je dan al zo’n 7 jaar met elkaar een leesclub vormt, kun je op een gegeven moment toch niet om dit boek heen, haha. Ik merkte bij mijzelf een lichte aarzeling om dit boek te lezen, omdat ik een associatie had met De Eetclub van Saskia Noort. Vaste volgers van mijn blog weten dat ik af en toe heus wel een Saskia Noort of vergelijkbaar spannend boek lees, maar dat daar niet mijn eerste interesse en waardering ligt. De Leesclub is echter totaal anders. In een aparte blogpost ben ik van plan hier inhoudelijk meer aandacht aan te geven, maar waar het nu om gaat is het in dit boek zeker naar voren komende thema: wie leest er eigenlijk literatuur?

Het lezen van een literair werk kost soms wel wat meer inspanning (vandaar dat ik het graag afwissel met wat luchtiger romannetjes), maar je krijgt er ook veel voor terug. Ik ben er van overtuigd dat het regelmatig lezen van literatuur bijdraagt aan je eigen persoonlijke ontwikkeling. De volgende vraag is dan echter: hoe blog je over literatuur? Afgelopen zaterdag hadden wij in Antwerpen een ontmoeting met de schrijver Patrick Ness (schrijver van Zeven minuten na middernacht. Blog komt 30 november online!) In dat gesprek, maar ook uit het interview met Renate Dorrestein achterin haar roman De Leesclub, komt duidelijk naar voren dat voor een schrijver geldt dat hij/zij alleen iets goeds of grappigs of moois kan schrijven als hij dat zelf ook goed, grappig of mooi vindt. Naar mijn mening geldt dat ook voor bloggen: een blogger heeft de taak om zijn/haar eigen stijl te ontwikkelen en zodanig te bloggen dat je het ook graag zelf nog eens leest. Mooie uitdaging.

Op 15 november komen overigens binnen Een perfecte dag voor literatuur de blog-artikelen online over Wat alleen de roman kan zeggen van Oek de Jong. Dit thema sluit naadloos aan op het hier besprokene. Dus als je nu wilt reageren: graag! Wellicht kan ik mijn reactie daarop nog meenemen in die blogpost.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

13 reacties

Opgeslagen onder Boek review